Ratzingers trilogie oogt niet specifiek rooms
Vorige maand trad paus Benedictus XVI af. In orthodox-protestantse kring heeft hij veel goodwill gekweekt, maar hoe reformatorisch was Joseph Ratzinger werkelijk? In zijn Jezus-trilogie komt het orthodox-roomse hoogstens versluierd aan de orde. Wellicht dat paus Benedictus daarom de harten van veel reformatorischen stal?
Ratzinger was jarenlang voorzitter van de Congregatie voor de Geloofsleer, die de leer van de Rooms-Katholieke Kerk bewaakt en verantwoordelijk is voor heel wat onderzoeken naar omstreden theologen. Eerst was hij een redelijk open theoloog en collega van de progressieve Hans Küng in het Duitse Tübingen, later ontwikkelde hij zich in orthodoxe richting, om uiteindelijk gekozen te worden als paus. In protestantse kring wordt Ratzinger gezien als een bondgenoot in de strijd tegen de vrijzinnigheid en de secularisatie van kerk en samenleving. Hij komt op voor de zekerheid van de christelijke waarheid tegenover de moderne geest van het relativisme.
Christologisch
Ratzinger heeft vooral veel goodwill gekweekt met zijn Jezustrilogie. In het eerste deel, “Jezus van Nazareth. Van de doop in de Jordaan tot de Gedaanteverandering” (2007), neemt hij stelling tegenover de moderne, liberale theologie. Hij kiest duidelijk voor een christologische hermeneutiek die Jezus Christus als sleutel tot het geheel van de Schrift beschouwt en de Bijbel als een eenheid ziet. In zijn inleiding omschrijft Ratzinger zijn eigen positie binnen de moderne theologie c.q. historisch-kritische methode. Voor de paus staat vast dat de historische methode een essentiële dimensie van het exegetische werk is en blijft. Het is immers wezenlijk eigen aan het Bijbelse geloof dat het betrekking heeft op werkelijke, historische gebeurtenissen. Maar de historische methode heeft haar beperkingen, omdat zij zich alleen richt op (teksten in) het verleden, zonder deze eigentijds te kunnen maken.
RATZINGER: “DE MENS IS VERWOND IN ZIJN MENSELIJKE NATUUR.”
Ratzinger kiest voor de ”canonieke” exegese, die de Schrift wil verstaan in de geest waarin hij geschreven is en de Schrift als één geheel ziet. Oude en Nieuwe Testament horen bij elkaar. Ratzinger erkent dat de concentratie van de Schrift op Christus een geloofsbeslissing is, die niet voortkomt uit een louter historische methode. Ratzinger wil de historische Jezus en de Christus van het geloof dicht bij elkaar houden. Hij staat kritisch tegenover pogingen om de christologie van de eerste gemeente vanuit de “gemeentetheologie” van de eerste christenen te verklaren. Ratzinger plaatst Jezus duidelijk als de tweede Persoon in de Drie-eenheid, omdat Jezus de Zoon van God is en als Zoon in gemeenschap met de Vader leeft. Hij keert zich tegen de moderne theologie om de Persoon van Christus steeds verder te vervluchtigen. Er staan lezenswaardige passages in deel I van zijn Jezustrilogie die exegetisch diepgravend zijn, steeds belicht vanuit het Oude Testament en de joodse traditie. Ratzingers boek onderstreept voortdurend de eenheid van de Schrift. Staande in de traditie van de kerk van alle eeuwen, laat hij regelmatig commentaren van kerkvaders aan het woord.
Verwonde natuur
Is het te merken dat het boek door een paus geschreven is? Het antwoord is dat dit meestal niet direct te merken valt. Het themaregister vermeldt nergens begrippen zoals paus, Maria, mis, celibaat en Petrusambt. Ratzinger houdt zich op dit punt duidelijk in, zo zou je het ook kunnen formuleren. Hij zegt in zijn voorwoord dat dit boek op generlei wijze “een document van het leergezag is.” Toch zien we hier en daar zijn rooms-katholieke achtergrond duidelijk naar voren komen.
Dat blijkt uit zijn aandacht voor de kerk. Schrift en kerk zijn in de Romana immers nauw met elkaar verbonden. Het “volk Gods”, de kerk, is het levende subject van de Schrift, de diepere “auteur” van de Schriften, aldus Ratzinger. Door het sacrament van de doop wordt de mens ingelijfd in de kerk en ontvangt hij de genade. De doop ziet Ratzinger als het sacrament van de moederschoot, namelijk de kerk die de dopeling opneemt en aanneemt. Ook ruimt hij veel aandacht in voor de rol van Petrus, al noemt hij het Petrusambt (wijselijk?) niet.
Opvallend is verder zijn optimistische visie op het heil. Ratzinger schrijft gloedvol over het mysterie van het mens-zijn, dat zijn vervulling vindt in God. Maar het blijft vaak een ongebroken relatie met God, nauwelijks aangetast door de zonde. Volgens Rome is in de zondeval het bovennatuurlijke van de mens weggenomen, maar blijft de natuur intact. De mens is niet geheel door de zonde aangetast en verdorven. Hij is halfdood, zoals blijkt uit Ratzingers beschrijving van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. “De mens is beroofd van de glans van het bovennatuurlijke en verwond in zijn menselijke natuur”, zo citeert hij de scholastici in de middeleeuwen.
Zelfgave van de Heer
De roomse invloed in zijn Jezusboek is het duidelijkst te vinden op het punt van de eucharistie. Daarin ligt immers het hart van Rome. In de eucharistie legt God Zich daadwerkelijk in onze handen, aldus Ratzinger. De vierde bede van het Onze Vader, “Geef ons heden ons dagelijks brood”, ziet de schrijver als een gebed om de eucharistie. Volgens hem hebben de kerkvaders dit “nagenoeg eenstemmig” zo verstaan. Ook de terugkomst van de verloren zoon eindigt in een feestmaal, “het feest van de eucharistie dat vooruitgrijpt op het eeuwige feestmaal.” De mensgeworden Zoon schenkt Zich aan ons weg in het sacrament. In de eucharistie schenkt God ons het ware manna waarop de mensheid wacht, omgekeerd kunnen wij door de “”lijfelijke” zelfgave van de Heer” met Hem Zijn geestelijke weg gaan.
Ratzingers tweede Jezusboek, “Jezus van Nazareth. Van de intocht in Jeruzalem tot de opstanding” (2011), gaat verder in op de thematiek. Ratzinger houdt tegenover de moderne theologie vast aan de idee van een zoenoffer of genoegdoening, hoezeer deze ook voor het moderne levensgevoel onbegrijpelijk is. Juist het kruis is de radicalisering van Gods onvoorwaardelijke liefde. God schenkt Zichzelf weg tegen alle menselijke afwijzing in. De idee van de plaatsbekleding doordesemt de hele godsdienstgeschiedenis: kwaad moet worden verzoend, rechtvaardigheid moet worden hersteld.
Ratzinger houdt een pleidooi voor het historisch getuigenis van kruis en opstanding, tegenover de moderne historische kritiek. Als de wetenschap bewijst dat wezenlijke woorden en gebeurtenissen onmogelijk kunnen plaatsvinden, dan verliest het geloof de grond waarop het staat. Omgekeerd mag van de historische wetenschap geen absolute zekerheid verwacht worden over elk detail, omdat ze die niet kan leveren. Het accent dat Ratzinger legt op de historische betrouwbaarheid van de nieuwtestamentische geschiedschrijving geldt ook de opstanding. Het verlichte denken zegt dat het niet echt zo gebeurd kan zijn. Natuurlijk kan er geen tegenspraak bestaan met wetenschappelijke bevindingen, maar in de opstandingsgetuigenissen wordt echter over iets gesproken wat in onze ervaringswereld niet voorkomt. Het wezen van de opstanding is enerzijds dat ze het kader van de geschiedenis doorbreekt, maar anderzijds niet buiten of boven de geschiedenis staat.
Petrus
Hoe (rooms-)katholiek is dit boek? Het valt op dat de eucharistie weer een belangrijke rol speelt. Als Ratzinger schrijft over Palmzondag, dan is dit niet iets uit een ver verleden. “Zoals de Heer op een ezel de heilige stad binnentrok, zo zag de kerk Hem steeds opnieuw binnenkomen in de eenvoudige gedaante van brood en wijn.” De Kerk begroet de Heer in de eucharistie als iemand Die hier en nu in haar midden komt én als Degene Die nog steeds moet komen en Die ons leidt naar Zijn komst. De kerkvaders hebben volgens Ratzinger in de stroom van bloed en water die uit de zijde van Jezus liep een beeld voor de beide basissacramenten –eucharistie en doop– onderkend.
Het rooms-katholieke blijkt ook in de waarde die Ratzinger hecht aan de grote betekenis van de kerk, met name als zichtbare eenheid ten overstaan van de wereld. Een onzichtbare eenheid van de christelijke gemeente is niet genoeg. Ratzinger noemt in dit alles niet de Rooms-Katholieke Kerk, maar deze speelt ondertussen op de achtergrond wel een rol. Temeer daar hij de eenheid van de jonge kerk bouwt op het geloof van Petrus, die namens de apostelen van Jezus belijdt dat Hij de Zoon van God is. Aan het slot van zijn boek onderstreept Ratzinger de bijzondere positie van Petrus. Immers toont Jezus Zich na de opstanding eerst aan hem, voordat Hij Zich aan de twaalf openbaart, en herhaalt Hij driemaal de opdracht om Christus’ kudde te weiden, de opdracht de rots te zijn waarop de kerk is gebouwd.
RATZINGER: GODS MACHT IS GEBONDEN AAN HET “JA” VAN DE MENS.
Nieuwe Adam
Ook typerend is het accent dat Ratzinger legt op de aanspraak van Jezus aan het kruis tot Johannes: Zie uw moeder. Het leidt bij hem tot een “hoge” opvatting van Maria. Vanaf dat uur nam de discipel haar in huis op. Maria en de lievelingsdiscipel zijn een typevoorbeeld voor het leerlingschap. “Aan de leerling, die echt leerling is in de liefdevolle gemeenschap met de Heer, wordt de vrouw toevertrouwd: Maria – de Kerk. (…) Telkens weer is het de opdracht van de leerling om Maria als persoon en als Kerk in zichzelf op te nemen en zo de laatste opdracht van Jezus te vervullen.”
Ratzinger schrijft in zijn derde boek over Jezus, “Jezus van Nazareth. Proloog. De kinderjaren” (2012), hoe cruciaal de rol van Maria is in het antwoord op de engel Gabriël. Jezus is de nieuwe Adam, een nieuw begin uit de maagd die zich geheel ter beschikking stelt van wat God wil. Een nieuwe schepping begint, maar die is verbonden aan het vrije “ja” van de mens Maria. Het is een typerende rooms-katholieke gedachtegang: de mens werkt samen met de genade. Zo ook bij Maria, die in antwoord op de engel zegt: Mij geschiedde naar uw woord. “God klopt bij Maria aan en heeft de medewerking van de menselijke vrijheid nodig. De mens is vrij geschapen, Hij kan de mens niet verlossen zonder dat die vrijwillig “ja” zegt op wat Hij wil. Toen Hij de vrijheid schiep, maakte Hij Zich in zekere zin afhankelijk van de mens. Zijn macht is gebonden aan het nietafdwingbare “ja” van een mens.”
Traditie
Het getuigenis van de hele Heilige Schrift laat er volgens Ratzinger geen twijfel over bestaan dat genade en vrijheid nauw met elkaar verweven zijn. Wij kunnen ze niet in heldere formules vatten. “Het blijft waar dat wij niet zouden kunnen liefhebben als God niet eerst van ons had gehouden. Gods genade gaat ons altijd vooraf, ze omvat en draagt ons. Maar het blijft ook waar dat de mens geroepen wordt om zelf ook lief te hebben; dat hij geen willoos werktuig van Gods almacht blijft, maar in die liefde mee moet doen of ook Gods liefde kan weigeren.”
Ratzingers werken over Jezus vertegenwoordigen een klassiek denkpatroon, dat katholieke trekken heeft in de goede zin van het woord, maar waar het specifiek-roomse vaak slechts op de achtergrond aanwezig is. Toch moeten we niet vergeten dat Jezus niet “los” verkrijgbaar is bij Rome, doch ingebed is in de Traditie, die het rechte licht op Jezus soms (flink) kan verduisteren. Daarom is het verstandig om bij deze Jezustrilogie ook andere werken van Ratzinger te betrekken. Het breekpunt bij de Rooms-Katholieke Kerk, en ook bij Ratzinger, in het gesprek met de kerken der Reformatie vormen vaak de kerk, de eucharistie en het Petrusambt. Maar dat mag ons niet verhinderen om het positieve in deze Jezustrilogie te waarderen, die zonder meer een verademing is ten opzichte van heel wat vrijzinnige theologie over deze thematiek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
