getuigend gesprek
In dit nummer treft u de voortzetting aan van de gedachtenwisseling rondom:„Gij zijt Petros".Terwijl ik mijn antwoord formuleerde op de uiteenzettingen van pater Schoffelmeer, merkte ik, dat ik onwillekeurig verzachtende uitdrukkingen bezigde, zoals „naar ik meen……", „het lijkt mij… ...
