In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Het levende Woord van God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het levende Woord van God

4 minuten leestijd

Wat kunnen we ons machteloos voelen in gesprekken met roomskatholieken. Maar laten we daarbij toch vooral hoge verwachtingen hebben van het werk van de Heilige Geest. Dat wordt extra onderstreept door dit eerder door IRS gepubliceerde (20e jaargang no. 11) getuigenis van een voormalige non.

Op elfjarige leeftijd deed ik de plechtige communie. Toen ik ouder werd, wilde ik in elk geval mijn zaligheid zeker stellen. De pastoor van mijn parochie drong er bij mij op aan dat ik naar het klooster zou gaan, want daar zou ik de gelegenheid vinden om mij totaal aan de Heere te geven en om aldus zeker te worden van het eeuwige leven. Daarom trad ik op 21-jarige leeftijd in het klooster. Gedurende het noviciaat werd ik overspoeld door allerlei voorschriften en regeltjes. Ik oefende mijn wilskracht op allerlei wijze. Ik probeerde in de oversten God Zelf te zien, van Wie zij immers de vertegenwoordigers waren, zoals beweerd werd. Het werd een kwelling voor mij. Dat voortdurende wroeten in mijn geweten: "Heb ik geen slechte gedachten of begeerten in mezelf toegelatené" En terwijl ik zo mijn uiterste best deed, meldde zich alweer een andere vraag:

"Tracht je niet uit te blinken in volmaaktheid, niet vanwege de liefde tot God, maar uit ijdel zelfbehagené" Ik dreigde er volkomen moedeloos door te worden.

Toen de tijd aanbrak dat ik mijn gelofte zou afleggen, sprak ik met mijn oversten over mijn angsten, maar durfde mij niet meer terug te trekken. Ik legde de eeuwige gelofte af met angst in het hart. Maar de jaren die volgden, van stilte en eenzaamheid, gaven mij echter ook de gelegenheid om mij te verdiepen in de Schrift. En dat levende Woord van God ging een beslissende rol in mijn bestaan spelen. Het wierp alles omver. Ik, die in het klooster mijn zaligheid had gezocht, vond in de Bijbel "mijn" veroordeling, de vloek van God over mij. Christus had gebeden voor Zijn discipelen, opdat zij geheiligd zouden worden in de wereld (Joh. 17:15), en wij ontvluchtten de wereld. Hij was arm geweest, en onze kloosterorde was ontzettend rijk. Wij wilden "wandelen in lange klederen" en hielden van de "begroetingen op de markten" (Luk. 20:46), terwijl de Heere had gezegd: Wacht u voor zulke mensen.

In mijn kloostercel smeekte ik vaak op mijn knieën om verlossing. Maar altijd weer kreeg ik te horen: "Uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit werken opdat niemand roeme" (Ef. 2:8-9). "De rechtvaardige zal door geloof leven" (Habakuk). Toen brak het volle licht in mijn ziel door.

Ik snelde naar de abdes om haar te zeggen dat ik eindelijk de vreugde des heils had gevonden, en niet omdat ik alles verlaten had en gekozen had voor een streng kloosterleven, maar omdat God in Zijn genade mij het geloof in Jezus Christus als mijn enige en volkomen Zaligmaker gegeven had.

Mijn overste werd woedend toen ze dat hoorde. Ze zei: "Uw ziel is in gevaar. U zult verdoemd worden met zulk een leer, wanneer u die met vol bewustzijn aanhangt en met volle vrije wil. Maar ik geef er de voorkeur aan te veronderstellen dat u geestesziek bent." Een psychiater was bereid mij onder handen te nemen. Dat deed hij op zeer grove wijze. Hij probeerde in mijn ziel binnen te dringen en sloeg mij daar zelf aan het kruis. Hij maakte mij een prooi van de vertwijfeling. De klaagzangen van sommige psalmen, die ik in het koor zo vaak gezongen had, werden nu diepe werkelijkheid voor mij. Ik riep tot mijn God: "Waarom hebt Gij mij verlatené"

Het jaar erop kwam de bevrijding. De overste werd zozeer geprikkeld door mijn herhaalde smeekbede om het klooster te verlaten, dat ze mij op zekere dag een veel te grote dosis medicijnen liet toedienen. Ik zakte in elkaar en terwijl dat gebeurde, flitste het door mij heen: "Nu is alles voorbij. Dit is het einde." Zo werd ik naar het ziekenhuis gebracht, en inderdaad leek het erop dat ik nu voor altijd in de gevangenis zat en dat ik er nooit meer uit zou raken. Maar er gebeurde iets wonderlijks. De directeur van het ziekenhuis werd plotseling weggeroepen omdat zijn vader stervende was. Een jonge psychiater nam de behandeling over. Hij liet mij mijn verhaal vertellen en stopte toen meteen de medische behandeling. Twee dagen later kwam hij in mijn kamer en zei: "Zuster, ik heb uw familie gebeld. Morgen komen ze u halen. Ga hier weg en kom er nooit meer terug." De Machtige Jakobs had mij verlost. "Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij Die machtig is, en heilig is Zijn Naam."

Ik besluit met de uitnodiging van Psalm 34:4: "Maakt de HEERE met mij groot en laat ons Zijn Naam samen verhogen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2006

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Het levende Woord van God

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2006

In de Rechte Straat | 16 Pagina's