Drie boekjes om ’s avonds door te lezen
UIT DE SCHAT DER EEUWEN
Lees ’s avonds, als u naar bed gaat, eerst in drie boekjes, die u overigens steeds bij u behoort te hebben.
Het eerste boekje is oud, lelijk en vuil, met zwarte inkt geschreven. Het tweede is wit en liefelijk, met rood bloed geschreven. Het derde is blauw en groen, geheel beschreven met fijn goud.
Allereerst moet u uw oude boek doorlezen, dat is uw oude leven, dat zondig en gebrekkig is. Keer daarom tot uzelf in en open het boek van uw geweten, dat voor God en heel de wereld geopend zal worden in het oordeel. Uw geweten moet u onderzoeken en nagaan hoe u geleefd hebt en of u nalatig bent geweest in woorden, werken, begeerten, overpeinzingen en gedachten, […] in het toegeven aan zinnelijkheid, genot en gemakzucht. Hierin zult u zichzelf mishagen, en met de tollenaar neervallen op uw aangezicht, vóór uw hemelse Vader en vóór Zijn eeuwige barmhartigheid, en spreken met de profeet: “Heere, ik heb gezondigd: ontferm U over mij, arm en zondig mens!” […] Dan zal Hij van u wegnemen angst en vrees, twijfel en schrik en al wat Hem in u mishaagt. En Hij zal u geven geloof, hoop en vertrouwen op Hem, in al de dingen die nodig zijn in tijd en in eeuwigheid. Dan zult u verlangen Hem te loven en Hem getrouw te zijn tot in uw dood. En hiermede zult u dat oude boek neerleggen.
En u zult zich oprichten van uw knieën met dank en met lof, en uit uw geheugen het witte boek ophalen, dat is het onschuldige leven van onze Heere Jezus Christus. Zijn ziel is onschuldig, en de volheid zelf van alle genade, vurig rood van brandende liefde. Zijn lichaam is glorievol, schitterend wit, klaarder dan de zon, geheel doorwond van geselslagen en overgoten met kostbaar bloed. Dat zijn de rode letters, die ons tot tekenen zijn en bewijsbrieven van Zijn oprechte liefde. Maar de vijf grote wonden, dat zijn hoofdletters waarmede de hoofdstukken in dit boek beginnen.
En hiermee is het witte boek doorgelezen.
Sta dan op en hef uw ogen naar de hemel. Lees het derde boek, dat blauw en groen is, met fijn goud beschreven. Dat is het eeuwig hemels leven, want het hemels leven is helder, hemelkleurig gelijk de hyacintsteen. […]
En dit boek is geheel beschreven met fijn goud. Want elk liefderijk inkeren tot God is een vers met goud geschreven. Innig begeren, liefderijk aankleven, goddelijk verenigen, dat zijn de eeuwige verzen met goud geschreven in ons hemelse boek. […]
Bent u dan in Christus aan u zelf en alle dingen gestorven en met Hem verrezen in een nieuw, eeuwig leven, zoek dan en smaak de dingen die boven zijn en die eeuwig zijn. Let op uw drie boeken, ook al kunt u dit derde niet ten einde doorlezen.
Wie was Jan van Ruusbroec?
Jan van Ruusbroec werd in 1293 geboren in Ruusbroec, een dorpje bij Brussel. Hij stichtte de kloostergemeenschap Groenendaal in het Zoniënbos ten zuiden van Brussel, waar hij in 1381 overleed.
Ruusbroec is een belangrijke Nederlandstalige mysticus, die zich liet inspireren door onder anderen Augustinus. Het tekstfragment komt uit het boek “Vanden seven sloten”, dat Ruusbroec geschreven heeft voor jonkvrouw Margriet van Meerbeke, die in Brussel in een klooster leefde. De tekst is sterk ingekort.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2012
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2012
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
