In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Achtergrond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Achtergrond

8 minuten leestijd

Twaalf rooms-katholieke mannen volgen aan het Ariënskonvikt in Utrecht de opleiding tot priester: “Ik denk hier zo veel voldoening uit te halen dat ik er helemaal voor ga.” Studenten, rector en conrector vertellen over hun keuze voor het ambt: “ik ervoer een soort kinderlijk vertrouwen dat dit mijn weg is”, en over hun geloofsbeleving.

Boven het bed en naast de deur hangt een beeldje van Jezus aan het kruis. Een icoon van de verrijzenis van Christus siert de muur boven de boekenkast. “Van de conrector gekregen omdat mijn muur wat kaal was”, lacht Johan Rutgers (23), wijzend naar de icoon. Het is duidelijk te zien dat de ”Titus Brandsmakamer” in Catharijnesteeg 101 het stekje van een aankomend priester is. Het huis is een onderdeel van het Ariënskonvikt, de priesteropleiding van het bisdom Utrecht. In totaal wonen in het convict, verspreid over twee huizen, twaalf studenten, de rector en de conrector.

Openhartig vertelt Rutgers, zoon van niet-belijdende rooms-katholieke ouders, hoe hij hier terecht is gekomen. Eigenlijk begon het allemaal in 2001, toen hij als 16-jarige jongen in Helvoirt een jongerenweekend van de Katholieke Charismatische Vernieuwing (KCV) bezocht. “Daar liet ik me voor het eerst de biecht afnemen. Daarna voelde ik me leeg en rein van binnen, zoals een papier dat is uitgegumd en dat opnieuw beschreven kan worden. Het was een onbeschrijfelijk gevoel.”

Rutgers sprak in datzelfde weekend twee broeders van de orde van St.-Jan en dacht op dat moment: daar wil ik me ook bij aansluiten. Hij besloot uiteindelijk eerst zijn opleiding af te maken en daarna verder te zien. Een tijd lang was hij in de kerk misdienaar. “In die periode zakte dat onbeschrijfelijke gevoel weg. Ik ging puberen. Mijn moeder werd chronisch ziek en ik gaf daar God de schuld van.” Toen zijn moeder in 2006 doodziek werd, kwam Rutgers meer en meer tot inkeer.


Priesterschap als toekomst


“De Heer zei: “Geef het maar uit handen.” Ik had geen waaromvragen meer, maar geloofde dat het goed zou komen”, zegt Rutgers. Hij bad voor zijn moeder, en ze knapte op. Eigenlijk was de ommekeer in zijn leven al daarvoor merkbaar, legt Rutgers uit. In 2004 en 2005 was hij depressief. Dat veranderde toen hij een vriendin kreeg. “Ik was wel heel even gelukkig, maar het gevoel dat ik wat miste, bleef. Ik zocht iets wat ik niet in die relatie vond. Op een gegeven moment voelde ik me alleen en ontheemd. Daarna werd ik meer kerkelijk betrokken.” Ook groeide het verlangen om priester te worden. In die periode ervoer hij Gods aanwezigheid opnieuw: “De verkering zorgde ervoor dat ik positiever in het leven kwam te staan. Je hebt een stem in je die altijd roept, en nu voelde ik dat weer. Dat onbeschrijfelijke gevoel kwam weer terug.”

Of dat de stem van God is? Dat durft Rutgers niet te zeggen. “Daar moet je voorzichtig mee zijn. Het gaat niet zozeer om het letterlijk horen van stemmen. Ik geloof dat God gevoel in mensen legt. Het was alsof er een mosterdzaadje in me was geplant –zo zegt de Bijbel het toch?–, maar ik had het niet opgemerkt”. Bedoelt hij geloof als een mosterdzaadje? Rutgers neemt even een pauze en denkt diep na. “Ik heb er nooit over nagedacht hoe je aan geloof komt. Wordt het je gegeven? Ik weet het niet.” Hij glimlacht. “Maar dan kom je uit bij theologische vraagstukken. Daarvoor zit ik op de opleiding. In ieder geval is het eigen aan de menselijke natuur om naar zingeving te zoeken.”

Zingeving, dat is ook het woord dat conrector Patrick Kuipers (33) gebruikt als hij over het geloof spreekt. “Ik weet dat God van mij houdt en mijn leven zin geeft. Het geloof reikt verder dan de grenzen van de dood, en dat maakt het verschil.”

Rector Norbert Schnell (46), die zijn roeping tot priester heeft ervaren als “een soort kinderlijk vertrouwen dat dit mijn weg is”, zegt dat geloven niet het aannemen van een aantal regels is. “Het gaat erom dat je in relatie leeft met de Heer. Goede werken komen daaruit voort. Ik vind het treffend wat Johannes de Doper daarover zegt: dat Christus groter moet worden en ik kleiner. Wat met mij gebeurt, is van secundair belang. Navolging betekent Gods wil doen. Eigenlijk is het precies zoals de Jakobusbrief het zegt, dat het geloof zonder de werken dood is. Jezus heeft Zelf het dubbele gebod gegeven om God lief te hebben en de naaste als onszelf. Die twee gaan hand in hand.”

De priesterstudenten, hun rector en de conrector benadrukken dat juist priesters mannen van gebed moeten zijn. Daarnaast moeten zij “mensen-mens” zijn, zegt eerstejaarspriesterstudent Ben Gerrits (25). “Ik ben er heilig van overtuigd dat ik als priester iets voor mensen kan betekenen, dienstbaar kan zijn aan de gemeenschap. Daar denk ik zo veel voldoening uit te halen dat ik er helemaal voor ga.”

Een priester moet mensen tot God leiden, zegt Rutgers. “Ik heb het beeld van een priester als iemand die de brug onderhoudt tussen mensen en God en andersom.”

Het is een van de taken van de priester om in naam van de bisschop de eucharistie te leiden. In het souterrain van Catharijnesteeg 101 vindt elke dag de eucharistie plaats, en zo ook op deze donderdagmorgen. De viering bestaat uit de dienst van het Woord en de bediening van de mis. Schnell leest onder meer een Bijbelgedeelte voor. Ook doet hij voorbede voor de noden van de kerk en de wereld. “Te rogamus audi nos’” (Wij vragen U: Verhoor ons)”, antwoorden de studenten na elke bede.

In het tweede deel van de dienst wordt de eucharistie gevierd. Rector Schnell draagt eerst het brood aan de Heere op. Daarna gebeurt hetzelfde met de wijn, met de woorden: “Aan U dragen wij de vrucht van de wijnstok op. Maak het tot een bron van eeuwig leven.” De wijn en het brood, die een geschenk van God zijn, worden op die wijze aan God teruggegeven, zodat Hij ze met Zijn kracht kan vervullen, legt conrector Kuipers later in zijn kamer uit. Hier is een groot verschil zichtbaar met de wijze waarop protestanten bij de bediening van het heilig avondmaal tegen het brood en de wijn aankijken.

Schnell is het over veel zaken met protestanten eens. Een dag eerder waren er protestantse leden van de studentenvereniging Navigators Utrecht bij hem op bezoek en Schnell kon zich redelijk vinden in de wijze waarop zij hun geloof beleven. Maar hij heeft er moeite mee dat zij niet geloven dat de wijn en het brood werkelijk in het bloed en het lichaam van Christus veranderen. Een van zijn studenten verwoordt het zo: “Bij protestanten is het symbolisch. Maar bij ons zit het veel dieper. Wij geloven dat we bij de eucharistie werkelijk Christus ontvangen.” Tijdens de eucharistieviering wordt ook gebeden voor overledenen. Gerrits, die zich in de loop van zijn leven steeds meer bezig ging houden met de kerk en zo zijn roeping liet rijpen, nam de taak op zich om avondwaken te verzorgen in zijn thuisparochie. Bij het vieren van de eucharistie kunnen gebedsintenties voor overleden mensen worden uitgesproken. Als lector in zijn thuisparochie spreekt Gerrits tijdens het vieren van de mis die gebedsintenties namens de parochiegemeenschap uit. Hij vindt dat zeer waardevol.

“Als mensen sterven is er veel verdriet, maar ook overleden mensen zijn het waard om gevierd te worden. Zij zijn pas echt dood als hun namen niet meer genoemd worden en vergeten zijn”, legt hij uit. Hij vindt gebed voor overledenen gewoon iets menselijks. “Protestanten zullen ook gevoel hebben, en overleden mensen zullen hen toch ook wel dierbaar zijn? Dan moet het toch gek zijn als je in gesprek met God niet ook voor je overleden dierbaren bidt.”

Soms roepen rooms-katholieken heiligen, onder wie ”de Moeder Gods”, rechtstreeks aan. Er is een verschil tussen tot Maria bidden en haar aanbidden, geven zowel Kuipers als Rutgers en Schnell aan. “Aanbidden betekent lofprijzen, verheerlijken. Alleen God mag je verheerlijken. Maria aanbidden we niet, maar we bidden wel tot haar”, zegt Kuipers.

Schnell legt de functie van Maria uit: “Een vriend van mij vroeg pasgeleden of ik voor hem wilde bidden. Als ik dat doe, ben ik een voorspraak voor mijn vriend bij God. Zo is het ook met Maria. Voor de heiligen geldt hetzelfde.”

Voor Gerrits kreeg Maria betekenis door een ouder echtpaar, Cor en Leida, dat hem meenam naar de kerk en altijd vlak bij de Mariakapel zat tijdens de dienst. Nu Leida overleden is, steekt Gerrits regelmatig een kaarsje voor haar aan in de Mariakapel. “Dan bid ik een simpel Weesgegroetje, of Maria er voor Leida wil zijn.”

Niet iedereen komt volgens rooms-katholieken meteen na de dood in de hemel. Sommigen komen volgens hen daarvoor eerst in het vagevuur. Schnell ziet het vagevuur niet als een soort hel of als een straf die nog gedragen moet worden. “Ik leg het meer bij mezelf. Als je een ander hebt gekwetst, heb je daarna berouw om wat je hebt gedaan, ook als de desbetreffende persoon jou heeft vergeven. Je hebt een zuivering nodig. Zo zie ik het vagevuur.”

Is Christus’ offer dan niet voldoende om alle zonden af te wassen? “Misschien denk ik hierin menselijk”, antwoordt Schnell. “Maar stel dat Hitler zich aan het eind van zijn leven zou hebben bekeerd, dan zou het toch raar zijn als hij net zo gemakkelijk de hemel binnen zou wandelen als Martin Luther King?”

Zelf is Schnell niet bang om te sterven. “Als je je geloof op de Heer stelt, hoef je niet bang te zijn om te sterven. Ik vertrouw op de liefde en barmhartigheid van God.”

Lees ook het artikel op pag. 14 “Priester veranderde radicaal”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 2008

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Achtergrond

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 2008

In de Rechte Straat | 16 Pagina's