Leonie Linnemeijer: Wat is de HEERE goed, dat Hij, zó kort na mijn geboorte naar mij toe kwam met het teken en zegel Zijn verbond.
Haar moeder was afkomstig uit Limburg, haar vader geboren en getogen in het rooms-katholieke Oldenzaal. Naast zijn werk als timmerman in een textielfabriek was vader altijd in zijn meubelwerkplaats te vinden. Alleen voor de maaltijden maakte hij tijd vrij. Leonie herinnert hem zich als een lieve man, die het nogal eens voor de kinderen opnam. Moeder was altijd druk doende het haar pensiongasten naar de zin te maken. Daarbij vormde de kleine Leonie met haar gezondheidsproblemen nogal eens een belemmering voor haar. In de loop der jaren was Leonies gezondheidstoestand verschillende malen uiterst kritiek, maar het voorspelde vroege levenseinde bleef uit.
Moeder Linnemijer voedde en kleedde haar vier kinderen met zorg, maar wist hun geen liefde te geven. Ook was ze erg streng. Haar waarschuwingen gingen vaak vergezeld van allerlei dreigementen, waarin de duivel, demonen en heksen voorkwamen. "Pas op, dat je niet in een protestantse kerk komt, want dan zal de duivel je doden!" Zelfs even bij de kerk tegen de regen schuilen, was verboden. Al heel jong leerde Leonie dat de duivel haar ook zou grijpen als ze in de Bijbel las. Dat was immers voorbehouden aan priesters en kloosterlingen. Leonie en de andere kinderen stonden soms doodsangsten uit.
Op de basisschool werd bij de leesles een boekje gebruikt waaruit de kinderen om de beurt mochten voorlezen, totdat zij een fout maakten. Leonie vond die verhalen prachtig. Over Jozef in Egypte. Ze wist niet dat het om Bijbelse geschiedenissen ging. Toen duidelijk werd dat Leonies leven langer zou duren dan aanvankelijk werd gedacht, werd zij net als de andere kinderen van haar leeftijd voorbereid op de eerste communie. Daarvoor kwam de pastoor op maandag naar school en gaf de kinderen catechismusles. Hoewel zij nog maar zes jaar oud was, stelde Leonie de pastoor al erg lastige vragen. Niet om het de man moeilijk te maken, maar omdat zij er zelf mee zat. Bijvoorbeeld: "Wanneer komt Jezus op het altaaré Vóór de consecratie (verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus tijdens de mis, red.) is er brood en wijn op het altaar en na de consecratie is er het lichaam en bloed van Jezus. Maar u hebt gisteren voorgelezen: Waar twee of drie in Mijn Naam samenkomen, daar ben Ik in hun midden. Dan is Hij er toch al, dan kan Hij er toch niet meer komené" Op bitse toon kreeg ze te horen: "Het brood en de wijn ís het lichaam van Jezus en als jij nog een keer wat vraagt, dan mag jij geen eerste communie doen." Leonie deed er het zwijgen toe, want zij wilde Jezus zo graag in haar hartje hebben. In 1948 deed zij haar eerste communie.
Leonie vertelt dat Maria destijds haar afgod was. Wat zij hier op aarde miste, had zij in de hemel: Maria, die voor haar een lieve moeder was. Ze had geleerd alles aan Maria te vertellen en uitsluitend tot Maria te bidden. Maria zei het dan tegen Jezus. Op het lyceum genoot de vlotte leerling van de lessen kerkgeschiedenis. Voor dat vak moest aan het begin van het schooljaar het Nieuwe Testament worden aangeschaft. Alleen dat wat de pater opgaf mocht gelezen worden, en dat was maar heel weinig. Verder was het verboden om er zelfstandig in te lezen. Vader Linnemeijer kwam in 1958 met een scheurtje in zijn long in het ziekenhuis te liggen, waar hij ongeveer drie maanden later vrij onverwacht stierf. Op de laatste dag van zijn leven moest Leonie bij hem komen en gebeurde er iets heel indrukwekkends. Toen zij wegging, riep hij haar terug en zei: "Leonie, ik ga nu weg, maar wij zien elkaar weer bij Jezus. Dat duurt nog heel lang." Het waren zijn laatste woorden.
Op haar dertiende onderging Leonie haar eerste hartoperatie in Amsterdam. Zij was daar destijds de eerste patiënt die dat overleefde. Toen ze in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht verbleef voor een tweede operatie, was ze 25 jaar oud. Pas toen werd ontdekt dat ze een viervoudige hartafwijking had. Op de dag voorafgaand aan de operatie schreef zij haar moeder twee brieven: de ene ter bemoediging met het oog op de operatie, de andere voor het geval ze zou overlijden. In beide brieven vroeg ze vergeving voor alles wat ze verkeerd had gedaan. De pastoor die haar bezocht vond het echter helemaal niet nodig dat Leonie die brieven schreef. Híj immers zou bij moeder blijven en haar pastorale zorg geven. De brieven verscheurde hij. Daarbij wees hij Leonie op haar eigen moeiten en zei dat ze dáár tijd aan moest besteden.
Veel moeite heeft het Leonie gekost om haar ouderlijk huis, waar zij na het sterven van haar vader met haar moeder achterbleef, te verlaten. In 1978 kwam het er eindelijk van. In die tijd werkte ze in een rooms-katholiek ziekenhuis op de röntgenafdeling. Zij verbleef een weekje bij een vriendin en kreeg kort daarop een kamertje in de verpleegstersflat. Leonie voelde zich er afschuwelijk eenzaam. Het contact met haar moeder bleef uiterst moeizaam. In haar slaap werd Leonie geplaagd door nachtmerries, waarin angsten uit haar jeugd terugkwamen.
Gelovig als ze was, ging Leonie door de jaren heen acht keer naar de Franse bedevaartsplaats Lourdes om te bidden en te biechten. De laatste keer was in 1978. Tot haar grote verwondering bleek de priester die haar de biecht afnam er bepaald geen rooms-katholieke biechtopvatting op na te houden. Toen zij wilde biechten, zei hij: "Vertel alles maar aan de Heere Jezus. Hij is voor ons gestorven en Hij vergeeft." Zij hadden een fijn gesprek.
Omdat zij van mening was dat zijzelf niet tot God mocht bidden, begon Leonie in een soort dagboek aan God te schrijven. Op deze wijze bracht zij alles wat haar bezighield bij Hem, want Maria kon niet met haar meelezen. Ze kreeg in die tijd steeds meer verlangen om de Bijbel te gaan lezen, maar angst weerhield haar.
In de wachtkamer van haar nieuwe huisarts ontdekte zij op de leestafel een evangelisatieboekje met de titel "Over de Bijbel". Uít de Bijbel mocht ze niet lezen, maar dit ging óver de Bijbel, overwoog ze. En ze begon te lezen. Voor de volgende afspraak kwam ze met opzet een halfuur te vroeg. Dat gaf haar voldoende tijd om het boekje twee keer door te lezen. Wat haar vooral trof, was wat zij over de inspiratie van de Bijbelschrijvers door de Heilige Geest las. Leonie voerde verschillende gesprekken met de huisarts. Daardoor werd haar duidelijk dat de Bijbel ook voor haar persoonlijk bestemd is. Hij gaf haar een exemplaar van het bewuste boekje mee en adviseerde haar een Bijbel van de Katholieke Bijbelstichting te bestellen. Eindelijk, na negen maanden, kon ze een exemplaar in ontvangst nemen. Aanvankelijk had ze nog een forse drempel te overwinnen. Toen begon ze toch te lezen. Eerst in de evangeliën, zoals de huisarts haar geadviseerd had. Van een soldaat van het Leger des Heils kreeg ze een uitnodiging voor een kerstviering. Onderweg ernaartoe passeerde zij een gereformeerde kerk, waar ook een dienst werd gehouden. Ze had een sterk verlangen om er naar binnen te gaan. Een van de kerkgangers nodigde haar uit mee te komen. Voor de drempel van de kerk bleef ze staan. Een "protestantse kerk"! Ze durfde niet. Uit angst voor de duivel keerde zij zich om en holde weg. Bij het kribje in de rooms-katholieke kerk huilde ze uit, totaal van streek.
Haar huisarts, die ze gaandeweg beter had leren kennen, vroeg na enige tijd hoe het met haar ging. Huilend vertelde zij hem toen dat zij al een maand lang geen kerkdiensten meer had bijgewoond. "Ik kan het niet meer, ik geloof het gewoon niet meer." De arts vroeg: "Jij gaat God toch niet verlatené" Leonie schreeuwde het uit: "Nee, ik zóék Hem juist!" "Als jij Hem zoekt, zál je Hem ook vinden", was zijn antwoord.
Hij nodigde Leonie uit om eens mee te gaan naar de kerk waarvan hij lid was. Op Leonies vraag welke kerk dat was, antwoordde hij: "De gereformeerde kerk vrijgemaakt, vroeger artikel 31genoemd." Leonie schrok geweldig. Als schoolkinderen mochten zij nooit door de straat gaan waar dat kerkgebouw stond, omdat die mensen de kerk hadden "kapotgescheurd." Leonie zocht daarop telefonisch contact met de predikant. Die nodigde haar uit om eerst eens langs te komen voor een gesprek. Tijdens die ontmoeting kwamen alle vragen die ze sinds haar jeugd had opgekropt eruit.
De daaropvolgende zondag, op 3 februari 1980, betrad Leonie voor de eerste maal in haar leven een protestantse kerk. Even daarvoor had ze in haar dagboek aan God "gevraagd" of zij het kind mocht zijn uit Openbaring 12, dat door God werd weggerukt voordat de draak kon toeslaan. Dat gaf haar enige rust. Die eerste preek kan Leonie zich nog van A tot Z herinneren. Het ging over de geschiedenis uit Exodus 3, waarin de HEERE Zijn Naam aan Mozes bekendmaakt: Ik ben die Ik ben. De predikant vulde dat aan: "Ik ben er, Ik ben er ook voor jou." Toen hij deze woorden uitsprak, keek hij Leonie aan. "Ik zal er ook altijd voor jou zijn." "Hij is de Aanwezige, voor altijd in je leven." Leonie was zo in beslag genomen door de prediking dat zij de duivel helemaal was vergeten. Zij voelde zich gelukkig toen ze na de kerkdienst naar huis ging.
Twee weken later had ze opnieuw een afspraak met de predikant. Die nacht ervoor ontdekte ze dat ze geen kerk meer hoefde uit te kiezen, maar dat zíj was uitgekozen en naar deze kerk geleid. Ze vroeg hem: Ik wil graag les krijgen, zodat ik lid van deze kerk kan worden. Is dat mogelijké" De predikant antwoordde: "Tijdens het vorige gesprek wist ik dat al, alleen wist ik niet wanneer jij het zou ontdekken. Dat is snel gegaan."
Aan haar moeder vertelde Leonie direct welke ingrijpende stap zij had gezet. Die had het daar heel moeilijk mee en maakte haar grove verwijten. Twee weken later zocht haar vroegere pastoor uit Oldenzaal contact met haar. Hij was gevraagd haar in een gesprek op andere gedachten te brengen. Leonie ging op de uitnodiging in. Tijdens het gesprek, dat ruim drie uren duurde, ervaarde ze wat ze juist die avond voor het gesprek in de Bijbel had gelezen in Lukas 12: "Weest niet bezorgd, hoe of wat u tot verantwoording zult zeggen, want de Heilige Geest zal u in die ure leren wat u spreken moet." De geschiedenissen die zij in de tweede klas van de lagere school had gelezen, kwamen haar opeens helder voor de geest.
In september van datzelfde jaar legde Leonie in het openbaar belijdenis af van haar geloof. Zij deed dat met een diepe vreugde, maar ook met de verzuchting in haar hart: "Wilt U ja zeggen door mij heené" Dat gebeurde ook en die zondag erna vierde zij diepontroerd voor het eerst het heilig avondmaal zoals Christus het heeft ingesteld.
In de jaren daarna kampte Leonie met veel lichamelijke moeiten en pijn. Vele malen was haar situatie uiterst kritiek, maar telkens hielp de Heere haar erdoorheen. Ze mag getuigen dat, ondanks alle zorgen, de vreugde in haar Heere en Heiland steeds toeneemt. "Hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag" (2 Kor. 4:16). Met alles, zowel blijde als verdrietige dingen, zonden en zorgen, pijn en moeite, ziet zij op het kruis van de Heere Jezus, van Hem Die haar innig liefheeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 2006
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 2006
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
