Niet alle pelgrims hebben religieuze motieven, maar iedere pelgrim ervaart in Santiago iets van het religieuze
De stad Santiago de Compostela in het noordwesten van Spanje is een van de belangrijkste rooms-katholieke bedevaartsoorden. Acht lange routes vanuit alle richtingen van het land voeren een onafgebroken stroom pelgrims naar de bekende kathedraal, die als eindpunt geldt. Velen proberen het einddoel te voet te bereiken en leveren daarvoor een grote lichamelijke prestatie. Maar wat beweegt hen eigenlijk? Tijdens een visitatie van een IRS-delegatie van het werkveld in Spanje en een bezoek aan de stad Santiago werd duidelijk dat de motieven vaak even gevarieerd zijn als het uiterlijk van deze “peregrinos”, zoals de pelgrims in het Spaans worden aangeduid.
De route van de IRS-delegatie tijdens de heenreis voor het bezoek aan de veldwerkers in Spanje liep vrijwel evenwijdig aan de meest bekende pelgrimsroute die voert naar Santiago, namelijk die van de Pyreneeën naar het westen, langs de oude steden Burgos en Leon. Vanaf de autowegen zie je ze dan ook vaak gaan, de wandelaars, meestal in sportieve kleding, bruinverbrand door de zon, gebukt onder een grote rugzak, gewapend met een wandelstok en vaak herkenbaar aan een grote witte schelp achter op de bagage, de zogenaamde Jakobsschelp, het symbool van de pelgrims. Een inschatting van hun leeftijd is wel te maken. Die ligt tussen de dertig en de zeventig jaar. Het weer in deze tijd van het jaar, eind mei, is uitstekend, zonnig met een briesje en een temperatuur tegen de 30 graden. Prima weer om te wandelen.
Karel de Grote
De Camino de Santiago, in het Nederlands de Sint-Jakobsweg, is ontstaan tijdens de regering van Karel de Grote rond het jaar 800. Volgens de legende, waarvan talloze varianten in omloop zijn, zou de apostel Jakobus, bijgenaamd de Meerdere en zoon van Zebedeús, kort na het begin van onze jaartelling in de oude plaats Iria Flavia (het huidige Padrón) aangekomen zijn om zending te bedrijven onder de Galiciërs. Twee jaar later, in het jaar 44, keerde hij terug naar Jeruzalem, waar hij ter dood werd gebracht. Zijn lichaam werd door zijn volgelingen in een "roerloos" scheepje aan de zee toevertrouwd en zou op wonderbaarlijke wijze hetzelfde Iria Flavia hebben bereikt. Daar werd het begraven. Eeuwen later is het graf teruggevonden. Na het bekend worden van dat nieuws in Europa trokken mensen massaal naar de plaats. Koning Alfonso de Grote heeft boven het gebeente van de apostel een basiliek laten bouwen. Sinds 1056 noemt men de plaats Santiago de Compostela. Santiago is afgeleid van Santo (=heilige) en Iago van Jakobus. Compostela zou afgeleid kunnen zijn van het Latijnse woord compostum, dat begraafplaats betekent. Vrij vertaald: de begraafplaats van de heilige Jakobus. Maar ook allerlei andere verklaringen van de naam doen de ronde.
Maandenlange tocht
Santiago werd spoedig een plaats met een belangrijke religieuze betekenis. Al voor het jaar 1000 kwam een eindeloze stroom van pelgrims op gang. Gedurende de eerste tijd maakten zij gebruik van de noordelijkste route, vanuit Frankrijk over een afstand van circa 800 kilometer in westelijke richting reizend, omdat de vijandig gezinde Moren het zuidelijker gelegen gebied in bezit hadden. Maandenlang duurde de tocht, meestal te voet, soms te paard of met een rijtuig, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. De wegen waren slecht en onveilig en onderdak was nauwelijks te vinden. Vooral in de elfde eeuw werd de pelgrimstocht sterk gestimuleerd door de invloedrijke orde van Cluny in Bourgondië. Vanaf de 12e eeuw, toen met de opkomst van de steden het reizen eenvoudiger werd, werd de tocht ook meer en meer ondernomen door gewone burgers. In die tijd bereikte de belangstelling voor de pelgrimage een hoogtepunt. Jaarlijks passeerden een half miljoen pelgrims de beroemde toegangspoort "Pórtico de la Gloria" (= poort van de glorie). Verreweg de meesten van hen werden door religieuze motieven gedreven.
In de loop van de daaropvolgende eeuwen raakte het pelgrimeren naar Santiago de Compostela geleidelijk in onbruik, tot in de eerste helft van de 20e eeuw een dieptepunt werd bereikt. Toen ondernam nog slechts een enkeling van buiten Spanje de tocht. Na de Tweede Wereldoorlog is het tij langzaam gekeerd, terwijl de cijfers de laatste jaren een forse groei vertonen.
Het Nederlands Genootschap van Sint Jacob stelt zich ten doel de belangstelling voor de pelgrimstochten naar Santiago de Compostela te vergroten. Via zijn website kan informatie worden verkregen over het fenomeen. De gepresenteerde cijfers laten zien dat Santiago weer in is. In 1993 kwamen bijna 100.000 mensen in Santiago aan, in 2004 waren dat er meer dan 175.000. De vraag rijst wat de pelgrim vandaag eigenlijk beweegt.
Straf
Voor de tocht zijn verscheidene niet-religieuze drijfveren te noemen. Behalve dat de "Camino" vrijwillig wordt gelopen bij wijze van ontspanning, vanwege de sportiviteit, of uit belangstelling voor cultuur werd oudtijds de bedevaart ook wel door de kerkelijke en burgerlijke overheid dwingend als straf opgelegd. Daarbij functioneerde de bedevaart als tijdelijke verbanning. Tegenwoordig zijn velen "onderweg" om met zichzelf in het reine te komen, belangrijke keuzes te overdenken, of om de sleur te doorbreken. Daarnaast bestaat er ook een grote variatie aan religieuze motieven. Algemeen verbreid is de gedachte dat bij de graven van heiligen wonderen plaatsvinden vanwege een bepaalde, in sommige gevallen nauwelijks gedefinieerde, goddelijke aanwezigheid. Mensen zouden er van ernstige kwalen, soms zelfs van invaliditeit zijn genezen.
Penitentie
Onder de christenen zijn het vooral de rooms-katholieken die pelgrimeren, daartoe mede aangespoord door de kerk. Zij maken de tocht als "penitentie", als voldoening. In de Katechismus van de Katholieke Kerk (uitgave 1995, par. 1459) staat als toelichting bij de biecht te lezen: "de absolutie (vrijspraak na de biecht, red.) neemt de zonde weg, maar maakt de wanorde die door de zonde veroorzaakt werd niet geheel ongedaan. Uit de zonde opgestaan moet de zondaar nog de volledige geestelijke gezondheid herwinnen. Hij moet dus nog iets meer doen om zijn zonden goed te maken: hij moet op geëigende wijze "voldoening schenken" of zijn zonden "uitboeten"."
Onder degenen die tot een zware lichamelijke inspanning in staat waren, kozen velen de pelgrimstocht als invulling van hun persoonlijke voldoening.
Aflaat
Al eeuwenlang gold als een sterke stimulans dat met iedere bedevaart naar Santiago, in overeenstemming met de daarvoor gestelde regels afgelegd, een aflaat te verdienen viel en van tijd tot tijd zelfs een volle aflaat. Een aflaat geldt als vermindering van tijdelijke straffen voor zonden die reeds vergeven zijn, terwijl een volle aflaat kwijtschelding van al die straffen schenkt. Daarvoor volstond het om elk heilig jaar, een jaar waarin 25 juli, de naamdag van St.-Jakobus, op een zondag valt, de kathedraal van Santiago te bezoeken, een speciaal gebed te doen en in de vijftien dagen na het bezoek elke dag naar de kerk te gaan om aan de eucharistie deel te nemen. Om in het secretariaat van de kathedraal de aflaat in ontvangst te kunnen nemen, moet het pelgrimspaspoort worden overlegd, samen met alle stempels die langs de "Camino" werden verzameld. Dat maakt de reiziger tot een "gearriveerde" pelgrim.
Genezing
Op tal van plaatsen langs de route zijn de zogenaamde "refugios" (= lett. beschermhutten) te vinden. Het zijn vaak rijen eenvoudige hokjes, van slechts enkele vierkante meters groot, waar tegen een gering bedrag onderdak voor de nacht kan worden verkregen. Aan het begin en aan het einde van de dag zijn bij deze haltes altijd wel pelgrims te vinden.
Toen we een van de peregrinos, een man met een Amerikaans uiterlijk, vroegen waar hij vandaan kwam en waarheen hij op weg was, vertelde hij dat hij op wonderlijke wijze genezen was van een ernstige ziekte. Vanuit de Verenigde Staten was hij naar Spanje gevlogen, om de laatste honderden kilometers van de "Camino" te voet af te leggen. Met welke bedoelingé Om daar zijn dank voor zijn genezing tot uitdrukking te brengen.
Eindeloze reeks
Wie zich in Santiago over het grote plein richting de kathedraal begeeft, is bepaald niet alleen. Allerlei mensen, pelgrims en toeristen, met verschillende huidskleuren, alleen of in groepen, dragen bij aan een kakofonie van stemmen. In het gebouw ervaar je een enorme rust en iets van het tijdloze. Immers, al eeuwenlang zijn hier mensen binnen komen lopen, en jij bent één persoontje in die eindeloze reeks. Ieder spreekt, onder de indruk van het majestueuze, de pracht en praal, op gedempte toon. Wat na binnenkomst opvalt is het goudglanzende beeld van Jakobus, dat vanuit grote hoogte op al die mensen neerkijkt. Mensen die zich een grote inspanning hebben getroost om bij de beenderen van Jakobus te komen, met de bedoeling om er, in een aparte ruimte ver onder het beeld, te bidden (zie foto omslag). Het beeld zelf vormt voor velen de aanleiding om lange tijd in de rij te wachten, alvorens het smalle trapje te bestijgen dat tot achter de beeltenis van de discipel voert. Eenmaal op die plaats aangekomen heeft iedere pelgrim vijf seconden de tijd om zijn handen op het beeld te leggen en het ondertussen warm geworden metaal te kussen. Van de gezichten valt af te lezen dat het voor hen een geweldige ervaring moet zijn en dat het hun diepe ernst is.
Mis
Iedere dag is er van twaalf tot één uur voor de pelgrims een eucharistieviering. Al vanaf acht uur kan, voordat men aan het sacrament deelneemt, worden gebiecht. Velen maken daarvan gebruik. Tegen twaalven stroomt het gebouw helemaal vol, tot zelfs de paden toe. De pelgrims worden in verschillende talen verwelkomd. Een non zingt met een prachtige heldere stem enkele liederen. Er volgt een korte dienst van het Woord en daarna de dienst van het sacrament, waarbij de mensenmassa zich verdeelt in verschillende stromen die langs de plaatsen schuifelen waar de hostie wordt uitgereikt. Na dit hoogtepunt van de dag gaat ieder zijns weegs en keert de rust in de kathedraal langzaam terug.
Innerlijke tegenstellingen
Als protestant van gereformeerden huize bespeur je in Santiago bij jezelf grote innerlijke tegenstellingen. Enerzijds, dat valt niet te ontkennen, maakt de kathedraal en alles wat daar gebeurt veel indruk. Het oude, de schoonheid, maar ook andere aspecten spreken aan. Bijvoorbeeld dat christenen van heinde en ver samenkomen op één plaats en daar zo veel gemeenschappelijkheid ervaren. Je beseft opnieuw het universele van de Rooms-Katholieke Kerk, waarvan ook hier blijkt dat zij een wereldkerk is.
Geheel in tegenstelling daarmee is er tegelijk een vreemd en onbestemd gevoel, alsof je droomt. Het is net alsof de wereld om je heen niet werkelijk is. Ten dele is dat natuurlijk ook zo. Hoe is het toch mogelijk zo'n omvangrijk scenario op te zetten, met alles daaromheen, en gedurende vele eeuwen daar zo veel belangstelling voor te wekkené Bestaat er zoiets als massale misleidingé Vertwijfeld vraag je je af of dan echt bijna alles wat je hier ziet op onwaarheid berust. Het antwoord op deze vraag heeft nogal wat consequenties. Niet zozeer voor onszelf, als wel voor de miljoenen bezoekers van deze bedevaartsplaats die zich geweldig inspannen om hun zaligheid te bewerken. Met pijn in je hart moet je concluderen dat zij een ijver hebben tot God, maar dat die niet in overeenstemming is met Zijn heilig Evangelie. De woorden die eens de apostel Jakobus in de oren klonken gelden nu hen die hem eren: Zij weten niet van hoedanigen geest zij zijn. Wát een taak hebben dan de christenen en heeft onze stichting om deze dwalenden de weg te wijzen. In de Spaanse Bijbel staat: "Jesúús le dijo: Yo soy el camino." Jezus sprak tot hem: "Ik ben de Weg."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2006
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2006
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
