Genade plus?
VRAGENRUBRIEK
Wilt u reageren op dit artikel? Of heeft u zelf een vraag over het rooms-katholicisme of over het geloof of de Bijbel? Mail dan naar: karolien@irs.nu.
In de Reformatie zijn de drie “sola’s”, zoals we ze wel noemen, weer duidelijk naar voren gebracht. Sola gratia: door genade alleen, sola fide: door geloof alleen, en sola Scriptura: door het Woord alleen. Maar in de praktijk hebben wij mensen nogal eens wat moeite met dat woordje “alleen”. Is dat “alleen“ dan wel genoeg? Kunnen en moeten we er zelf ook niet wat aan toedoen? Dat “alleen” kriebelt vaak zo. We hebben dan ook de idee, bijvoorbeeld als het gaat om “alleen door genade” zalig worden, dat wij erbuiten gehouden worden. Nu is dat ook zo. God heeft niets van ons nodig en er kan ook niets van ons bij als het gaat om onze zaligheid. Toch willen wij mensen er altijd graag nog iets bij doen en er iets bij hebben. Het is het voor het idee van velen toch: genade + .... En die plus kan van alles zijn.
Bij deze en gene leeft dat in hun gedachten, maar anderen hebben het heel duidelijk uitgesproken en zelfs ook in de leer vastgelegd en vorm gegeven. Wij willen onze eigen verdiensten graag aan de genade toevoegen, om op die manier rechtvaardig voor God te kunnen verschijnen.
Nu zijn er wel gedeelten in de Bijbel waarbij toch de gedachte opkomt dat wij mensen inderdaad iets aan die genade moeten toedoen. Ook vanuit Kolossensen 1:24 zou de gedachte best kunnen opkomen. Ontbreekt er dan toch wat aan het werk van Christus? Vraagt het om aanvulling? Ik wil proberen wat nader op dit gedeelte uit de Kolossensenbrief in te gaan.
In Kol. 1:24 en 25 geeft Paulus uitleg over zijn werk als dienaar van het Evangelie. We zien dat vers 24 en 25 geschreven zijn in de ik-vorm. Dus woorden die heel persoonlijk getint zijn. Ging het in het voorgaande over de grote “Hij”, nu schrijft de apostel iets over de kleine ”ik” van de prediker, de dienaar van het Evangelie. Hij, die een gevangene is in de Heere. Paulus wil in deze verzen graag uitleggen wie hij is en wat hij doet.
De mensen moeten overtuigd zijn van zijn integriteit en betrouwbaarheid. Het feit dat hij gevangenzit, mag niet de gedachte oproepen dat deze briefschrijver maar een dubieus mens is, die wel wat op zijn kerfstok zal hebben en zich met van alles en nog wat inlaat. Nee, zijn gevangenschap, zijn lijden is heel duidelijk een lijden voor de zaak van Christus.
Getuige-zijn van het Evangelie brengt lijden (martelaarschap) met zich mee. Boodschap en boodschapper vormen als het goed is één geheel.
Maar hoe staat het er nu voor? Wel gemeente, zo schrijft Paulus, denk niet dat ik mij verheug in mijn lijden. Niemand is daar verlegen om.
Maar als dat lijden er nu wel is, dan mag er blijdschap in dat lijden zijn als duidelijk wordt dat dit een lijden is om Christus’ wil.
Zo wordt lijden vruchtbaar voor de verbreiding van het Evangelie en zo ziet de apostel zijn lijden dat hij nu ondergaat. Het is ook een lijden dat ik onderga voor u, Kolossensen. Het is lijden ten behoeve van de gemeente. Dit lijden van Paulus onderstreept nog eens de betrouwbaarheid van Paulus’ Evangelieverkondiging.
Maar nu schrijft Paulus heel letterlijk: “en wat mij betreft, ik ben aan het volmaken wat nog komen moet (het ontbrekende, wat nog openstaat) aan verdrukkingen van Christus.” Is Christus’ lijden dan niet genoeg geweest? Nee, dat bedoelt Paulus absoluut niet. Paulus’ lijden heeft alles te maken met het gaan van de apostel in het voetspoor van zijn Meester. De navolging van Christus brengt op die kruisweg lijden met zich mee.
Maar misschien moeten we als het gaat om dat “aanvullende van wat nog ontbreekt”, nog meer denken in de richting van het lijden van de gemeente van Christus in de eindtijd. En in dat lijden van de gemeente, en van de dienaren van het Evangelie in het bijzonder, zet zich Christus’ lijden voort, totdat de maat vol is en Christus terugkomt. We hebben op dat lijden in die eindtijd te rekenen. Willen we zo de “verdrukkingen van Christus” dragen totdat Hij komt? De apostel ondervindt dat lijden in zijn vlees, dat wil zeggen in de concrete werkelijkheid van zijn lichaam.
Er is dus geen sprake van een tekort in het volbrachte werk van Christus dat aanvulling behoeft van onze kant. Maar in de navolging van Christus hebben Zijn volgelingen (Zijn gemeente) alle dagen de doding van Christus om te dragen in hun lichaam, opdat Zijn leven in hen geopenbaard wordt (2 Kor. 4:10).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
