In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Heilszekerheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heilszekerheid

4 minuten leestijd

In het (televisie)programma I"Andries" (Evangelische Omroep, red.) zei kardinaal Simonis dat hij niet zeker was van zijn eeuwig behoud, maar er wel op hoopte. Dat is inderdaad de r.-k. leer waar ik ook mee ben opgegroeid. Die leer heeft het Concilie van Trente (zesde zitting canon 32) zo geformuleerd: "De eenmaal gerechtvaardigde mens" kan en moet de hemel "waarlijk verdienen door zijn goede werken." Als je die canon interpreteert zoals kardinaal Simonis dat doet, mag je inderdaad niet zeggen dat je zeker bent van je eeuwig heil, want dan zou dat inderdaad zelfroem betekenen. Dan zou je beweren: "Ik speel dat wel even klaar! Ik beschik over zo veel wilskracht dat ik Gods geboden op essenti„le punten kan en zal volbrengen, zodat ik daardoor de hemel verdien."

Dit is dan ook nog steeds een Dwezenlijk verschil tussen Reformatie en Rome: Volgens Rome moeten wij de goede werken doen omdat God dat in Zijn wet van ons éi'st. Volgens de Reformatie moeten wij de goede werken doen omdat God ons die gééft in Christus. Dat is dus bij beide een ander soort "moeten". Bij Rome is het doen van de goede werken een verplichting op grond van het gebod. Bij de Reformatie is het doen van de goede werken een levensnoodzakelijk voortvloeisel uit de geloofseenheid met Christus.

Onze zekerheid berust op iets dat zich helemaal buiten ons bevindt, namelijk op Christus' goede werken, met name op het éne goede werk van Christus aan het kruis. Daarom is de zekerheid van ons heil enkel een roemen in Christus, een roemen in Zijn trouw aan de belofte die Hij in de Schrift heeft laten vastleggen, namelijk dat wie met zijn hart in Christus gelooft, alle goede werken van Christus krijgt toegerekend.

Trek uit het bovenstaande echter Tgeen verkeerde conclusies. Ga het verschil niet nodeloos uitvergroten. Integendeel, verblijd u erover dat we het desondanks op veel wezenlijke punten met elkaar eens zijn.

Rome en Reformatie belijden met elkaar het algenoegzame offer van Christus. We belijden dat de wedergeboorte uitsluitend een geschenk van God is, een geschenk dat Christus voor ons verdiend heeft en dat wij op geen enkele wijze kunnen verdienen. We belijden ook dat we Gods geboden enkel kunnen volbrengen door de kracht die Christus ons aanreikt. Dat is nogal wat!

Heeft een rooms-katholiek dan Hop geen enkele wijze heilszekerheid? Toch wel, namelijk een "morele zekerheid." Wat is daarmee bedoelde Dr. Franciscus Diekamp zegt daarover in zijn "Theologiae Dogmaticae Manuale", (1935) volumen III, pars 2 (de gratia): "We moeten niet achteloos voorbijgaan aan het feit dat er volgens de Schrift enige zekerheid mogelijk is over de vraag of wij ons in staat van genade bevinden." (Protestanten zouden zeggen: Of wij een kind van God zijn, HJH). "Rom. 8:16 zegt: Dezelve Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn." En 1 Joh. 3:14: "Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben." Het interne getuigenis van de Heilige Geest dat zich manifesteert in de rust van het geweten en in de genieting die we vinden in de geestelijke dingen, geeft ons de verzekering dat wij kinderen van God zijn.

Bovendien kunnen we uit de liefde die we tot de naasten hebben, enige zekerheid putten dat we gerechtvaardigd zijn. Deze zekerheid is echter geen geloofszekerheid, maar slechts een morele zekerheid (certitudo moralis). Het is immers altijd mogelijk dat ons geweten dwaalt en we kunnen onszelf bedriegen over wat de oorzaak is van onze geestelijke genietingen en over de vraag of we wel de vereiste liefde tot de broeders hebben" (p. 164).

De Bijbel leert dat een mens door DGod niet wordt beschouwd en behandeld als een rechtvaardige door te dóén, maar door te gelóven. Niet wat hij doet, telt voor God, maar of hij zich in geloof aan Christus, Zijn Zoon, toevertrouwt. Alleen door het geloof komt een mens tot het leven, dat is: tot de liefde van God en de liefde voor de medemens. "De rechtvaardige zal uit geloof leven" - alleen door te geloven in Christus komen we in de rechte verhouding tot God te staan en ontvangen we van Hem uit louter genade het eeuwige leven Joh. 6:47).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 2005

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Heilszekerheid

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 2005

In de Rechte Straat | 16 Pagina's