Een slecht rapport
In het kerkelijk leven wordt met regelmaat kerkvisitatie gehouden. Broeders van elders komen op bezoek om te spreken over het wel en wee van de gemeente. Als er reden tot dankbaarheid is, mag dat niet verzwegen worden. Maar als er zorgen zijn, moeten die ook eerlijk worden benoemd. Aan de classis wordt rapport uitgebracht.
De Koning van de Kerk houdt ook regelmatig kerkvisitatie. Wat zou Hij aantreffen? Wat zou er in Zijn rapport staan? Keer op keer waren de rapportcijfers uitermate bedroevend. Neem nu Zijn volk Israël. Grote dingen deed Hij voor hen. Zelfs dwars door de Rode Zee baande Hij een pad. Een paar dagen later is er van hun godsvertrouwen niets over en treffen we een mopperend volk aan. De vele eeuwen die het Oude Testament omspant, zijn samen te vatten met de teleurstellende conclusie: “En de kinderen Israëls deden wat kwaad was in de ogen van de Heere.” Een slecht rapport!
Nee, dan het Nieuwe Testament. De ouderlingen in Jezus’ tijd waren de grootste tegenstanders van de Zoon van God. Zijn huis had meer weg van een marktplein dan van een godsgebouw. Discipelen die ruziën wie de meeste is. Paulus en Barnabas wier wegen scheiden vanwege een verschil van inzicht. Een slecht rapport!
En zo is het in onze tijd nog. Kerkscheuringen. Kerkelijke gebrokenheid. Gelovigen die maar weinig uitstralen van de liefde van Christus. Kerken die meer bezig zijn met interne aangelegenheden dan om het zout der aarde te zijn. Een slecht rapport! Nee, van de kerk hoeven we niet zo veel te verwachten. Van kerkleden ook niet. Maar van de Koning van de Kerk mag onze verwachting zijn. Híj is de Eigenaar van Zijn Kerk. Hij is de Bruidegom van Zijn Kerk. Hij is het Die haar steeds weer opzoekt en, dwars door kerkelijke puinhopen heen, Zijn Koninkrijk bouwt.
Puinhoop
Zo was het ook in de tijd na de ballingschap. Grote dingen had de Heere gedaan, na jaren had Hij Zijn volk bevrijd. Ze mochten terugkeren naar hun land, naar het beloofde land, al hadden de meesten daar geen behoefte aan. Een minderheid ging toch. Je zou denken dat ze hun les geleerd hadden en de dienst van de Heere trouw zouden waarnemen. Niets echter daarvan. In het eerste hoofdstuk van de profeet Haggaï lezen we een aangrijpend visitatierapport: de Joden woonden in prachtige huizen, maar voor de herbouw van Gods huis was het de tijd nog niet. “Gij woont in gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn”? Een slecht rapport! Prachtige huizen, maar het huis van God was één puinhoop. Een waardeloze toestand! Zeventien jaar na de terugkomst uit Babel zijn ze nog niet verder gekomen dan het fundament en het altaar. Zeker, Gods huis moest gebouwd worden. Maar nu nog niet.
Is dat ook niet vaak de toestand van de kerk in onze dagen? Hoe vaak worden de verkeerde keuzes gemaakt. Hoe vaak belijden we Hem als Allerhoogste, terwijl Hij in ons leven helemaal niet de hoogste plaats inneemt?
Vrede
Een slecht rapport! Maar ook een genadig rapport. Een rapport waarin je de tranen proeft van de Koning Die het schreef. Een rapport dat een geweldig effect had. Het volk van Israël hoorde naar de stem van de Heere, gesproken door de mond van Zijn profeet. Het bekeerde zich. Dat bleek ook uit de vruchten; het volk ging werk maken van de herbouw van de tempel. Er kwam een nieuwe tempel, een huis waarvan de Heere beloofde: in deze plaats zal Ik vrede geven! Dat is wat we nodig hebben in onze dagen, in onze kerken. Boodschappers van God die, zoals Haggaï, geheel tot Zijn beschikking staan. Kerkgangers die de boodschap tot zich nemen en er daadwerkelijk gehoor aan geven. Maar vooral heeft de kerk haar Koning nodig. Hij Die zegt: In deze plaats zal Ik vrede geven!
57 cent
Het gebeurde jaren geleden in de Verenigde Staten. ’t Was ook een kerk met een slecht rapport. Het kerkje was klein en vervallen, maar er was geen geld voor nieuwbouw. Een klein meisje uit de gemeente werd ernstig ziek, kort daarna stierf ze. Op de avond van de begrafenis klopte haar vader aan bij de pastorie. In zijn hand had hij een envelop waar met kinderlijke letters op stond: “Voor de nieuwe kerk.” In de envelop zat… 57 cent. Ook in die tijd bepaald geen bedrag waarmee je een kerk kon kopen. Het trof de predikant diep en hij vertelde dit voorval aan vele anderen. Het bracht in de gemeente een herleving teweeg, gepaard gaand met een grote offervaardigheid. Dit meisje mopperde niet over de toestand van haar kerk, maar ze deed wat haar hand vond om te doen. Met haar handvol centen deed haar God grote wonderen. Die God leeft nog!
Gods scheppingswerk
– Creatie
– Deformatie
– Reformatie
– Transformatiee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
