Laat uw licht schijnen
Goede werken, we verdienen er de zaligheid niet mee. We dragen er zelfs geen steentje aan bij. Zalig worden kan alleen op grond van het werk van een Ander, de Zaligmaker der wereld. Tegelijk roept Hij Zijn volgelingen wél op om goede werken te doen, om Zijn licht te verspreiden in de duisternis.
Eén lamp
Mijn oma was een groot liefhebber van Terschelling. Elk jaar ging ze wel een keer op vakantie naar dit prachtige eiland, vaak in gezelschap van enkele (klein)kinderen. Een van de meest indrukwekkende dingen van Terschelling is de Brandaris, de 55 meter hoge vuurtoren, al eeuwenlang het visitekaartje van het eiland. Prachtig is het om te zien hoe in het donker van de avond de lichtbundel van de vuurtoren rondzwaait in de wijde omgeving. Nu heb ik me laten vertellen dat zo’n vuurtoren eigenlijk niet zo veel bijzonders is. Er brandt in een vuurtoren slechts één felle lamp. Lang niet sterk genoeg om kilometers ver weg nog gezien te worden. De lichtstralen van de lamp worden echter verspreid door een hele verzameling lenzen, die de lichtstralen vergroten en versterken. En dáárdoor is een vuurtoren kilometers ver te zien en dient hij als baken in zee.
Voor wat hoort wat
Daaraan moet ik vaak denken als het gaat over goede werken. Het is me (en velen met mij) met de paplepel ingegoten dat goede werken geen grond zijn om voor God te verschijnen. Zalig worden kan alleen door Jezus Christus, door Zijn volmaakte offer. Zijn vergeving ontvangen we met lege handen, met bedelaarshanden. En niet met handen die gevuld zijn met ónze prestaties en ónze verlangens. Tegelijk is het onmogelijk dat het geloof zonder goede werken blijft. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. De Heidelbergse Catechismus noemt deze goede werken “vruchten van dankbaarheid.” Nu zit dat voortbrengen van vruchten ons niet zo in het bloed. Wij zijn meer van het “voor wat hoort wat.” De Heere zorgt voor de zaligheid. En nu zijn wij aan zet. Nu is het onze beurt om iets voor Hém te doen. En ongemerkt zijn we hard aan het werk om onze goede werken te doen. Alsof we daarmee de Heere kunnen behagen. Dat is een doodlopende weg.
Licht der wereld
Het geheim van het geloofsleven is niet óns doen van goede werken. In de Bergrede, de grondwet van het Koninkrijk der hemelen, zegt de Heere Jezus tegen Zijn discipelen: “gij zijt het zout der aarde”, en “gij zijt het licht der wereld.” Nergens roept Hij hen op om het licht der wereld te zíjn. Want ze zijn het al. Ze hoeven het niet meer te worden, maar ze zijn het! Ze moeten ernaar leven. En blijkbaar is dat geen onnodige oproep. De Heere Jezus waarschuwt ervoor het licht van een kaars niet onder een korenmaat te zetten. Dat zou dwaasheid zijn. Zo mag een christen zijn licht niet verbergen. Maar “laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”
Lens
Een christen mag een lens zijn, zoals de lenzen van de Brandaris op Terschelling. Wie het eigendom is van Jezus Christus, hoeft niet hard aan het werk te gaan om zijn licht te laten schijnen. Maar het Licht der wereld schijnt door hem heen. Het licht van de Zaligmaker. Het licht van Gods genade. Het Licht dat volk bij volk in de ogen straalt en blinden de ogen opent. Een volgeling van Jezus Christus moet op Hem gericht zijn. Dat is een heerlijk leven, een leven van diepe afhankelijkheid. Dat is niet altijd eenvoudig. Want zo’n lens moet soms schoongemaakt worden, omdat hij het licht niet meer helder doorlaat. Een lens moet heel precies gesteld worden, omdat hij anders de lichtbundels niet goed doorgeeft. Een lens moet geslepen worden om bruikbaar te kunnen zijn, en dat is een pijnlijk werk. Maar het grote geheim van de lens is zijn gerichtheid op de lamp. En in die lamp zit precies het verschil met de vuurtoren. Want de lamp in de vuurtoren is niet sterk genoeg om op eigen kracht zijn lichtbundels te verspreiden over de Noordzee. De vuurtoren kan niet zonder de lenzen. Maar het Licht der wereld kan het wél. Hij is machtig genoeg om zonder Zijn kinderen Zijn licht te laten schijnen. Maar Hij wíl het niet. Hij wil gebruikmaken van Zijn kinderen. Om dóór hen heen Zijn licht te laten schijnen. Daarom is het onmogelijk dat wie Christus door een waar geloof is ingelijfd, niet zou voortbrengen vruchten van dankbaarheid.
Goede werken
Door God voorbereid
Door gelovigen betracht
Door zonde bevlekt
Uit genade beloond
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2009
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2009
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
