Zes stille getuigen tegen Petrus
"Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus…" Joh. 21:15a)
Terwijl de morgenzon is opgestaat daar een Man op de Tgaan, oever van de zee van Tiberias. Het is de Heere Jezus, Die Zijn discipelen de wonderlijke opdracht had gegeven om het net aan de rechterzijde van het schip te werpen. In eigen kracht hadden ze niets gevangen. Op het bevel van de Heere Jezus hadden ze heel veel gevangen. Dat betekent: in Gods kracht en op Zijn Woord geeft Hij de zegen op het werk in Zijn Koninkrijk.
Stil hebben de discipelen met de Heere Jezus de maaltijd gebruikt. Niemand durfde die stilte te verbreken. Ook Petrus niet. Er zal heel wat door hem heengegaan zijn. Ze hebben zo'n duidelijke les gehad over het vissen van mensen. Er zal zegen zijn. Maar… zal Petrus daar ook aan mee mogen doen Hij is het niet waard. Op het kritieke moment heeft hij het af laten weten. Zo'n dienstknecht kan de Heere Jezus toch niet meer gebruiken!?
De Heere Jezus verbreekt de stilte. Hoewel de band tussen Jezus en Petrus eigenlijk al is hersteld op de paasdag, gaat daar nu iets op volgen. Het gesprek aan de oever van het meer komt voort uit de liefde van de Heere Jezus. Geen striemende aanklachten worden hier gehoord. Alles ademt de lankmoedigheid en de goedertierenheid van God. En toch gaat het er heel rechtvaardig aan toe.
Jezus stelt de zonde van Petrus aan de orde, zonder die met name te noemen. Juist dat maakt het Petrus zo benauwd. Er vallen geen harde woorden. Er zijn stille getuigen. En die kunnen ons soms dubbel aanklagen.
In de eerste plaats een "getuige a charge". Dat is de zee, die daar voor hen ligt. Petrus, kijk eens wat daar voor je ligt! Weet je het nog? Je staat hier op historische grond. Vroeger ben je op deze plaats, samen met je broer, door de Heere Jezus geroepen. Maar in het huis van Kajafas is hij discipel af geraakt. Nu staat Petrus hier opnieuw met Jezus bij zich. Hij mag een nieuw begin gaan maken. Nu de tweede getuige. Een net vol vissen. Eerder had Petrus, overweldigd door de majesteit van de Heere Jezus, uitgeroepen: "Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens." Hij had de Naam van Jezus beleden, maar in Jeruzalem had hij iets anders geroepen: "Ik ken Hem niet, ik weet niet Wie Hij is."
De derde getuige. Een kolenvuur! Dat moet Petrus wel aanvliegen, want er was ook een kolenvuur in de nacht dat hij Zijn Meester verloochende. Toen hij zich warmde bij het vuur en het meisje vroeg: Jij bent toch ook een van Hem Dat kolenvuur brandde in die nacht toen Jezus hem aankeek en daarmee wilde zeggen: Petrus, ken jij Mij niet?
De vierde getuige. De apostel Johannes. De discipel die Jezus liefhad. Hij was ook op die binnenhof, bij de hogepriester. Johannes heeft zijn vloeken en ontkenningen gehoord. Als de Heere Jezus nu straks gaat vragen: Petrus, heb je Mij lieR En als hij daar "ja" op gaat zeggen, wat moet Johannes dan niet denkend Die heeft hem het tegendeel horen zeggen.
De vijfde getuige. Driemaal een stem. Dit gaat Petrus aanklagen en hem zijn zonde onder ogen brengen. Driemaal een stem in de nacht: "Ik weet niet wat ge zegt, ik ken de Mens niet." Nu driemaal een stem in de morgen: "Hebt gij Mij lieR" Als die zesde getuige er toen niet geweest was, zou Petrus door de grond gegaan zijn.
De zesde getuige is de blik van de Heere Jezus. Die blik waarmee Hij Zijn vallende discipel vasthield in het nachtelijk uur, toen Petrus zijn zonden weerspiegeld zag in de ogen van Zijn lijdende Borg. Diezelfde blik ziet hij hier weer. Een blik in het morgenlicht, vol beschamende liefde.
Christus legt soms onze zonden bloot door stille getuigen. De plaats waar een grote zonde bedreven is. Die kamer…, dat geld…, die woning…, die mensen… en vult u het zelf maar in. Soms legt Hij de zonde in ons leven bloot door de prediking van Zijn Woord. Hier doet Hij het door stille getuigen aan het strand van Galiléa's meer. Dit Woord moet ook voor ons tot ontdekking zijn, opdat u en ik met Petrus beschaamd ons hoofd zullen buigen. Wordt ons de spiegel niet voorgehouden4Schieten we niet allen tekorté Wie komt hier niet in het rechtsgeding met Christus?- Als we door het licht van de Heilige Geest ontdekt worden aan wie we zijn voor God, dan gaan we niet boven Petrus staan. Dan durven we niet eens meer naast hem te gaan staan. Petrus zegt hier nog dat hij Jezus liefheeft. Misschien moeten we dan wel onder hem gaan staan. De Heere Jezus wil Zijn liefde kwijt aan mensen die zichzelf moeten aanklagen en zich voor God verootmoedigen.
Mensen die hun zonden belijden, hun hoofd buigen en hun hart laten verbrijzelen door Zijn weergaloze liefde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2003
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2003
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
