Over het liefderijke gebed van Jezus voor Zijn vijanden.
Ik loof U en zeg U dank, Heere Jezus Christus, bron van goedheid en lieflijkheid, voor Uw volmaakte liefde en uw godvruchtige smeekbede voor hen die Uw vijanden waren en U vastnagelden aan het kruis. Want met Uw armen uitgestrekt op het kruis hebt U gebeden; U hebt vergiffenis voor hen verkregen en hun zonden goedertieren verontschuldigd met de woorden: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet, wat zij doen.”
O, woord vol zoetheid en genade, dat volstaat om de hardheid van elke zondaar te vertederen en te bekeren tot boetvaardigheid. O, allerliefste Jezus, hoe mild bent U in het vergeven, hoe licht bereid de verzoenende hand te reiken, hoe welwillend tot erbarmen. Hoe groot is Uw goedheid, Heere, voor allen, die U beminnen. U hebt immers uw verbitterde vijanden zoveel liefde bewezen. Want toen U daar hing aan het hoge kruis, bent U niet in toorn en verontwaardiging ontstoken op hen die U kruisigden, U hebt U niet willen wreken op uw beulen. Ook hebt U niet gebeden, dat de aarde hen levend verslinden zou, of dat een vuur uit de hemel de goddelozen in een oogwenk zou verzengen. U hebt echter als een weldoende dauw uit de hemel over uw hardvochtige vijanden dat verrukkelijk liefdewoord uitgesproken: “Vader, vergeef het hun.” In dit woord trad Uw alles overtreffende liefde aan het licht, gepaard aan Uw onuitsprekelijke zachtmoedigheid, waaraan niets bij machte was af breuk te doen en die zich niet weerhouden kon smeekbeden op te zenden. Zij schreeuwden: “Aan het kruis! Aan het kruis!” En U zegt: “Vader, vergeef het hun.” Zij dreven gruwelijke spijkers door U heen, en U verontschuldigt hun goddeloze misdaden zeggende: “Want zij weten niet, wat zij doen.” O, Christus, hoe wonderbaar is Uw goedheid!
En zo gaat het gedenkwaardige woord van Jesaja in vervulling, waarin wij over U de waarachtige profetie kunnen lezen: “Daarom draagt Hij de misdaad van velen, en bidt voor de zondaars, opdat zij niet ten onder zouden gaan.”
Wie zou dan nog wanhopen aan de vergeving van zijn zonden, wanneer zij, die de Schenker van vergeving kruisigden, zo grote goedheid ondervonden? Wanhoop niet, mijn ziel, al bent u ook schuldig aan vele misdaden. Hoewel u in velerlei hartstochten verstrikt bent en blootgesteld aan zware verzoekingen, toch hebt u in al uw ellende nog hoop op leven. De schatkamers van Zijn barmhartigheid staan wijd voor u open.
Thomas à Kempis (ca. 1380-1471)
Wie was Thomas à Kempis?
Thomas à Kempis werd omstreeks 1380 geboren in Kempen in het Rijnland en kreeg bekendheid als stichtelijk schrijver. Hij leefde als kloosterling op de Sint- Agnietenberg bij Zwolle en onderging de invloed van de Broeders des gemenen levens, de zgn. Moderne Devotie. Hij schreef veel mystiek getinte werken. Hij overleed in 1471.
Beroemd is zijn boek De Imitatione Christi, Over de Navolging van Christus, een bundeling van vier traktaatjes. Men beweert, dat het na de Bijbel het meest gedrukte boek ter wereld is. Ook in kringen van de Nadere Reformatie had men veel waardering voor dit boek, behalve voor het 4e traktaat, dat men te rooms vond. Voetius sprak van ‘het gulden boekske’ en gaf er een lovend getuigenis van.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2011
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
