Gebed van een boetvaardige zondaar
UIT DE SCHAT DER EEUWEN
O God, U woont in een ontoegankelijk licht! U bent verborgen, onzichtbaar voor onze aardse ogen, onbegrijpelijk voor ons verstand, onuitsprekelijk voor mensen- en engelentongen! U, ongrijpbare God, zoek ik! Ik roep tot U, onuitsprekelijke God, U bent overal zoals U bent. Ik weet het, U bent het allerhoogste Wezen. Ik kan geen naam vinden die ik Uw onuitsprekelijke Majesteit kan geven. U, o God, bent alles wat in U is, U bent wijsheid, goedheid, macht, hoogste zaligheid. U bent ook barmhartig – wat bent U zonder Uw barmhartigheid?
En ik – wat ben ik? Alleen maar ellende! Zie, o God, Die alleen barmhartigheid is, voor U staat de ellende. Daarom heb medelijden met mij! “Wees mij genadig, o God!”
Neem, o God, neem, o barmhartigheid, neem mijn ellende van mij weg, neem mijn zonden weg, want ze zijn mijn grootste ellende! Neem mijn ellende weg, toon Uw werk aan mij, bewaar in mij Uw kracht! “De afgrond roept tot de afgrond” (Psalm 42:8), de afgrond van de ellende roept de afgrond van de barmhartigheid, de afgrond van de zonden roept de afgrond van de genade. En zo slokt de ene afgrond de andere op, de afgrond van barmhartigheid slokt de afgrond van de ellende op. “Ontferm U over mij, o God, naar Uw barmhartigheid!”
Ontferm U over mij, niet naar de geringe barmhartigheid van de mensen, maar naar Uw grote onmetelijke, onbegrijpelijke barmhartigheid. Naar diezelfde grote barmhartigheid, zoals U de wereld liefhebt door Uw eniggeboren Zoon aan ons te geven. En welke barmhartigheid zou nog groter kunnen zijn? Welke liefde nog warmer? Wie durft het vertrouwen te verliezen? God werd Mens en is voor de mensen gekruisigd. Daarom ontferm U over mij, o God, naar deze grote barmhartigheid, waarin U Uw eigen Zoon aan ons hebt gegeven, door Hem zijn de zonden van de wereld weggenomen, alle mensen hebt U verlicht met het kruis, en alles wat in de hemel en op aarde is, vernieuwd. Was mij, o Heer, in Uw bloed, verlicht mij in Uw deemoed, vernieuw mij in Uw opstanding. Ontferm U over mij, o God, niet naar Uw geringe barmhartigheid – want klein is deze, als U de mensen alleen van de lichamelijke ellende bevrijdt–, groot is deze, als U de zonden wegneemt. En zo, naar deze grote barmhartigheid, heb medelijden met mij, o Heere, om mij tot U te bekeren, mijn zonden te vergeven en mij te rechtvaardigen door Uw genade.
Wie was Savonarola?
Savonarola (1452-1498) was een Italiaanse, dominicaanse monnik in Florence, waar hij prior was van het klooster San Marco. Hij kreeg bekendheid als een strenge boeteprediker, die op riep tot bekering en zich met felheid richtte tegen de wereldse levenshouding van de adel en de geestelijkheid. Daardoor viel hij bij hen in ongenade. Zijn tegenstanders, onder wie de frivole paus Alexander VI, zorgden ervoor dat hij tot de brandstapel veroordeeld werd.
In de gevangenis schreef hij een indrukwekkende uitleg van de vierde boetpsalm, Psalm 51. Bovenstaande tekst is een bloemlezing uit zijn aantekeningen bij deze psalm.
Hiëronymus Savonarola (1452-1498)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
