Getuigenis in gesprek met Rome centraal bij Calvijn
Dr. Maarten Stolk
Vier jaar lang hield hij zich bezig met de vraag hoe Calvijn het in zijn tijd beleefde om in gesprek te zijn met vooraanstaande rooms-katholieken. Zijn conclusie is dat de reformator in de jaren 1540-1541 weinig hoop meer had op een overeenstemming in de leer tussen protestanten en katholieken. Dr. Maarten Stolk: „Voor Calvijn was het getuigen van de waarheid van het Evangelie het belangrijkste. Daarin kunnen we nog steeds van hem leren."
Het was leuk om bezig te zijn met een minder bekende kant van Calvijn, zegt de historicus (28) uit Hattem. Als assistent-in-opleiding (aio) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam verdiepte hij zich vooral in de 57 brieven die Calvijn in de jaren 1540-1541 schreef. Op 30 november vorig jaar promoveerde hij op het proefschrift "Johannes Calvijn en de godsdienstgesprekken" (Uitg. Kok, Kampen). De kern van zijn onderzoek bestond uit de vraag welke rol Calvijn speelde in de godsdienstgesprekken in Hagenau (1540), Worms (1540-1541) en Regensburg (1541), die op initiatief van keizer Karei V plaatsvonden tussen roomskatholieken en protestanten. De keizer wilde op deze manier proberen de breuk in de kerk te helen. Uit beide kampen werden vorsten, politici en theologen afgevaardigd om deel te nemen aan de gesprekken.
Hoewel Calvijn een bescheiden rol speelde -namens de protestanten voerden vooral Melanchton en Bucer het woord-, was hij toch nauw betrokken bij de besprekingen. Op eigen gelegenheid ging de reformator, die van 1538 tot 1541 in Straatsburg werkte, naar Frankfurt -waar in 1539 een onderhandeling tussen protestanten en katholieken plaatshad- en Hagenau.
In Worms en Regensburg behoorde hij tot de officiële afgevaardigden; daar had hij vooral een duidelijke rol bij de voorbesprekingen van de protestanten, bijvoorbeeld over de rooms-katholieke avondmaalsleer (transsubstantiatie).
Vlees en bloed
Uit de brieven die Calvijn in die tijd aan vrienden schreef -ze waren niet voor publicatie bestemd-, komt een mens van vlees en bloed naar voren, zegt Stolk. „Hij neemt je niet direct voor zich in. Hij klaagt over de gang van zaken tijdens de gesprekken; het duurt hem allemaal veel te lang. Hij staat erg kritisch ten opzichte van de Rooms-Katholieke Kerk. Daarbij lijkt hij niet veel invoelingsvermogen te hebben. Ik denk dat hij ook niet echt een juist beeld van zijn tegenstanders had. Hij beoordeelt hun motieven en bedoelingen tijdens de gesprekken volgens mij te negatief." Een van de woordvoerders aan roomse zijde was de pauselijke gezant Contarini. Toen deze in 1541 voor bisschoppen een rede hield waarin hij opriep tot hervormingen, was Calvijn weinig onder de indruk. De hervormingen gingen hem lang niet ver genoeg. Integendeel, de roomsen proberen met mooie woorden zich vrij te spreken van de hervorming van de kerk, schrijft hij als commentaar. Stolk: „Calvijn had er weinig oog voor dat er ook tal van roomsen waren die de misstanden in hun kerk zagen."
Van direct contact met zijn tegenstanders was dan ook eigenlijk geen sprake. Hij ging niet echt met hen in gesprek. In de wandelgangen kwam hij hen wel tegen, maar in tegenstelling tot Bucer was Calvijn weinig bereid om buiten officiële besprekingen om met rooms-katholieke theologen van gedachten te wisselen, schrijft Stolk in zijn onderzoek.
De reformator was eigenlijk vanaf het begin sceptisch over de vruchten die de godsdienstgesprekken zouden afwerpen. Hij zag het als zijn taak en plicht om aanwezig te zijn, maar hij verwachtte er eigenlijk niets van. Meerdere keren laat hij merken dat hij zijn tijd eigenlijk wel beter kan besteden.
Deze houding lijkt in tegenspraak met Calvijns visie op de eenheid van de kerk. „De verdeeldheid ging hem aan het hart", zegt Stolk. „De hardnekkige roomsen waren in zijn ogen echter te ver weg. Hij beschouwde hen als de valse kerk, waar de zuivere prediking van het Evangelie en het juiste gebruik van de sacramenten ontbraken. Vandaar dat Calvijn geen heil zag in gesprekken waarin het tot een overeenkomst moest komen."
Verscheidenheid
Intussen was het rooms-katholieke kamp verre van eenvormig. Naast zogenaamde controverse-theologen, die het als hun taak zagen de leer en de praktijk van de RoomsKatholieke Kerk te verdedigen tegen protestantse aantijgingen, waren er de bemiddelings-theologen. Deze laatsten beijverden zich ervoor de politieke en godsdienstige eenheid van het rijk te herstellen. Calvijn had oog voor die verscheidenheid. Terwijl hij zich bijzonder fel kon uit laten over roomsen die hardnekkig vast bleven houden aan hun opvattingen, koesterde hij ten aanzien van anderen, bijvoorbeeld een aantal keurvorsten, de hoop dat hij hen over de streep zou kunnen trekken, aldus Stolk.
Ook binnen het protestantse kamp dacht niet iedereen eender over de mogelijkheden van een overeenkomst met de Rooms-Katholieke Kerk. Melanchton was aanvankelijk tamelijk optimistisch en deed er alles aan om artikelen te formuleren waarin zowel protestanten als rooms-katholieken zich konden vinden. Later maakt die tegemoetkomende houding plaats voor een meer verdedigende stellingname. Hij is dan van mening dat een godsdienstgesprek nooit zal kunnen leiden tot werkelijke overeenstemming op theologisch vlak; hoogstens kan zo'n ontmoeting de polemiek tussen beide partijen wat temperen.
Irenicus
Bucer, reformator in Straatsburg, was optimistischer. Hij was van mening dat de eenheid van de kerk wel degelijk gebaat was bij een godsdienstgesprek. Als een van de woordvoerders van de protestanten stelde hij dan ook alles in het werk om dat doel te bereiken. Aan de zogenaamde necessaria (de dingen die onopgeefbaar zijn) kon weliswaar niet getornd worden, maar op het punt van de zogeheten adiaphora (de middelmatige zaken) konden wat hem betreft de nodige concessies gedaan worden. Bij dat laatste dacht Bucer aan alle gebruiken en ceremonieën die niet tegen Gods Woord ingingen. „Bucer had veel verwachting van het Woord en de Geest", zegt Stolk. „Hij zocht het compromis, in de hoop dat veel dingen in de loop van de tijd vanzelf wel goed zouden komen. Bucer was een irenicus."
Ook Calvijn maakte onderscheid tussen de necessaria en de adiaphora, laat Stolk in zijn onderzoek zien. Echt onopgeefbaar was voor hem de doctrina Christi, wat hij echter verder niet uitwerkt. Middelmatig zijn voor Calvijn de ceremonieën, bijvoorbeeld de inrichting van de eredienst. Ondanks deze overeenkomst tussen beide reformatoren, kon Calvijn Bucer niet altijd volgen.
Hoewel hij niet twijfelde aan Bucers goede bedoelingen, vond hij hem te toegeeflijk op een aantal punten.
Constant
Hebben de contacten met roomskatholieken Calvijn veranderde Niet echt, stelt Stolk. „Bij Calvijn is eigenlijk geen ontwikkeling te bespeuren waarbij zijn standpunten wijzigden. Hij is vrij constant. Dat zie je bijvoorbeeld in zijn Institutie. In de eerste uitgave, in 1536, was alles al in een notendop aanwezig. Later bouwt hij dit verder uit. Wel zie je dat hij naar aanleiding van de godsdienstgesprekken meer aandacht gaat besteden aan zaken als het primaat van de paus en de transsubstantiatieleer."
De godsdienstgesprekken leverden ook nieuwe contacten op met andere protestanten. Dat heeft volgens Stolk de blik van Calvijn verruimd. Was hij eerst vooral georiënteerd op Genève en Frankrijk, nu komt door onder anderen Melanchton het hele Duitse Rijk meer in beeld. Ook na de godsdienstgesprekken blijft Calvijn contacten onderhouden met vorsten en collega's in dat deel van het rijk. Als het gaat om het onder woorden brengen van de leer is er eveneens sprake van een bepaalde invloed van anderen op Calvijn. „Je ziet in latere geschriften dat hij formuleringen van anderen overneemt" aldus Stolk.
Actualiteit
Hoewel de Hattemse onderzoeker het moeilijk vindt om vanuit zijn onderzoek lijnen naar de actualiteit te trekken -„de tijd en de politieke situatie zijn totaal anders"-, kunnen protestanten van nu volgens hem toch wel iets leren van de houding van Calvijn ten opzichte van de katholieken. „Wat we niet van Calvijn moeten overnemen, is het feit dat hij weinig invoelingsvermogen toonde ten aanzien van zijn tegenstanders. Het is juist belangrijk in gesprek te gaan, goed te luisteren en recht te doen aan de intenties van de ander. In onze kring wordt vaak negatief gesproken over de roomsen, maar het is goed te bedenken dat wij wel uit die kerk zijn voortgekomen. Daarom past het ons hen toch lief te hebben."
Wat we wel van Calvijn kunnen leren, is volgens Stolk dat hij vasthield aan de kern van het Evangelie. „Die was voor hem onopgeefbaar. Een overeenkomst waarbij alle verschillen worden uitgevlakt, levert een eenheid op die vlees noch vis is. Aan de andere kant, als we elkaar kunnen vinden op een aantal punten is dat natuurlijk alleen maar goed. Wat dat betreft zou het onderscheid dat zowel Bucer als Calvijn maakte tussen onopgeefbare en middelmatige dingen, ook nu nog verhelderend kunnen werken. Ik heb namelijk de indruk dat protestanten toch vaak vooral kijken naar de ceremonieën, de uiterlijkheden bij de roomsen, en niet naar de inhoud."
"Ik zou een beetje tussen Calvijn en Bucer in willen zitten"
Kunnen protestanten die in deze tijd het gesprek met Rome willen bevorderen zich niet beter richten op theologen als Melanchton en Bucer, meer dan op Calvijn-Stolk: „Ik zou een beetje tussen Calvijn en Bucer in willen zitten. We kunnen van beiden leren. Bucer en Melanchton zochten meer het gesprek met Rome. Bij Calvijn staat het getuigen van het Evangelie tegenover de roomsen centraal. Daarbij kunnen we ons direct aansluiten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2005
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2005
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
