Bekijk het origineel

RECHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

RECHT

13 minuten leestijd

Het is nu al een jaar lang dat ik met u, lezers van In De Rechte Straat, in kontakt sta. Het getuigenis dat u van mij hebt kunnen lezen in de afgelopen maanden, droeg als datum van opstelling: oktober 1%2. Dit getuigenis was in zijn opzet bedoeld als een schrijven aan degene die mijn aartsbisschop was, toen ik de r.k. kerk verliet om het Evangelie te gaan volgen van de „loutere genade" efl van het „geloof alleen''.

Eén grote familie

Ik zou dat kontakt met u echter graag willen voortzetten. Ik heb duidelijk gemerkt, dat wij tesamen met de lezers van In De Rechte Straat één grote familie vormen en ik zou daarom ook graag, zoals dat in een familie gebeurt, op gemoedelijke en vertrouwelijke wijze verder willen praten over dingen die mij na aan het hart liggen.

Vanaf december 1962, toen ik begon mee te werken aan ons blad, heb ik telkens weer blijken van meeleven en christelijke liefde ontvangen. En ik heb dat gezien als een echte zegen van de Here. Ver van mijn familie en ver van mijn vaderland kwam de Here mij naderbij in de uitingen van uw vriendschap.

Ik zag aldus duidelijk hoe Christus zijn Kerk vergadert, hoe de Here over de grenzen van het vaderland heen, boven de verdeeldheid van rassen en talen uit, zijn volk, zijn gemeente, zijn familie instandhoudt. Wij allen, die gedoopt zijn in het bloed van Gods Zoon, die voor ons geofferd werd op Golgotha, wij allen die langs de weg van het geloof door de Heilige Geest tot leven zijn gekomen, en die aldus zijn ingeplant in het nieuwe, verheerlijkte leven van de opgestane Heiland, wij zijn één in Christus. „Want gij allen die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij zijt immers één in Christus Jezus" (Gal. 3:27-29).

Wij maken allen deel uit van de éne familie, waarvan God de Vader is. En de Here heeft mij doen ondervinden, dat dit alles niet zo maar bestaat in wat mooie, maar overigens lege woorden, maar dat dit een vertroostende werkelijkheid is. Ik heb ervaren dat duizenden kinderen van God mij van harte hebben aanvaard als hun broeder in het geloof. Het Woord van God is immer aktueel en levend: „Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig terug: nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven" (Mark. 10:29, 30).

In moeilijke uren heb ik de troost mogen ondervinden van uw brieven. Niet alleen vanuit Nederland, maar ook vanuit Canada ontving ik brieven van de grote familie van In De Rechte Straat, waarin mij de verzekering werd gegeven dat men mij in de gebeden gedenkt.

De Here is goed en het is van Hem dat wij al deze gaven ontvangen. Maar ik heb er toch behoefte aan om ook u te danken. En ik ben overtuigd, dat ook u de Here dankbaar bent, omdat Hij u aldus de gelegenheid gaf om uitdrukking te geven aan de liefde, waarmee Hij ons onderling verbonden heeft door zijn Geest. Geprezen zij Zijn Naam!

Een geschenk van God

Sinds enkele weken heeft God mij verblijd met een van zijn grootste geschenken. Want als een geschenk van God, zo beschouw ik mijn echtgenote.

Wanneer u mijn getuigenis aandachtig gelezen hebt, dan zult u bemerkt hebben, dat ik haar naam nooit rechtstreeks vermeld heb. Dat kon ik niet doen vanwege persoonlijke omstandigheden, die de uiterste voorzichtigheid eisten.

Toch hebben wij elkaar reeds in Spanje leren kennen en we hebben samen vee! over het Evangelie gesproken. Na mijn vertrek uit Spanje bleven wij met elkaar in briefwisseling en dat is dan uitgelopen op de sluiting van ons gelukkige huwelijk op 7 september 1963.

Over onze persoonlijke ontmoetingen en over onze geestelijke betrekkingen wil ik nog wel meer vertellen. Maar eerst wil ik toch met u het volgende behandelen:

Huwelijk van ex-priesters

Ik ben er zeker van, dat de trouwe lezers van In De Rechte Straat het niet eens zijn met de lasterlijke propaganda die de r.k. kerk dikwijls voert tegenover de ex-priesters. Wanneer een priester de r.k. kerk verlaten heeft, ook al is het nog zo duidelijk, dat hij dat deed om des gewetens wille en omdat hij Christus wilde volgen in de belijdenis van het zuivere Evangelie, dan wordt toch altijd weer deze voorstelling van zaken gegeven: Hij brak met de r.k. kerk, omdat hij wilde trouwen.

Die laster heeft de r.k. kerk immers ook eeuwen lang over Maarten Luther verbreid. Het eenvoudige r.k. volk weet over deze grote hervormer meestal niet veel meer dan dit: hij scheurde zich los van de enige ware Kerk van Christus om met een weggelopen non te kunnen trouwen. En om die stap voor de wereld te kunnen rechtvaardigen, verzamelde hij een troep aanhangers en zo kwam de grote scheur in het christendom. Deze lasterlijke interpretatie van het optreden van Luther (en van de andere hervormers) is zelfs nog in 1910 openlijk verdedigd door Pius X in de beruchte Borromeusencycliek „Mirari hic". Volgexib deze r.k. propaganda zou Luther om zichzelf te rechtvaardigen, niet slechts een grote groep christenen meegetrokken hebben in zijn afscheuring, maar zou ook heel het protestantse godsdienstige en kerkelijke „systeem" door Luther enkel ontworpen zijn om zijn huwelijk met Catharina van Bora te kunnen goed praten. In onze tijd zal de overgrote meerderheid van de r.k. theologen deze laster over Luther niet meer verspreiden. Maar daar staat tegenover dat de encycliek van Pius X nog steeds niet herroepen is door een van de pausen, die na hem kwamen. Maar het systeem van de verdachtmaking van priesters die in onze tijd de r.k. kerk verlaten, wordt nog steeds door de overgrote meerderheid van de r.k. theologen gevolgd. Men stelt hen voor als hele of halve geestelijk gestoorden vooral wordt als motief van hun uittreden, openlijk of fluisterend, aangegeven: hun verlangen om te trouwen. Er zijn maar zeer weinig priesters, ook in onze oecumenische tijd, die een eerlijke en zakelijke houding kunnen aannemen tegenover ex-priesters. En dat doet ons dan weer de vraag stellen: Is heel dat herstel van de goede naam van Luther door vele r.k. theologen — sommigen noemen hem zelfs een „religieus genie" — niet een kwestie van taktiek, omdat daardoor de protestanten wil winnen voor de r.k. kerk? Immers Luther is dood. Men heeft van zijn levend getuigenis niet meer te vrezen. Maar de thans levende ex-priesters kunnen wel gevaarlijk zijn, omdat zij het r.k. stelsel van binnenuit kennen en dus ook bepaalde onwaarachtigheden in het huidige optreden van de r.k. kerk kunnen ontmaskeren. Hoe moeten we anders dat verschil in optreden verklaren tegen de reeds lang gestorven ex-priester, Maarten Luther, en de thans levende ex-priesters?

De juiste kijk op het probleem

We hebben in In De Rechte Straat reeds meerdere malen cijfers kunnen lezen over het grote aantal priesters die de r.k. kerk verlaten. Het meest frappante was wel de mededeling van de Katholieke Illustratie van 5 januari 1963, die het aantal in Italië op ongeveer 9000 schatte. Maar ook in de andere landen Europa zijn er duizenden priesters die het in hun eigen kerk niet konden uithouden. Het is echter merkwaardig, dat juist in het land van de pausen het aantal ex-priesters vermoedelijk het grootste is.

Wij beschikken niet over exacte gegevens wat Spanje betreft, maar ook daar ligt het aantal ex-priesters zeker heel wat hoger dan het Spaanse volk vermoedt. Er zijn maar weinig ex-priesters die in Spanje een bestaansmogelijkheid vinden. Velen moeten het land verlaten om elders in Europa of in Amerika te proberen een toekomst op te bouwen. Dat is ook een van de redenen, waarom het niet gemakkelijk is om konkrete gegevens te krijgen over het aantal Spaanse ex-priesters. In de landen van Z. Amerika leven waarschijnlijk de meeste expriesters.

In de stad Buenos Aires leven er ruim 2000.

En deze stroom van uittredende priesters neemt niet af maar toe. Gedurende dit laatste jaar weet ik persoonlijk van zes Spaanse priesters die de r.k. kerk verlieten, waarvan er vijf werden opgevangen door de Wartburg te Velp. Wat zijn de eigenlijke beweegredenen geweest van deze priesters?

Het is moeilijk om daar een algemeen antwoord op te geven. Elk mens heeft zijn eigen problemen en zijn eigen proces van geestelijke ontwikkeling en rijping. Vanwege mijn funktie als leider van priesterretraites ben ik in intieme aan raking geweest met allerlei moeilijkheden in het leven van de priesters. Ik heb daardoor voldoende gegevens tot mijn beschikking voor een verantwoorde ontleding van het onderwerp waarover wij het thans hebben. Ik hoop daar later wat dieper op te kunnen ingaan. Maar voor het ogenblik wil ik volstaan met het volgende: Hoe ook het complex is van omstandigheden die een priester ertoe bewegen om zijn kerk te verlaten, zonder enige twijfel was een dieper liggende geloofskrisis er de geheime drijfveer van; en dit geloofsprobleem wordt dikwijls ook niet opgelost door de priesters die tenslotte wèl in hun kerk blijven. Sommigen besluiten dan maar in de kerk te blijven, maar met een zieltogend geloof, of zonder enig geloof. Ze verrichten priesterarbeid als een ambtenaar. Ze zoeken verstrooiing in allerlei bezigheden, die niets met hun priesterlijke funktie te maken hebben. Ofwel ze leiden alleen maar hun leventje zonder meer, vegeterend. Ofwel ze geven zich helemaal aan artistieke uitingen, of zelfs aan volkomen wereldse hobby's.

Anderen echter verlaten de kerk. Ze kunnen er niet in berusten om altijd door een levenspatroon te volgen, dat uitgaat van beginselen waarin ze niet meer kunnen geloven. Zij verlaten echter de r.k. kerk zonder de vrede voor hun geest gevonden te hebben. Vermoeid van alle strijd storten ze zich in de wereld Ze duiken erin onder. Tot dan toe was hun geloof gebaseerd op de r.k. kerk, geheel overeenkomstig de r.k. leer, dat de zaligheid slechts in of althans dóór die kerk verkregen wordt. Nu ze het geloof in de r.k. kerk kwijt zijn, zijn ze daardoor meestal ook alle geloof kwijt. Ze ontwijken nu elke verontrustende vraag en doen hun uiterste best om toch maar een normaal mens te zijn. Misschien zijn ze dat vroeger nooit geweest. Ze werpen zich in de strijd om het bestaan in deze nieuwe wereld die ze ontdekt hebben. Op de duur zijn ze dikwijls volkomen onverschillig geworden op godsdienstig gebied, ofwel ze huldigen een of andere vorm van humanisme en het komt ook voor, dat ze vurige aanhangers van het kommunisme worden.

Anderen echter blijven ernstig naar de waarheid zoeken en wenden zich daarvoor nu tot de Christus der Schriften en zij vragen Hem in alle oprechtheid, dat Hij toch zou willen antwoorden op al hun problemen. En dan treedt God in hun leven en door zijn Woord en door middel van zijn kinderen geeft Hij een oplossing voor de treurige toestand van hun ziel, doordat Hij hen vertroost met de volle vertroosting van Jezus Christus, de volkomen Zaligmaker enkel langs de weg van de algehele overgave in het geloof. Zij worden aldus het eigendom van Jezus Christus en richten hun ogen voortaan slechts op Hem, zoals Hij zich aan hen openbaart in zijn Woord. Zij voelen zich daarom tevens vrij van de wetten, die hun kerk hen eenmaal heeft opgelegd op grond van allerlei aanmatiging van macht, die de Bijbel aan mensen niet toekent.

Een denkfout, die wij moeten vermijden

Er zijn dus inderdaad heel wat priesters die hun kerk hebben verlaten om redenen, die niets te maken hebben met een waarachtige bekering tot het Evangelie. Omdat de r.k. kerk nooit een antwoord gaf op hun twijfel en op de gewettigde verlangens van hun menselijke persoon, moesten ze op de duur bij zichzelf vast stellen: Ik geloof niet meer. De kerk, die zij geheel en al hadden wilden dienen, voor wie ze zich hadden ingezet, deed hen hun geloof verliezen.

Ze nemen zelf hun leven in handen en trachten er zelf een richting aan te geven Velen treden in het huwelijk. Ze doen dat in overeenstemming met hun overtuiging en in een eerlijk geweten. Zo begint voor herh een nieuw leven. Maar het is zo betreurenswaardig, dat ze elk zoeken naar de waarheid definitief hebben opgegeven, omdat hun kerk hun geen antwoord heeft gegeven, en omdat ze Jezus Christus niet hebben gekend als hun enige en algenoegzame Zaligmaker.

En nog droeviger is het, dat deze kerk, die zich de „Heilige Moeder" noemt, de vervloeking over hen uitspreekt en nog liever heeft dat zij in de nacht van het ongeloof blijven ronddwalen, dan dat zij Jezus Christus leren kennen in de zuiverheid van het Evangelie en Hem gaan volgen, buiten de „schoot van de Moederkerk", als het licht, de weg, de waarheid en het leven.

En zij bedient zich dan van sofismen (listige denkfouten) om een smet te werpen op alle. ex-priesters en door het voor te stellen alsof de enige reden, waarom een priester de kerk verlaat, zijn verlangen naar het huwelijk was. Op deze manier meent zij zich te kunnen ontdoen van de aanklacht, die gelegen is in het feit, dat er priesters zijn die de r.k. kerk moesten verlaten, omdat ze Jezus wilden volgen in oprechtheid des harten en in overeenstemming met zijn Woord.

De ware beweegredenen

Maar 't feit ligt daar nu eenmaal, dat ook thans er telkens weer priesters zijn, die evenals Luther, Jezus Christus ontdekten als hun volkomen Zaligmaker door middel van het geloof. Ze veranderen daardoor totaal en worden wedergeboren door Gods Geest. Ze gaan voortaan het leven leiden in de vrijheid der kinderen Gods in gemeenschap met allen die in een levend geloof verbonden zijn met Jezus Christus en aldus zijn gemeente vormen.

Maar voor dit geloof is er geen ruimte in de r.k. kerk, en daarom zijn zij aan hun eigen geweten verplicht om hun kerk te verlaten.

En wat doet het er dan verder toe, als de r.k. kerk deze eigenlijke beweegredenen van hun uittreden niet wil erkennen, omdat zij anders genoodzaakt zou zijn om de dwalingen en de machtsaanmatigingen van haar stelsel te moeten prijsgeven?

Want: „Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?.... Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? Christus is het die rechtvaardigt. Wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?" (Rom. 8:31-35).

REKTIFIKATIE

Drs J. Loos schreef ons, dat France Dimanche allerlei verzinsels over hem gepubliceerd heeft. Hij keert zich echter met name tegen de mededeling van Trance Dimanche, volgens welke drs Loos zou gezegd hebben: „De gelofte van celibaat die ik niet heb afgelegd en waar iedereen het over heeft, is voor mij een zelftucht geworden, waaraan ik mij vrijwillig onderwerp, doordat ik op een aparte slaapkamer slaap".

Drs Loos schrijft daarover de volgende rechtzetting, die wij gaarne hieronder publiceren:

France Dimanche gaf onjuiste berichten

„ T e n aanzien van deze mededeling stel ik vast:

1. dat zij door de verslaggever — op zijn best te goeder trouw — verzonnen is;

2. dat zij feitelijk onjuist is;

3. dat een huwelijksbeleving zoals de verslaggever die zich voorstelt, in flagrante strijd is met de overwegingen, die Paus Joannes X X I I I en de bisschop van Groningen t.a.v. mijn wijding geleid hebben;

4. dat het door U veronderstelde gebrek aan nuchterheid en het prijsgeven „van slaapkamerintimiteiten aan de wereldpers" niet bij de Nederlander, \naar bij de verslaggever gezocht moet worden".

Geef geen voedsel aan de sensatiepers

Wij voegen eraan toe: France Dimanche is geen r.k. dagblad; is echter ook niet onpartijdig. Want toen wij aan France Dimanche verzochten, om, in de geest van objektieve voorlichting, ook eens iets te schrijven over onze ex-priesters, met name over br. De Berdt, die destijds in Wallonië een toernee hield, werd dit geweigerd.

Wij menen echter dat het feit, dat drs Loos dus blijkbaar slachtoffer is geworden van de Franse boulevardpers, te wijten is aan de sensatie van zijn priesterhuwelijk op zichzelf. Dat één man, n.1. de paus, zo vrijmachtig in de diepste dingen van het leven zoals het huwelijk kan beslissen en dat het enkel van zijn wilsbeslissing afhangt, dat hij aan één mens toestaat, wat hij aan tienduizenden anderen weigert, is iets wat de slenteraars over de boulevards graag lezen. Misschien helaas om ermee te kunnen spotten over „de" christenen, die aan één mens zulk een absolutistische, diepingrijpende macht toekennen.

En tenslotte: Drs Loos liet zich fotograferen met een f o t o van de paus in zijn hand. Dat is toch zo maar niet toevallig gebeurd. Hij heeft daarbij toch moeten poseren. H e e f t hij er toen dan helemaal niet aan gedacht, dat hij daardoor zijn priesterhuwelijk in de sfeer van de propaganda voor het pausdom trok? Persoonlijk zou ik het beslist weigeren, wanneer een of ander sensatieblad mij zou willen fotograferen als ex-priester-predikant, terwijl ik een foto in mijn handen houd v a n de generale synode van de gereformeerde kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1964

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

RECHT

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1964

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken