Volkomen verlossing
Als lezer van het blad En la Calle Recta zou ik u de volgende vraag willen voorleggen. Wat bedoelt Paulus inKolossensen 1:24 "Die mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en vervul in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus voor Zijn lichaam, hetwelk is de gemeente." (In de meeste vertalingen, ook in de Spaanse, staat hier niet "de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus" (Statenvertaling), maar "hetgeen aan de verdrukkingen van Christus ontbreekt." Het Griekse woord dat Paulus gebruikt, betekent zoveel als "datgene wat nog over is om geëffectueerd te worden", red.) Volgens de prediking van een rooms-katholieke priester bij ons laat dit vers zien dat wij als gelovigen kunnen bijdragen aan de verlossing wanneer wij lijden of smart ondervinden. Ons lijden (fysiek of geestelijk) wordt dan gevoegd bij wat aan Christus ontbreekt en zo worden de gelovigen met Christus medeverlossers van de mensheid. Is dit waart Hoe moet deze tekst echt worden uitgelegde Volgens de kanttekeningen bij Matthéüs 5:25 en 2b in de Zuid-Amerikaanse Spaanstalige Bijbel wordt hier verwezen naar het vagevuur.
Beste vraagsteller,
Je vragen hebben te maken met de ontkenning van de volkomen en volmaakte verlossing door de Heere Jezus Christus. Vandaar het erkennen van medeverlossers en vagevuur. Op het eerste gezicht lijkt het erkennen daarvan zo vroom en zo devoot dat zeer velen geen ogenblijk hebben getwijfeld aan de waarheid ervan, maar daarmee verloochenen zij wel Christus als volkomen en enige Zaligmaker.
Paulus zegt in Kolossensen 1:24 niet dat aan Christus iets ontbreekt om ieder van ons te kunnen verlossen. Immers, door één offer van Zichzelf heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden. En daarom kan hij degenen die door Hem tot God gaan dan ook volkomen zalig maken. Er is dus geen ander offer voor de zonde. Lees daarop de hoofdstukken 7 en 10 van de Hebreeënbrief maar na. Misschien wil de priester die je in je brief noemt die waarheid uit de Hebreeënbrief niet toegeven omdat hij dan zou moeten inzien dat zijn eigen priesterschap volkomen nutteloos is. Paulus laat ons duidelijk genoeg zien dat God door niemand van ons, mensen, geholpen hoeft te worden, want in Christus woont al de volheid der godheid lichamelijk en wij zijn in Hem volmaakt (Kol. 2:9 en 10).
Als Paulus spreekt over "de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus", anders vertaald "hetgeen nog aan Christus' lijden ontbreekt" heeft hij het over de gemeente, die het lichaam van Christus is. Deze gemeente zijn de gelovigen, die -zoals Petrus het zegt- indien nodig een weinig tijd bedroefd worden door menigerlei verzoekingen, opdat hun geloof op de proef gesteld wordt en moge blijken te zijn lot lof en eer en heerlijkheid in de openbaring van Jezus Christus (1 Petrus 1:6 en 7).
De Bijbel laat ons herhaaldelijk zien dat onze moeite en ons lijden niet een bijdrage leveren aan onze verdienste voor God, maar bedoeld zijn om ons geloof te toetsen. Ons geloof heeft de beproeving nódig om zoals goud dat in het vuur gelouterd wordt het schuim en de onzuiverheden kwijt te raken en zo zuiver en echt te schitteren tot eer van de Zaligmaker Zelf.
Op je vraag over het vagevuur wil ik een andere keer ingaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 2005
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 2005
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
