In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Eigentijdse relikwieën, oeroude dwalingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eigentijdse relikwieën, oeroude dwalingen

6 minuten leestijd

Overal ter wereld wordt bloed van de in 2005 overleden paus Johannes Paulus II vereerd. Een bijgelovige praktijk, die stamt uit de eerste eeuwen van het christendom. Het concilie van Trente (1545-1563) probeerde de cultus wel wat te matigen, maar leerde toch dat de relikwieën vereerd moeten worden.

IIn de Rooms-Katholieke Kerk is sinds het tweede Vaticaans concilie (1963- 1965) heel wat ten goede veranderd. Helaas geldt dat niet voor de relikwieënverering. Die wordt eerder erger dan minder.

Wat de media daarover in de laatste maanden hebben bericht, doet denken aan middeleeuwse praktijken. Het ANP meldde onlangs dat in Mexico in de strijd tegen de drugscriminaliteit een processie het land zal doorgaan om de vrede te bewerkstelligen. Daarbij zal een ampul bloed van de overleden paus Johannes Paulus II als relikwie worden meegevoerd.

Een ander bericht: op woensdag 19 oktober kreeg in het Amerikaanse stadje Lawrenceville een kerk van Poolse immigranten door bemiddeling van de kardinaal van Polen een ampul met bloed van Johannes Paulus II. Deze relikwie is gevat in een gouden reliekhouder, waarin een cilindervormig flesje bevestigd is, met daaromheen in het Latijn de woorden “bloed van de zalige Johannes Paulus II.”

Ontstaan

Relikwieënverering is eeuwenoud. Het woord relikwie (of reliquie) stamt uit het Latijn en betekent overblijfsel of rest. In het kerkelijk spraakgebruik duidt men er in de eerste plaats het dode lichaam van een martelaar mee aan. Vervolgens ook een gedeelte van dit lichaam en verder alles wat aan de martelaar of de heilige toebehoorde, zoals zijn kleding en andere bezittingen.

De relikwieënverering komt al voor in de eerste eeuwen van het christendom. De lichamen van de martelaren werden vol piëteit begraven. Een van de oudste getuigenissen van relikwieënverering is het “Martyrium Ignatii”, de martelaarsakte van Ignatius. Omstreeks 115 werd Ignatius te Rome voor de wilde dieren geworpen. Zijn beenderen legde men later “als een kostbare schat in een schrijn vanwege de genade die in de martelaar woonde.”

Een ander oud getuigenis, het “Martyrium Polycarpi” gaat over Polycarpus, leerling van de apostel Johannes en bisschop van Smyrna. In dit geschrift wordt verteld hoe hij in het jaar 155 als martelaar de vuurdood heeft ondergaan. “Wij verzamelden later zijn beenderen, die kostbaarder zijn dan edelstenen en meer waard dan goud, en bestelden ze ergens op een geschikte plaats ter aarde” (”Martyrium Polycarpi” 18, 1).

Bij de relikwieën van martelaren herdacht men elk jaar de sterfdag van de desbetreffende bloedgetuige, het zogenaamde anniversarium. De gelovigen kwam dan bijeen om te bidden, waaruit het gebruik ontstond om op het graf van de martelaar een kerk te bouwen, wat de toeloop van pelgrims weer bevorderde.

Vanaf het begin van de vierde eeuw is de verering van de lichamen van martelaren algemeen verspreid. “Wij vereren de relikwieën van de martelaren om God, voor Wie zij gemarteld zijn, te aanbidden”, schrijft Hiëronymus ( ± 348-420) in een van zijn brieven. Op het tweede concilie van Nicea (787) wordt gezegd dat de relikwieën der heiligen “weldaden over ons” zijn en worden degenen die ze minachten, veroordeeld.

Middeleeuwen

In de middeleeuwen neemt de relikwieënverering langzamerhand bizarre vormen aan. Vrijwel alles was als relikwie bruikbaar, als het maar met een martelaar of heilige te maken had. Een haarlok, een tand, zelfs een splinter van het kruis van Christus.

Er komen allerlei uitwassen voor, tot en met de handel in “valse relikwieën.” De relikwieën verhuizen soms van de ene plaats naar de andere. Er ontstaat rivaliteit, zelfs roof. De kruisvaarders brengen allerlei ”heilige” resten mee uit het Heilige Land. Thomas van Aquino (1224-1274) is zeer terughoudend in zijn beschouwing van deze cultus en waarschuwt ernstig voor bijgeloof en dwaze gebruiken, maar er wordt niet naar hem geluisterd.

Reformatie

Tijdens de Reformatie hebben Luther en Calvijn en alle andere reformatoren zich fel verzet tegen deze verering. Ook de humanist Erasmus dreef er de spot mee.

Luther vermaande de keurvorst van Saksen, die in Wittenberg een grote verzameling relikwieën had aangelegd, en zei hem dat de verering daarvan in strijd was met Gods Woord.

Calvijn publiceerde in 1543 zijn “Traité des reliques” (Traktaat over de relikwieën). In dit werkje dreef hij op felle toon de spot met alle relikwieënverering. “Er liggen zo veel stukjes kruishout, over allerlei heiligdommen verspreid, dat er een schip mee te vullen zou zijn”, schrijft hij vol ironie. Niet minder ironisch is Marnix van Sint Aldegonde. In zijn bekende literaire werk “Den Byencorf der H. Roomsche Kercke” (1569) hekelt hij, in soms grove bewoordingen, de verering van allerlei relikwieën. In de trant van Calvijn deelt hij quasiobjectief mee dat van de drie koningen gezegd wordt dat ze in Keulen begraven liggen en ook in Milaan.

Het concilie van Trente probeerde de cultus wel wat te matigen, maar leerde toch dat de relikwieën vereerd moeten worden. Wie zegt dat ze onnuttig zijn en geen verering waardig, zal door de ban getroffen worden.

Welke argumenten voerde men op dit concilie aan om de verering van relikwieën te verdedigen? Er zijn drie motieven genoemd: “de lichamen van de heiligen, die eens levende ledematen waren van Christus en tempels van de Heilige Geest, geroepen tot de glorievolle verrijzenis” (25e zitting).

Vaticanum II

Het tweede Vaticaans concilie bouwt wat deze cultus betreft voort op de besluiten van het concilie van Trente en die van onder andere het tweede concilie van Nicea. In de “Constitutie over de heilige Liturgie” (§ 111) lezen we: “De heiligen worden in de Kerk overeenkomstig de traditie vereerd, hun echte relikwieën en hun beelden in ere gehouden.” Het adjectief “echte” is veelbetekenend. En in de “Dogmatische Constitutie over de Kerk” (§ 51) wordt opgeroepen de heiligenverering – inclusief de relikwieënverering– te zuiveren van alle misbruiken, tekorten en overdrijvingen die in de loop der eeuwen waren ontstaan.

Aan de hand van het nieuws dat ons nu bereikt over relikwieënverering kunnen we vaststellen dat die zuivering nog niet veel heeft opgeleverd. Formeel verzet de kerk zich tegen allerlei uitwassen van relikwieënverering, maar mede uit pastorale en pedagogische overwegingen wordt in de parochies veel getolereerd. Zeker in bedevaartsoorden is men erg ruimhartig, want de verering is ook financieel van belang. De gelovigen, met name de pelgrims die erop af komen, brengen immers geld in het laatje. Het toverwoord is in dit verband volksdevotie. Het volk wil dit nu eenmaal en weet niet beter. Volgens de rooms-katholieke theologie mag er dan een wezenlijk verschil zijn tussen eren en vereren, tussen bidden in de zin van aanroepen en aanbidden, in de praktijk wordt dat onderscheid maar al te vaak vergeten.

Deze cultus rond de resten van martelaren, hoe vroom en godvrezend die ook waren, is niet Bijbels en vervult ons met af keer. Ter verdediging beroepen roomskatholieke theologen zich op Handelingen 5:15 en 19:12, maar dit Schriftbewijs is aanvechtbaar.

Het gesprek met Rome moeten we blijven voeren, maar het gaat wel moeizaam zolang deze bijgelovige praktijken blijven bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2011

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Eigentijdse relikwieën, oeroude dwalingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2011

In de Rechte Straat | 16 Pagina's