Gebroken
Ik stónd
recht en rond,
terwijl ik voor Uw oog
mijn braafheid woog.
Maar mijn geweten woelde:
Uw zuiv're luister
die in mijn droevig duister
het vuil naar boven spoelde.
Toen woei Uw heilig licht
in mijn verwaande aangezicht.
Uw woord sloeg op de ...
