De goede Herder
Dit heilige Evangelie is de zuiverste spiegel voor alle ware navolgers van Christus, maar tegelijk de veroordeling van alle valse kerkvorsten, die Christus de Heere niet navolgen.
De genaderijke Heiland legt daarin als fundament van het geloof dat Hij een goede Herder is. Hij is een goede Herder, niet zomaar toevallig, maar van eeuwigheid af als God. De overige herders zijn alleen maar toevallig goed. Want vaak zijn ze goed en vaak weer slecht, of zij kunnen dat ten minste worden. Christus echter kan niet slecht worden, want Hij is de eeuwige goedheid en barmhartigheid. Ook zegt Hij niet zomaar uit hoogmoed dat Hij de goede Herder is. Hij zegt het als waarachtig God en Mens, en daarom kan Hem geen hoogmoed of welke ander zonde ook, overvallen.
Hieruit ziet men echter ook dat niemand anders een zo goede herder worden kan zoals Christus de Heere het is. Ten tweede volgt hieruit dat niemand een goede herder worden kan als hem niet de genade van deze Herder ten deel valt. Ten derde is het onmogelijk dat men een of andere herder prijzen kan als deze niet Christus in hemelse deugden navolgt. Want elke deugd is een betrouwbaar punt te midden van zonden en moet zijn begin hebben van de Zoon van God. Zo dwaalt ook de mens en met name een geestelijke herder zover van de weg der waarheid af als hij in de navolging van Christus tekortschiet. Verder besluiten we hieruit nog dat men een priester en vooral de paus en de bisschop aan de overeenstemming van hun leven met de werken van Christus herkennen moet. Als zij Christus navolgen, dan dient men hen te eren, maar ze zijn te bestraffen als zij Hem niet navolgen.
Zoals men de goede herder kan herkennen, zo is ook een slechte herder gemakkelijk te herkennen. Christus noemt hem: een huurling, die de schapen in de steek laat en vlucht bij het zien van de wolf. Hierbij kan men opmerken dat iemand een huurling genoemd wordt, die voor een tijdelijk loon gehuurd is. Zo zijn dan ook alle priesters die wel een herdersambt op zich genomen hebben, maar Jezus Christus niet innerlijk aangenomen hebben, huurlingen.
Zij oefenen het ambt niet uit tot eer van God en de heilige Kerk, maar alleen om er zelf beter van te worden. Daarom zijn het slechte herders en zegt de profeet Ezechiël (34:2 e.v.) over hen: “Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?” Zo zegt u God Zelf dat herders die het volk niet weiden met het goddelijke Woord, verdoemd zullen worden.
Wie was Johannes Hus?
Bovenstaande tekst is ontleend aan een preek van Johannes Hus over Joh.10:11- 16. Johannes Hus werd omstreeks 1369 geboren in de Boheemse plaats Husinec, waarvan zijn achternaam is afgeleid. Hij studeerde theologie te Praag en werd daar in 1400 tot priester gewijd.
Aanvankelijk stond Hus in de gunst bij de koning en de aartsbisschop, maar dat veranderde toen hij allerlei misstanden en dwalingen in de kerk aan de kaak ging stellen. Dit leidde tot een heftige strijd, die uiteindelijk in zijn nadeel beslecht werd op het concilie te Konstanz (1414 – 1418).
Koning Sigismond had hem een vrijgeleide beloofd, maar onder druk van de geestelijkheid trok hij dat later in. Hus werd gevangengezet en op 6 juli 1415 als ketter op de brandstapel omgebracht. Hus is geen reformator in eigenlijke zin geweest, maar Luther achtte hem zeer hoog en zag in hem iemand die de Reformatie mede heeft voorbereid. De Rooms-Katholieke Kerk overweegt inmiddels het oordeel en de banvloek over Hus te herroepen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
