IRS cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van IRS te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van IRS.

Bekijk het origineel

tag:IRS,19640301:newsml_ea3b5b16eec03f329cfe068dfcfb52ce

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

tag:IRS,19640301:newsml_ea3b5b16eec03f329cfe068dfcfb52ce

6 minuten leestijd

De overgang van Prinses Irene naar de r.k. kerk heeft het protestantse deel van Nederland ongetwijfeld diep geschokt.

Immers ons vorstenhuis was voor ons niet slechts het symbool van nationale eenheid, maar ook een historisch en tegelijk levend teken van het goed recht van de reformatie in ons land. De telgen van Willem van Oranje, verkondigden ons steeds, dat eenmaal deze „vader des vaderlands" zijn leven had ingezet voor de vrijmaking van het juk van Spanje en van Rome, die een onafscheidelijke tyrannieke grootheid vormden.

Dialoog met ons vorstenhuis

Het spreekt vanzelf dat wij deze persoonlijke beslissing van Prinses Irene ten volle respekteren.

Toch is het voor ons niet mogelijk om er verder over te zwijgen. Vooreerst omdat er toch een bepaalde verbondenheid is tussen ons volk en ons vorstenhuis. Prins Willem van Oranje werd niet voor niets de „vader des vaderlands" genoemd. Wij hebben het altijd zo aangevoeld, dat de band tussen Nederland en Oranje iets weg heeft van een familieband.

En in een familie praat men toch ook met elkaar uit over geloofszaken. Wanneer er iemand van godsdienst verandert, dan zal men in een goede familie daarover van gedachten wisselen. Dan gaat men daar niet angstvallig over zwijgen tegenover elkaar.

Een publieke manifestatie eist een publiek antwoord

In de Tijd-Maasbode van 1 febr. j.l. lazen wij over de pelgrimage van Prinses Irene naar „het vermaarde Spaanse Maria-heiligdom van de „Virgen del Pilar" (Onze lieve Vrouw ter Zuil). „Na afloop van de Mis, die te har er intentie werd opgedragen door de aartsbisschop van Zaragoza, kuste de prinses de mantel van het genadebeeld en in het gulden boek van de Mariakapel schreef zij in het Spaans deze woorden: „Moge de Heilige Maagd mij onder de schutse van Haar mantel nemen, Prinses Irene der Nederlanden". Mgr. Morcillo schonk de Prinses als aandenken een gouden medaille van de Virgen del Pilar".

Deze openlijke bedevaart, zo vlak na het bekendworden van haar overgang, is blijkbaar door Prinses Irene bedoeld als een onderstreping, dat zij ook aktief r. katholieke wil zijn in die zin, dat zij mee wil werken om de werfkracht van de r.k. kerk te vergroten. Zij zal het ons, die de tegenovergestelde weg hebben bewandeld, dan ook niet kwalijk kunnen nemen, dat wij eveneens publiek reageren op deze manifestatie ten gunste van de r.k. kerk.

Vooral ook niet, omdat zij deze Mariaverheerlijking, die volgens de reformatorische christenen indruist tegen de Bijbel, heeft ondertekend als Irene, „Prinses der Nederlanden". Daardoor zijn wij er ten nauwste mee betrokken.

Een bewogen, maar toch vriendelijke dialoog

Overigens kan zulk een gesprek in alle vriendelijkheid plaats hebben. Wij veronderstellen, dat Prinses Irene evenzeer onze overgang naar de Reformatie respekteert, zoals wij haar overgang naar Rome respekteren.

En vanzelfsprekend geven wij ook aan haar gaarne de nodige plaatsruimte, wanneer zij in ons blad zou willen uiteenzetten, wat haar eigenlijk bewogen heeft om r.katholiek te worden, — zoals wij deze gelegenheid trouwens altijd aan elk ex-protestant gegeven hebben. Wij zijn op geen enkele wijze bang voor eventuele argumenten van r. katholieken. Wij hebben deze zaak jarenlang intens bestudeerd en biddend overdacht en we zijn zo zeer overtuigd van de volkomen tegenspraak, niet van ÉÉn, maar van vele r.k. dogma's met de leer van de Bijbel, dat wij elk dispuut, ook publiek en met welke r.k. professor ook, aandurven.

Een eerste vraag

Wij willen allereerst aan H.K.H., Prinses Irene, het volgende vragen: Uw secretariaat heeft medegedeeld, dat U in alle kerken een christelijke basis erkent en dat daarbij „uw voorkeur is uitgegaan naar het r.k. christendom in oecumenisch licht bezien".

Welnu, Koninklijke Hoogheid, dat begrijpen wij niet. Wij kunnen ons zulk een uitspraak van U alleen maar voorstellen, wanneer U maar weinig afweet van de r.k. kerk. Want deze kerk is helemaal niet oecumenisch.

Weet U, dat door het r.k. kerkelijke recht iedere r. katholiek die overgaat tot de reformatie, officieel als „eerloze" gebrandmerkt wordt (ca. 2314)?

Weet U, dat de r.k. theologen, op grond van een uitspraak van Vaticanum I, nog steeds beweren, dat, als een r. katholiek protestant wordt, daar altijd een zwaar zondig leven aan moet voorafgegaan zijn? Zo b.v. in het nieuwste r.k. handboek voor moraaltheologie van dr. B Haring, „De wet van Christus", uitg.

Het Spectrum, 1960, p. 69-70.

Hoe kunt U een kerk, die, enkel omdat een van haar leden overgaat naar een kerk van de reformatie, beweert dat zulk een lid erg slecht geleefd moet hebben, en hem bovendien als „eerloze" brandmerkt, oecumenisch noemen?

Een tweede vraag

In 1961 waren wij met vakantie aan de Costa Brava. Op onze route langs de zee zagen wij ineens op de rots geschreven: „Jesu Cristo unico mediador. 1 Tim. 2 : 5" (d.i. Jezus Christus enige Middelaar). Het was duidelijk dat deze verzen in dit land van uitbundige Maria- en heiligenverering geschreven waren door reformatorische christenen. Ze zullen wel de nacht of het schemerdonker hebben gekozen. Ze schreven het met gevaar van gevangenisstraf en boete. Ze schreven het omdat de r.k. regering van hun land hen verbiedt om door middel van lektuur of door persoonlijke gesprekken te getuigen van Jezus Christus als de enige Middelaar.

En terwijl de vroegere geloofsgenoten van Prinses Irene aldus overeenkomstig de Schrift getuigen van de enige Middelaar, — getuigen met gevaar van gevangenisstraf en geldboete, kust zij de mantel van het Mariabeeld in Zaragoza en schrijft in het gulden boek van de Mariakapel, dat zij zich stelt onder de schutse van Haar mantel en ondertekent dat als „Prinses der Nederlanden".

Koninklijke Hoogheid ,hoe hebt U dit kunnen doen? Natuurlijk neemt niemand van ons U kwalijk, dat U uw gewone „godsdienstplichten" als r. katholiek waarneemt. Maar deze openlijke bedevaart naar Zaragoza was toch niet nodig. Zeker niet zo vlak na de bekendmaking van uw overgang naar Rome, en zeker niet in Spanje, het land dat eenmaal uw voorvader, Willem de Zwijger, vogelvrij heeft verklaard en hem heeft doen vermoorden.

Prinses Irene wèg van Spanje

In een interview met een Nederlandse journalist heeft Prinses Irene zich buitengewoon geestdriftig uitgelaten over Spanje. Boven dit verslag in Trouw stond: „Prinses Irene wèg van Spanje". Dit begrijpen wij beslist niet.

Dat kan alleen maar als zij werkelijk totaal onkundig is van allerlei godsdienstige praktijken, die daar nog plaats hebben met goedkeuring zelfs van de pausen, en waartegen juist in de tijd van de reformatie zulk een felle strijd is gestreden, mede onder leiding van de Oranjes.

Wij kunnen niet aan de indruk ontkomen, dat de r.k. kerk Prinses Irene in Spanje heeft rondgeleid, zoals men ook achter het IJzeren Gordijn bezoekers rondleidt. D.w.z. men laat alleen zien, wat kan strekken tot propaganda van het heersende diktatoriale regiem.

Daarom willen wij in dit nummer de andere zijde laten zien van r.k. Spanje.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1964

In de Rechte Straat | 64 Pagina's

tag:IRS,19640301:newsml_ea3b5b16eec03f329cfe068dfcfb52ce

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1964

In de Rechte Straat | 64 Pagina's

PDF Bekijken