IRS cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van IRS te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van IRS.

Bekijk het origineel

IN DE VOETSPOREN VAN MAARTEN LUTHER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

IN DE VOETSPOREN VAN MAARTEN LUTHER

11 minuten leestijd Arcering uitzetten

Een artikel uit het "Limburgs Dagblad" van zaterdag 25 mei 1996. Pagina 20. Schrijver Peter van Nuijsenburg.

Duitsland viert weer eens een Lutherjaar

Nadat 13 jaar geleden de 500-ste geboortedag van de hervormer werd gevierd, zijn er dit jaar maar liefst drie aanleidingen om uitvoerig stil te staan bij leven en werken van de Augustijner monnik, die een revolutie ontketende.

In februari was het 450 jaar geleden dat hij overleed; afgelopen maand was het 475 jaar geleden dat hij weigerde zijn opstandige geschriften te herroepen en deze maand wordt herdacht dat Luther in mei 1521 naar de Wartburg werd gebracht, waar hij met een ander levenswerk begon, de vertaling van de bijbel in het Duits. Reden genoeg om de voetsporen van Maarten Luther te volgen.


Zoals u weet, mag onze broeder Evangelist C.A. van den Boogaart werken vanuit het Zuid-Limburgse Bunde. Alle dorpen in de omgeving gaat hij af om mensen trachten te Iwinnen voor de dienst van de Heere Jezus. Er zijn altijd allerlei dingen die het Evangelie tegenstaan. Daar kan ook een krantenartikel aan meewerken. Al is het misschien onbedoeld. Wij geven op de volgende bladzijden een artikel uit het 'Limburgs Dagblad' weer. Dit is de meest gelezen krant van Zuid-Limburg. U zult begrijpen dat een dergelijk artikel geen winst is voor het werk van onze broeder en zijn vrouw. Laat het lezen van dit stuk ons allen aansporen tot gebed, opdat hij zijn werk mag doen, gedragen door het gebed van velen.


In het boekje 'Wat Maarten Luther voor mij betekent' geven 50 'prominente persoonlijkheden uit politiek, kerk en samenleving' antwoord op deze in dit Lutherjaar opeens weer prangende kwestie. In het werkje wordt heel wat gefilosofeerd over de actualiteit van de hervormer voor het huidige tijdsgewricht, dat, zo kunnen we in veel bijdragen lezen, net als het zijne een tijd van 'grote onzekerheid en veranderingen' is. Het doet vaak wat geforceerd aan, maar dat schijnt bij andere, eerdere Luther-herdenkingen niet anders te zijn geweest. In 1817, toen de Duitsers mochten herdenken dat het 300 jaar geleden was dat Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de Slotkerk in Wittenberg nagelde, verzuchtte de grote dichtervorst Goethe in een brief aan een vriend: 'onder ons gezegd en gezwegen, aan de hele affaire is alleen Luthers karakter interessant; de rest is flauwekul'. De bewoners van Wittenberg, Eisleben, Eisenach en al die andere steden waar Luther zijn sporen heeft achtergelaten, kunnen inmiddels een eigen, niet minder actueel antwoord geven. Voor hen betekent Luther vooral toeristen en dus vaak goede zaken en soms overlast.

Toeloop

Met name Wittenberg mag zich verheugen over een grote toeloop van mensen die wel eens willen weten 'hoe het toch ook al weer zat met die Luther'. Opvallend is dat de meeste Luther-toeristen op zijn minst van middelbare leeftijd zijn. De jeugd heeft duidelijk minder belangstelling voor het leven en werk van de grote hervormer. In de Slotkerk hangt een klas pubers verveeld in de kerkbankjes, terwijl de lerares de revolutionaire betekenis van de 95 stellingen tegen de handel in aflaten uitlegt. Ze houdt daarbij gemakshalve maar de legende in stand dat Luther zijn bezwaren tegen deze praktijk, waarbij de gelovige tegen een pittig bedrag zijn zonden kon afkopen, daadwerkelijk aan de kerkdeur vast spijkerde.

Als ze zou vertellen dat deze van symboliek druipende gebeurtenis, - elke hamerslag dreef een nagel in de doodskist van de kerkelijke eenheid zou je kunnen zeggen -, waarschijnlijk niet heeft plaatsgevonden, maar dat Luther zijn bezwaarschrift voor aartsbisschop Albrecht van Mainz met de post heeft meegegeven, zou het verhaal voor hen vermoedelijk ook het laatste restje drama verliezen.

De Luther-ronde door het centrum van Wittenberg is een wandeling door de geschiedenis. Wie van de laat-gotische Slotkerk naar het voormalige Augustijner klooster, het huidige Luthermuseum, wandelt, struikelt over de historische monumenten. De meeste zijn prachtig gerestaureerd. Dat is al begonnen in de laatste jaren van de DDR, toen de eerste Duitse arbeiders- en boerenstaat haar ideologische reserves tegen de 'vorstenknecht' opgaf en dacht van diens reputatie als goede Duitser te kunnen profiteren.

Standbeelden

Het pronkstuk is het schitterende renaissance-raadhuis op de markt, waar ook de standbeelden van Luther en zijn medestrijder Philipp Melanchton, de 'Erasmus van Wittenberg' staan. Voor ze in haar laat-nationalistische fase kwam, heeft de DDR het culturele erfgoed dat ze mocht beheren, ernstig verwaarloosd. Daarom valt er in het zevende jaar na de Wende nog heel veel op te knappen. Het Cranach- huis bijvoorbeeld, waar de grote schilder Lukas Cranach de Oudere zijn atelier had, is nog steeds een pittoreske bouwval. Het geld voor de restauratie moet nog gevonden worden.

Ook de Mariakerk verkeert nog in staat van verval. De ornamenten zijn aangevreten door de zure regen, muren moeten opnieuw gevoegd worden, wie hard met de vermolmde deuren slaat, moet er op bedacht zijn dat de kerk instort. Alleen, en dat is toch opmerkelijk, het reliëf van het 'Jodenzwijn' heeft de tand des tijds goed doorstaan.

Dit reliëf geldt als de oudste antisemitische karikatuur in Duitsland. De uit de 13-de eeuw stammende afbeelding toont een zwijn, een in de joodse cultuur onrein dier, dat mensen vertrapt. Dat het aangebracht is op Luthers favoriete kerk is een toevallige, maar niet van belang gespeende bijkomstigheid.

Eén van de dingen waar in dit Lutherjaar met een grote boog omheen wordt gelopen, is het antisemitisme van de hervormer. Naar aanleiding van zijn 450-ste sterfdag (18 februari) verschenen er volgens goed Duitse gewoonte zeer lange en zeer doorwrochte beschouwingen in de kranten. De betekenis van zijn werk, zijn karakter, zijn relatie tot zijn vrouw, kinderen en vrienden, het werd allemaal van alle kanten belicht. Alleen de schuimbekkende tirades tegen de joden werden niet of nauwelijks vermeld.

In januari 1543, drie jaar voor zijn dood, publiceerde Luther een pamflet, 'Over de Joden en hun Leugens', dat een regelrechte oproep tot een pogrom is. Het zou te ver voeren om alle zeven punten van dit programma uitputtend te citeren, maar een paar mogen niet onvermeld blijven.

Ten eerste: men moet hun synagogen en scholen in brand steken en wat niet branden wil met aarde bedekken, zodat het voor eeuwig verborgen blijft'.

Ten tweede: men moet ook hun huizen afbreken en verwoesten, want daar doen ze het zelfde als in hun synagoges. Men moet ze, net als zigeuners, onderbrengen in een tijdelijk onderkomen of stal'.

Ten vierde: men moet hun rabbi's op straffe van de dood verbieden hun leer te verkondigen'.

Ten vijfde: men moet het recht op vrijgeleide opheffen, want ze hebben hier niets te zoeken'.

Ten zesde: moet men hen de woeker verbieden en al hun geld, goud, zilver en sieraden afpakken'.

De laatste zin van deze passage luidt: 'En daarom voor altijd weg met hen'. 400 jaar later hebben de nazi's de daad bij deze woorden gevoegd.

De theoloog en historicus Heik Oberman wijst er in zijn boek 'Luther, mens tussen god en duivel' op dat ook de jongere Luther weinig mededogen kende met zijn tegenstanders; Luther had de neiging deze te demoniseren. Katholieken deugden niet.

En tijdens de boerenoor log (1524-26) schreef hij een van haat gloeiende brochure waarin hij vorsten oproept geen genade te kennen met de opstandige boeren. 'Men moet ze overhoop steken, wurgen en vernietigen. Het is nu de tijd van de toom en het zwaard, niet van de genade'. Aan deze tekst dankte hij in de DDR de naam een 'vorstenknecht' te zijn.

Dat is niet helemaal terecht. Luther kroop voor niemand door het stof en dus ook niet voor de adel. Hij trok regelmatig fel van leer tegen de 'grote Hanzen' van deze wereld, die hij er fijntjes aan herinnerde dat volgens de schrift 'de eersten de laatste zullen zijn'. Dat was een boodschap die er bij de lagere standen inging als gods woord in een ouderling.

Keerpunt

Luthers optreden voor keizer Karei V tijdens de rijksdag in Worms in april 1521 is zonder overdrijving een keerpunt in de Europese geschiedenis geworden.

Als Luther toen onder de druk was bezweken en zijn geschriften had herroepen en Karei de rebelse monnik in de ban had gedaan, was het een zaak geworden die vermoedelijk in een voetnoot in de kerkgeschiedenis was afgedaan. Nu voltrok zich een schisma met niet alleen revolutionaire gevolgen voor de kerk, maar ook voor de politieke ontwikkeling van West-Europa.

Op school hebben we geleerd dat Luther zijn pleidooi, waarin hij zijn standpunten verdedigde, besloot met de woorden:


SOLA VIDE SOLA GRATIA SOLA SCRIPTURA


'Hier sta ik. Ik kan niet anders. God helpe mij. Amen.'

De woorden die Luther in Worms uitsprak, zijn dramatisch genoeg, maar missen de Hollywood- achtige bondigheid en spanning van het schoolboek. 'En zolang mijn geweten door Gods woord gevangen is, kan en wil ik niets herroepen omdat het gevaarlijk is en de zaligheid bedreigt iets tegen het geweten in te doen. God helpe mij. Amen'.

Luthers kritiek op de heilige moederkerk had toen al de fundamenten van het gebouw bereikt. Zoals zoveel grote revolutionairen was Luther in de eerste plaats een 'versimpeler'. Hij zette praktisch de hele theologie van zijn tijd bij de vuilnisbak en verving haar door drie principes waarvan de formulering het effect had van een goede slagzin: Alleen door het geloof, alleen door de genade en alleen door de schrift. Dat betekende dat alleen wie oprecht geloofde door de genade gods een kans had zalig te worden en dat de bijbel en niet de paus het laatste woord had. Daarmee had hij zich definitief buiten de R.-K. Kerk geplaatst.

Luther was een ketter en dus vogelvrij. Om te voorkomen dat hij in de handen zou vallen van zijn vijanden, werd hij op weg van Worms naar huis op bevel van zijn beschermheer Frederik de Wijze van Saksen 'overvallen' en naar het kasteel De Wartburg bij Eisenach gebracht. Bijna een jaar woonde Luther als 'ridder Joerg' op dit laatromaanse slot, dat in 1817 het decor zou worden van de eerste grote manifestatie van het Duitse nationalisme en waar, een andere sinistere voorbode, een grote boekverbranding werd gehouden.

Daar begon hij aan het werk, waarmee hij een ander, onuitwisbaar stempel zou achterlaten, de vertaling van de bijbel in het Duits.

Voor veel denkers, schrijvers en historici is dat de prestatie waarmee hij zich bij hen vooral onsterfelijk heeft gemaakt. Het nieuwe testament was al eerder in het Duits vertaald, maar in een taal die doods en gekunsteld was, zoals bijvoorbeeld het Nederlands in de Historiën van P C. Hooft. Luther schreef een levend, de spreektaal volgend Duits, zodat zijn bijbelvertaling volgens de 19-de eeuwse filosoof en taalvirtuoos Friedrich Nietzsche het 'tot nog toe beste boek in het Duits' was. 'Tot nog toe', want Nietzsche meende in alle bescheidenheid dat hij niet in zijn 'Also sprach Zarathustra', het Duits van Luther had overtroffen.

Hoe Luther 'als mens' was, kan aan de hand van wat er over hem bekend is, wel ongeveer geschetst worden. Hij was conservatief, autoritair, opvliegend, had een boers gevoel voor humor en voor zijn tijd vrijzinnige opvattingen over seksualiteit. Hij had problemen met zijn stoelgang, last van nierstenen en oorsuizingen die tegenwoordig toege schreven worden aan de ziekte van Menière. Van de feministische theologie had hij niets moeten hebben evenmin van de christelijke vredesbeweging.

Zijn tegenstanders hebben hem wegens zijn erotische vrijmoedigheid wel eens liederlijk gedrag in de schoenen willen schuiven maar van buitenechtelijke losbandigheid is niets bekend. Het huwelijk met Catharina van Bora, een voormalige non, was ook in dit opzicht goed.

Ook zijn aanhangers wisten met deze kant van zijn persoonlijkheid geen raad. Daarom bleef één van de aardigste brieven die hij zijn vriend Spalatin naar aanleiding van diens huwelijk schreef, lang veronachtzaamd. 'Je moet als je met je Catharina naar bed gaat en haar omhelst dit denken. Dit mensenkind, dit prachtige schepsel Gods heeft Christus me geschonken.

En op de avond van de dag dat je volgens mijn berekening deze brief moet hebben ontvangen, zal ik mijn vrouw op dezelfde wijze beminnen en zo met jou verbonden zijn'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1996

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

IN DE VOETSPOREN VAN MAARTEN LUTHER

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1996

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken