Brief
Geachte heer Van Velzen,
Zojuist hebben we uw artikel over de veertien staties gelezen. Een paar opmerkingen daarover.
We waren met onze kinderen met vakantie in Bretagne en ons kleindochtertje van toen vier jaar wilde steeds naar de plaatselijke kerk. Ze was onder de indruk van de veertien staties. Tot onze verbazing zei ze, nadat ze elke dag naar de kerk geweest was: ”Waar is het kruis zónder Jezus? Hij is toch oppetaan?”
Prompt vroegen wij ons af: waarom is de Rooms-Katholieke Kerk niet verder gegaan dan de begrafenis? Wilde ze blijven steken in de droef heid? Ook de Matthäus Passion van Bach gaat niet verder dan de begrafenis.
Nu kwamen we bij het opruimen van allerlei zaken een boekje tegen van Jean Guitton (28 januari 1982). Er staan prachtige schilderijen in van de veertien staties, maar hij heeft daar, in opdracht van een zekere generaal de Galbert, een vijftiende statie aan toegevoegd: ”Le Christ dans la gloire de la Résurrection”. De staties zijn te zien in l’Eglise Saint-Louis des Invalides.
We hebben het boekje uiteraard aan onze kleindochter laten zien, die intussen elf jaar geworden is, en we vonden het best bijzonder.
Hartelijke groeten,
G.M. van Velzen-de Kleuver
Antwoord
Beste mevrouw Van Velzen,
Dank voor uw reactie op mijn artikel over de veertien kruisstaties. Het was destijds een pientere opmerking van uw kleindochtertje. Ze zal in Bretagne ook wel onder de indruk geweest zijn van de ”Calvaire”, een uitbeelding van Golgotha die je vaak bij een kerkgebouw aantreft. Mijn vrouw en ik hebben er tijdens een vakantie daar verschillende gezien.
We moeten bedenken dat we hier te maken hebben met aanschouwelijk onderwijs, te vergelijken met de kerststalletjes. Het zijn de “boeken der leken”, waarover de Heidelbergse Cathechismus in af keurende zin spreekt. Zo is het ook met de kruisstaties.
Pas in 1625 zijn de staties XIII en XIV toegevoegd. De vraag waarom er geen vijftiende statie is gemaakt, te weten van de opstanding, is ook in rooms-katholieke Door drs. N. C. van Velzen kring punt van discussie. Doorslaggevend argument om dat niet te doen, is een overweging van liturgische aard: de kruisstaties roepen ons op om in het bijzonder op Goede Vrijdag te mediteren, en dan eindigt die dag inderdaad in verdriet. Christus is in het graf gelegd. Dan volgt Stille Zaterdag en pas dan, in de paasnacht, wordt de triomf van de opstanding van Christus gevierd.
Ook op andere manieren vestigt de Rooms-Katholieke Kerk de aandacht op het lijden en sterven van Christus: over het altaarkruis werd en wordt een doek van ondoorzichtige stof gedrapeerd. In de middeleeuwen, toen men veel waarde hechtte aan dit aanschouwelijk onderwijs, werd het kruis op de avond van Goede Vrijdag van de wand genomen en plechtig opgeborgen. In de paasnacht werd het dan weer opgehangen.
Ik heb verschillende meditatieboekjes over de kruisstaties, en daarin staat heel vaak bij de overweging van de veertiende statie (de graflegging) al een verwijzing naar de heerlijke verrijzenis van Jezus, zoals roomsen bij voorkeur zeggen
De filosoof en theoloog Jean Guitton is een belangrijke rooms-katholieke schrijver. Toen ik op de Evangelische Hogeschool (EH) werkte, heb ik een en ander van hem gelezen over ”christelijk studeren”, en dat was zeer de moeite waard. Het is interessant om te weten dat hij wel een vijftiende statie heeft gepropageerd.
Op de opmerking van uw kleindochtertje naar aanleiding van de af beelding van het ”corpus Christi” aan het kruis, zal ik nu niet ingaan. Misschien wijd ik daar nog wel eens een bijdrage aan.
Met hartelijke groet,
Drs. N. C. van Velzen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
