Misbruik en bescherming
De berichten over misbruik van kinderen binnen de Rooms-Katholieke Kerk in de jaren zestig en zeventig houden aan. Toch kost het de kerkleiding grote moeite openlijk schuld te belijden. „Dit onbarmhartige gedrag is een voorbeeld van de kerk als menselijk stelsel dat voor alles gaat. Mijn vader, ds. H.J. Hegger veroordeelde dit sterk omdat een menselijk stelsel het levende Evangelie wegdrukt.”
De berichten over kinderen die in een religieuze context seksueel misbruikt zijn, vragen om doordenking. Ik wil vier belangrijke aandachtspunten noemen. Het eerste is de godsdienstige context van het misbruik. Om met seksueel misbruik dat gepleegd is binnen religieus gemotiveerde gezagsverhoudingen naar uiten te komen, is extra moeilijk.
Ik heb eens beschreven hoe gereformeerde daders godsdienstige opvattingen gebruiken om hun slachtoffers te verleiden, te vernederen en tot zwijgen op te leggen. Het slachtoffer krijgt niet alleen het gevoel de kerk te verraden, maar ook de God van de kerk. Een duidelijke afwijzing van dit godsdienstige taalgebruik door kerkleiders is een signaal aan slachtoffers dat misbruik niet deugt en dat ze in Gods Naam ruimte krijgen om met hun verhaal te komen. Dat heeft ook effect op de daders. Een dader vertelde me dat seksueel misbruik een tijdbom is. “Je bent steeds bezig om te voorkomen dat de bom ontploft, maar je weet dat het eens gaat gebeuren.” Deze duidelijkheid over de misstappen van geestelijken verwachtte ik in de Rooms-Katholieke Kerk. Daarin heb ik me vergist. Ook daar werd geprobeerd vooral een ontploffing voorkomen. Maar na de eerste verhalen is een kettingreactie ontstaan. De publiciteit gaf slachtoffers in allerlei landen de moed om eindelijk met hun verhaal te komen. In Nederland heeft de commissie-Deetman bijna 1800 meldingen van misbruik ontvangen.
Uit onderzoek in Boston en Ierland blijkt dat kerkleiders het instituut beschermden ten koste van de slachtoffers. Klachten werden niet serieus genomen en niet correct afgehandeld. Dat is een van de pijnlijkste uitkomsten, omdat het de slachtoffers extra belast heeft. De eed van trouw aan de Heilige Stoel, die de bisschoppen moeten afleggen, en de loyaliteit aan de kerk die dit meebrengt, worden gezien als medeoorzaak van de doofpotcultuur. Dit onbarmhartige gedrag is een voorbeeld van de kerk als menselijk stelsel dat voor alles gaat. Mijn vader, ds. H.J. Hegger, veroordeelde dit sterk omdat een menselijk stelsel het levende Evangelie wegdrukt.”
Het tweede is dat het misbruik voornamelijk jongens betreft. In Ierland was sprake van een verhouding van 2,3 jongens op 1 meisje. Bekend is dat misbruik voor mannen veel beschamender is dan voor vrouwen. Daarom kost het hun meer moeite ermee voor de draad te komen. In de hulpverlening is er veel minder aandacht voor mannen die misbruikt zijn dan voor vrouwen. Nog onlangs hoorde ik van misbruik van een veertienjarige jongen door een volwassen vrouw. Er was veel rumoer rond de vrouw, maar de jongen werd vergeten. Impliciet werd aangenomen dat hij het wel leuk gevonden zou hebben.
De combinatie van grootschalig seksueel misbruik van mannen in een godsdienstige sfeer is nieuw en de kennis voor behandeling ontbreekt in de geestelijke gezondheidszorg. De kerk zou er goed aan doen om de kennis om onderzoek naar de behandeling van mannelijke slachtoffers in een godsdienstige context, expliciet en financieel te stimuleren zonder zelf te willen controleren.
Ten derde is er voor zover ik weet nauwelijks aandacht voor het feit dat veel misbruik voornamelijk plaatsvond in internaten. De Amerikaanse socioloog Goffman sprak vijftig jaar geleden van totale instituties. Daarin vinden wonen, werken en vrijetijdsbesteding binnen één instelling plaats én is er een staf die de macht heeft. Elk aspect van het menselijk leven wordt in die omgeving gecontroleerd. Dat ontmenselijkt. Goffman noemt onder andere de kloosters als voorbeeld van een totale institutie. Zijn aanklacht leidde tot stappen (ook door de overheid) om dit soort instellingen open te breken. Het Ierse CICA- rapport wijst erop dat de meeste klachten de periode van institutionalisering betreffen (1936-1970). Het zou de moeite waard zijn als onderzocht werd welk beleid de bisschoppen hebben uitgezet om hun instellingen open te breken.
Ten slotte vraagt de christelijke geloofsgemeenschap om aandacht. Die is in verwarring. Het gevoel van beschaamdheid dat het misbruik gebeurt in een kerk die je lief hebt, roept boosheid en de neiging te ontkennen op. Misschien valt het mee of is het een onheuse aanval op de kerk, klinkt het wel eens. Maar de feiten zijn anders. Volgens een onderzoek in het bisdom van Dublin was er slechts sprake van één valse aangifte. De cynische reactie dat de kerk alleen maar hypocriet is, is een andere reactie.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden we als psychologen geconfronteerd met vrouwen uit reformatorische kerken die seksueel misbruikt waren in de familiekring. We zochten naar openheid om dit misbruik bespreekbaar te maken. Dat ging niet vanzelf. Ook daar was sprake van ontkenning en bagatellisering. Een les is dat het helpt als kerkleiders stelling nemen en actief zijn om het misbruik concreet te benoemen. Dat geeft een gemeente of parochie de mogelijkheid te reageren op misbruik.
Wees flink, zou ik kerkleiders willen zeggen. Spreek niet alleen over zonde en vergeving, maar ook over gerechtigheid, eerherstel en troost voor slachtoffers. Laat slachtoffers aan het woord. Erken je feilbaarheid en schaamte. Erken dat de kerk gefaald heeft om kinderen te beschermen. Durf terug te treden als je zaken hebt toegedekt. Creëer openheid om over seksualiteit te spreken. Bouw voor geestelijken die met jongeren werken controles in, wetend dat mensen zondig zijn. Onderzoek de kwetsbaarheid van je stelsel van loyaliteit aan Rome en van de geloften tot celibaat en gehoorzaamheid als voorwaarde om priester te worden. De kerk heeft zich vaker hervormd in perioden van diep verval.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
