Bekijk het origineel

DE GEKERKERDE KERK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE GEKERKERDE KERK

8 minuten leestijd

Ds M. R. van den Berg is zendeling geweest onder de Zoeloes. „Een van de meest fascinerende kanten van het zendingswerk — zo schrijft hij — was voor mij, dat je voor de noodzaak werd geplaatst alle traditionele erfgoed dat je als een vanzelfsprekendheid met je meedroeg, onder de loep te nemen en je af te vragen: heb ik in dit geval te doen met een direkt schriftuurlijk element of met een westerse traditie? Als het laatste het geval is, mag ik er de Zoeloes niet mee belasten" (p. 10). Bij die studie kwam hij tot de frappante ontdekking dat de bestaande kerkelijke organisatie niet alleen voor de Zoeloes een verwerpelijk zaak is, „maar ze betekent ook voor de westerse kerken zelf een belemmering voor het waarachtig kerk zijn, omdat allerlei elementen die zich niet verdragen met de Nieuwtestamentische gegevens, er een duurzame en soms ingrijpende plaats in gekregen hebben" (p. 11).

Ds v.d. Berg heeft zijn studie neergelegd in een boek, dat hij de titel heeft gegeven: „De Gekerkerde Kerk" (uitg. Buyten en Schipperheijn A'dam, 140 bl. ƒ 6,50). Hij zegt: „Ik wil pleiten voor een heroriëntering op wat het Nieuwe Testament zegt over de inrichting van de kerk van Christus. Ik geloof dat die heroriëntatie voor de gemeente van Christus van levensbelang is. Dat moet niet het werk van enkelingen zijn, niet het werk van een paar leiders of synodale deputaten. Daar moet de gemeente zelf aktief in zijn. Dit geschrift is geschreven om die aktiviteit te stimuleren en een bijdrage te geven voor een gemeenschappelijke bezinning" (p. 13).

Mogen we de Kerkorde aan de Bijbel toetsen?

Wat heb ik dit boek geboeid gelezen! Ik plaatste telkens maar uitroeptekens, zo enthousiast was ik. V.d. Berg schrijft heel helder en toch ook bondig. Hij heeft een uitstekend schrijftalent. Ds v.d. Berg gaat de Kerkorde vergelijken met de Schriftgegevens. Verschillenden zullen hem dat misschien reeds kwalijk nemen en zullen verbolgen zijn dat ik dit boekje zo van harte ter bestudering door de gemeente aanbeveel. V.d. Berg laat telkens de kwaliteiten van de DKO (Dordtse Kerk-Orde) zien, maar schrijft ook: „Wanneer men zich echter gaat inzetten voor de verdediging van de DKO, is het gevaar niet denkbeeldig, dat men er zich zo mee gaat vereenzelvigen, dat men blind wordt voor gebreken die er toch heus wel in aan te wijzen zijn. Men gaat de DKO dan als iets bijna onaantastbaars beschouwen, als iets dat met huid en haar geslikt en met hand en tand verdedigd moet worden" (p. 31).

„Het gevolg is dat de DKO als een rem op bepaalde schriftuurlijke ontwikkelingen gaat werken. Men redeneert in dergelijke gevallen als volgt: de ontwik kelingen binnen een bepaalde gemeente zijn op zichzelf gezien weliswaar niet onschriftuurlijk, maar ze zijn wel in strijd met een of andere onderlinge afspraak. zoals die in een artikel van de DKO of in een synodebesluit is geformuleerd. Omdat we ons aan onze afspraken moeten houden, kan die ontwikkeling dus niet getolereerd worden, tenzij alle kerken zouden besluiten de desbetreffende afspraak te wijzigen of te laten vervallen. Dat is echter een utopische verwachting, wat tot gevolg heeft dat elke ontwikkeling in de kiem gesmoord wordt en het kerkelijk leven verstart" (p. 32).

Een van de voorbeelden van zulk een verstarring is, dat sommige kerkelijke leiders menen dat het niet geoorloofd is openlijk hetzij in een boek hetzij in een tijdschrift bepaalde voorschriften van de DKO vanuit de Bijbel ter diskussie te stellen. Ze zeggen: je mag alleen een gravamen (bezwaarschrift) indienen bij de kerkeraad of de synode, maar je mag dat niet direkt aan de christenen voorleggen. Ik kan in zo'n geval beslist niet meer inzien, hoe de zo hoog geroemde protestantse mondigheid van de afzon derlijke kerkleden dan nog funktioneert. Dat zijn dan zwaarwichtige papieren, waarmee men zwaait tegenover het „hiërarchische" Rome, maar die papieren zijn in dat geval waardeloos, want ze zijn niet gedekt. Wanneer een protestants kerklid aldus behandeld wordt, dan worden die papieren naar buiten als propaganda gebruikt door diezelfde protestantse kerk die ze voor intern gebruik ongeldig verklaart.

Vier of drie ambten?

„De DKO legt in artikel 2 de ambten vast die in de gemeente van Christus behoren te funktioneren. Dit artikel zegt: ,De diensten zijn vierderlei: der Dienaren des Woords, der Doctoren (= doctoren en professoren in de theologie, v.d. B.), der Ouderlingen en der Diakenen'.

Het hiergenoemde ambt van Doctoren is echter helemaal geen schriftuurlijk ambt. Het komt in het Nieuwe Testament nergens voor. Doctoren en professoren zijn geen kerkelijke ambtsdragers, maar wetenschappelijke figuren". „Men zegge niet dat dit ambt in de praktijk van ons kerkelijk leven niet funktioneert. Het tegendeel is waar. Het werd en wordt gebruikt als een fundering voor het optreden van professoren in de theologie als een soort gereformeerde bisschop met een landelijk opzienersambt" (p. 33).

Het is merkwaardig dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis het ambt van doctor niet vermeldt en slechts over drie ambten spreekt.

Staat kritiek op de Kerkorde gelijk met Schriftkritiek?

„Na over de ambten gesproken te hebben, gaat de DKO over tot de kerkelijke samenkomsten. Artikel 29 legt vast dat er vierderlei kerkelijke samenkomsten onderhouden zullen worden, nl. de kerkeraad, classis, particuliere synode en generale synode. Daarmee is de kerkelijke organisatie in grote lijnen vastgelegd. Opvallend is dat de belangrijkste kerkelijke vergadering, nl. de gemeentevergadering, niet wordt genoemd. In het Nieuwe Testament komen we de gemeentevergadering herhaaldelijk tegen. De DKO kent deze vergadering niet. Het lijkt me symptomatisch voor de DKO, waarin de gemeente niet veel meer dan een stilzwijgende rol speelt. Van de Nieuwtestamentische mondigheid van de gemeente is in de DKO (en in de praktijk!) nauwelijks iets te bespeuren. Allerlei dingen kan een gemeente pas gaan doen onder goedkeuring van de classis, P.S. en G.S., vergaderingen die in de Schrift niet voorkomen. Bovendien worden dergelijke vergaderingen doorgaans beheerst door „specialisten" (denk aan professoren op de synodes!), die meer of minder doorkneed zijn in de kerkelijke casuïstiek" (p. 41).

„De diskussies hierover worden uitermate bemoeilijkt door de onhoudbare maar stevig gewortelde overtuiging, dat de organisatievorm zoals die in de DKO is vastgelegd, de enige schriftuurlijke vorm van kerkelijke organisatie is. Kritiek op deze organisatie-vorm wordt soms dan ook vrijwel op één lijn gesteld met Schriftkritiek! Gereformeerde mensen zouden echter moeten weten, dat kritiek op een organisatievorm die nergens in de Schrift wordt voorgeschreven, een legale zaak is" (p. 42).

„In feite betekent het als bindend aanvaarden van de DKO een poging onzerzijds om Christus en de Heilige Geest vast te leggen aan een ketting van menselijke inzettingen. Een met bindend gezag opgelegde kerkelijke organisatie maakt de gemeente tot een gekerkerde kerk" (p. 69).

De gemeente van Christus„. een politieke macht?

De idee van de staatskerk of kerkstaat die ontstaan is sinds keizer Constantijn, „werkt nog steeds na in synodes die met herderlijke boodschappen de publieke opinie en het politieke leven pogen te beïnvloeden. De Wereldraad en allerlei synodes gedragen zich soms als politieke organisaties zoals de Verenigde Naties. En evenals de Verenigde Naties lopen ze amechtig achter de politieke, economische, kulturele en sociale gebeurtenissen aan te sjokken, onder het prevelen van allerlei bezweringsformules die uiteraard geen enkel effekt sorteren" (p. 77). „Christus heeft zijn discipelen doorlopend gewaarschuwd dat ze hun kracht niet moesten zoeken in macht en geweld en indrukwekkende organisaties. Hij heeft hun herhaaldelijk op het hart gebonden dat ze niet op invloed en machtsposities uit moesten zijn. Maar dat heeft het ,christendom' nu juist wel gedaan. Men heeft organisaties opgebouwd, sleutelposities veroverd, onderwerping geeist, niet zozeer aan Christus als wel aan de organisatie; niet zozeer aan Gods Woord als wel aan met goddelijk gezag beklede tradities" (p. 79).

Tenslotte geeft v.d. B. 29 schriftuurlijke richtlijnen voor de opbouw van het leven der gemeente, die hij had opgesteld voor het zendingsveld. Laten wij de gemeente van Berea navolgen, waar ze dagelijks de Schriften onderzochten, „of deze dingen alzo waren" (Hand. 17:11). Daarbij moeten we echter ook rekening houden met de mogelijkheid, dat ds v.d. Berg reageert tegen een FOUTIEF gebruik van de DKO. En u kent de uitdrukking: we mogen niet met het badwater ook het kind weggooien.

Wanneer we echter niet onze eigen meningen willen verabsoluteren en steeds biddend bezig zijn met Gods Woord zoals de Bereërs, dan zal de Here ons zeker leiden door Zijn Heilige Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1969

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE GEKERKERDE KERK

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1969

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken