In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Brief uit Cuba

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brief uit Cuba

ONTMOETING

6 minuten leestijd

Onderstaande brief uit Cuba werd geplaatst in het Spaanstalige magazine van IRS, En la Calle Recta (september/oktobernummer 2011).

Geliefde broeder van In de Rechte Straat,

Mijn naam is Carlos Sebastián Hernández Armas. Ik ben predikant van de baptistengemeente del Cotorro, in Havana, Cuba. Ik ben 39 jaar en getrouwd en heb een zoontje van 6 jaar. Mijn vrouw is in verwachting en, zo God wil, zal ons tweede kind geboren worden in augustus 2011. Ik schrijf u met het verlangen me te abonneren op uw geweldige blad, dat ik reeds vele jaren ken. Ik kom uit een katholiek gezin, en ik bekeerde mij tot het Evangelie van Jezus Christus toen ik 22 jaar was, in 1994. Sinds mijn bekering getuig ik van het Evangelie in mijn familie, in het bijzonder tegenover mijn moeder, een vrome katholieke vrouw, die het geloof ernstig neemt. In haar kerk gaf ze catechetisch onderwijs. Toen ik drie jaar was, overleed mijn vader. Na zijn overlijden had ik het moeilijk. Ons huis werd regelmatig bezocht door geestelijken en nonnen, met wie ik altijd een goede verstandhouding van respect en dialoog heb gehad.

Mijn moeder leerde langzamerhand ook het Woord van God kennen. In 1998 deed ze een geloofsgebed, waarop ze de Heere Jezus als haar enige en volkomen Zaligmaker ontving. Evenwel besloot ze de Katholieke Kerk in eerste instantie niet te verlaten, omdat ze geloofde dat ze de Bijbelse Jezus aan de kinderen in haar gemeente kon onderwijzen, evenals aan haar katholieke vrienden. Het is overbodig te zeggen dat ze veel beproevingen heeft gekend, maar ze bleef destijds vasthouden aan de traditionele kerk. In hetzelfde jaar, 1998, begon ik een studie aan het baptistenseminarie van Havana, Rafael Alberto Ocaña, een christelijke instelling met een goede naam. Toen ik als stagiair werkte in de Mojicakerk, ontving ik van een vrouw uit de gemeente verschillende exemplaren van En la Calle Recta, de jaargangen 1993 en 1994, die ik aan mijn moeder gaf. Het blad maakte grote indruk op haar en ze besloot de Katholieke Kerk te verlaten en zich te voegen bij de baptistengemeente in het dorp waar ik geboren werd. In het jaar 2000 liet ze zich naar Bijbels voorschrift dopen en vanaf die tijd is ze trouw aan de Heere. Ze is secretaresse geweest van de kerk en heeft gewerkt als evangeliste. Mijn moeder is bevriend gebleven met haar vroegere katholieke collega’s, tegenover wie ze getuigt van het geloof in de Heere. Steeds heb ik uw blad aangeprezen. Ik heb u ook al eens geschreven om me op te geven als abonnee, maar het lijkt erop dat mijn brief u niet heeft bereikt.

De kerk die ik dien, behoort tot het verband van de Westelijke Baptisten, een conventie van bijna 400 kerken in het westelijk deel van Cuba. Op dit moment ben ik een van de leiders van de conventie. Ik ben tweede secretaris van het secretariaat-generaal, lid van het uitvoerend comité en voorzitter van het departement Bijbels onderwijs (de zondagsscholen). Ook ben ik historicus en voorzitter van de historische commissie van de conventie en leraar geschiedenis van het christendom op het baptistenseminarie, waar ik het theologiediploma behaalde in het jaar 2002. Als leraar ben ik gewend uw blad aan te prijzen bij mijn studenten. Als ik lesgeef over het eerste Vaticaans concilie (1870) lees ik gewoonlijk de rede van de Kroatische bisschop Strossmayer (1815-1905) voor die in En la Calle Recta is gepubliceerd (januari/februarinummer, 1994). Een dezer dagen kwam een zuster van een naburige kerk met wie ik bevriend ben bij me. Ze zei: “Pastor, ik wil u dit blad geven, dat u zeker zult waarderen.” Wat een verrassing: het nummer van maart/april 2011 van En la Calle Recta! Ik zag dat het adres veranderd is en dat ik een mail kan sturen. Ik verlang er met heel mijn hart naar uw blad te ontvangen en ik wil u vragen het ook naar mijn moeder te sturen en naar het baptistenseminarie.

Carlos Sebastián Hernández Armas


In november 2011 bezocht ik Cuba, vergezeld door mijn vrouw. Gedurende twee weken gaf ik les aan een theologische opleiding op het eiland – niet dezelfde als die waar Carlos Sebastián doceert, – over de kleine profeten. Deze lessen worden mogelijk gemaakt door de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) in de Protestantse Kerk in Nederland en de Spaanse Evangelische Zending (SEZ). Voor die laatste organisatie werk ik in Spanje. Ook andere Spaanssprekende theologen reizen met enige regelmaat naar Cuba om er theologisch onderwijs te geven.

Nadat het werk op het seminarie gedaan was, reisden we terug naar Havana, waar ik op zondag twee keer voorging in een kerk die tot hetzelfde genootschap behoort als de school waar ik lesgegeven had. We hadden nog anderhalve dag over voor we terug zouden reizen naar Spanje. Ik herinnerde me dat ik van het kantoor van IRS de brief van Carlos Sebastián had ontvangen.

Het gelukte me de schrijver aan de telefoon te krijgen, hoewel hij nog maar een week telefoon had. We ontmoetten elkaar de volgende dag voor de kathedraal van Havana. Opnieuw vertelde hij over zijn leven in Cuba en over zijn geloof, maar ook over zijn werk als voorganger en docent in Cuba. Ik gaf hem voor zijn werk het Handboek kerkgeschiedenis”, dat ik de afgelopen jaren in het Spaans schreef. We wisselden ervaringen uit. Tussen Europa en Cuba zijn overeenkomsten, maar de verschillen zijn groter.

Cuba is geen gemakkelijk land om in te wonen, en velen, ook mensen met kerkelijke en pastorale verantwoordelijkheid, hebben het land verlaten. Carlos Sebastián had dit plan niet, maar hij kon wel begrip opbrengen voor degenen die zijn vertrokken. Hij onderscheidde drie types van voorgangers. Er zijn mensen die zonder vrees voor de gevolgen oppositie voeren tegen het regime van de Castro’s. Wat ze doen is dapper en verdient alle respect, maar het is de vraag of de kerk werkelijk gediend is met hun optreden. Soms is het beter dat deze mensen het land verlaten en de kerk van Christus in een ander deel van de Spaanstalige wereld dienen. Aan de andere kant zijn er mensen die op een bepaald moment de druk niet meer kunnen verdragen. Ze worden angstig en depressief en verliezen de veerkracht die ze nodig hebben voor het werk als pastor. Ook dezen kunnen beter het land verlaten, als ze daartoe de gelegenheid krijgen. Daartussenin bevinden zich de mensen die zich concentreren op hun pastorale taak. Ze laten zich niet uitdagen door het regime. Vaak moeten ze compromissen sluiten, maar ze denken aan de belangen van de kerk op de korte en de langere termijn. Deze voorgangers zijn op dit moment het meest waardevol voor Cuba. Want is het land echt gebaat bij een ineenstorting van het regime, of moet er worden gewacht op geleidelijke veranderingen die worden gedragen door een geestelijke vernieuwing? Onder deze omstandigheden doet Carlos Sebastián zijn werk.

We namen afscheid van elkaar, met de bedoeling het contact voort te zetten. Als red actie van En la Calle Recta hebben we Carlos Sebastián benaderd om artikelen te schrijven voor ons blad, om vanuit Cuba en Latijns- Amerika een specifieke bijdrage te leveren aan de dialoog met Rome.

hoofdredacteur van En la Calle Recta

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2012

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Brief uit Cuba

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2012

In de Rechte Straat | 16 Pagina's