Uitzien naar de katholieke kerk van Nederhemert
Dr. W.J. op 't Hof
Hij wordt gerekend tot de meest strikte groep in de Nederlandse Hervormde Kerk. Tegelijk voelt dr. W.J. op 't Hof zich verbonden met de kerk van alle eeuwen, inclusief de Middeleeuwen. Omdat de devotie van Thomas à Kempis zijn hart roerde. "Als je de leerstellige verontreinigingen wegvijlt, houdje goud over."
Het proefschrift van dr. W.J. op 't Hof, over de invloed van Engelse piëtisten op Nederlandse tijdgenoten, trok vijftien jaar geleden breed de aandacht. Niet alleen door de omvang, maar vooral door de inhoud. De theologische invloed vanuit Engeland bleek veel groter dan men altijd had gemeend.
Op hun beurt waren de Engelse oudvaders onmiskenbaar beïnvloed door middeleeuwse devoten. "Een opvallend voorbeeld is een jezuïtisch geschrift uit de 15e eeuw. Dat is door de Engelse puritein Edmund Bunny wat omgewerkt en uitgegeven als handboek voor devotie. Het is een bestseller geworden."
Voortgaand onderzoek leerde Op 't Hof dat hetzelfde op Nederlandse bodem plaatsvond. Tijdens het voorbereiden van een referaat voor een wetenschappelijk congres over de invloed van de Moderne Devotie, deed hij de opzienbarende ontdekking dat Willem Teellinck in zijn Sleutel der devotie tientallen pagina's uit De navolging van Christus van Thomas à Kempis had overgenomen. Zelfs uit het omstreden vierde deel, waarin Thomas de eucharistie behandelt. De hervormde predikant van Nederhemert zag een van de stellingen bij zijn dissertatie opnieuw bewezen. "Binnen het gereformeerde protestantisme waren de piëtisten het meest katholiek."
Breuken
Van de middeleeuwse vroomheid lopen weer lijnen naar de geschriften van kerkvaders. "De kernen van de Jezus-mystiek van Bemard van Clairvaux vind je al bij Augustinus. Dat was voor mij een oogopener. Wij zijn geneigd om in breuken te denken. Zo beoordelen we ook de Reformatie. Die breuk is er op het gebied van de dogmatiek, de kerkregering en de liturgie inderdaad geweest, maar daarnaast zijn er terreinen aan te wijzen waar de continuïteit overheerst."
De doorgaande lijn valt het sterkst op bij de devotie. Op dat punt waren de reformatoren volgens Op 't Hof zwak. "Ik zou niet graag zeggen dat zij geen echte vroomheid hebben gehad, maar de meesten voelden zich niet gedrongen om over de innerlijke beleving van de leer en de uiterlijke vormgeving daarvan te schrijven. Luther vormt daarop een uitzondering. Die heeft bijvoorbeeld een gebedenboekje geschreven. Dat kun je je bij Calvijn niet voorstellen. Het is niet voor niets dat de oudvaders als het om bevindelijke zaken gaat, altijd Luther citeren, nooit Calvijn. Die liet zich niet gemakkelijk in het hart kijken." Het teruggrijpen van nadere reformatoren naar middeleeuwse devoten is voor de hervormde wetenschapper het logisch gevolg van die lacune in de Reformatie. "Het gewone gemeentelid vroeg om praktische, devotionele lectuur. Waarop de oudvaders moesten antwoorden dat hen op dat gebied vrijwel niets door hun directe geestelijke voorvaderen was overgeleverd. Dan zie je dat ze over de Reformatie heen springen, naar middeleeuwse werken."
Kloosterregels
Zowel Engelse als Nederlandse oudvaders waren niet alleen vol lof over middeleeuwse devoten, maar namen ook passages uit werk van roomskatholieke tijdgenoten over.
"Philippus Rovenius, nota bene het hoofd van de contra-reformatie in Nederland, wordt door Voetius met instemming geciteerd." Met auteursrechten gingen de 17e-eeuwse piëtisten overigens soepel om. Wat hen niet zinde in middeleeuwse of eigentijdse vroomheidslectuur, lieten ze weg of sneden ze toe op de gereformeerde rechtvaardigingsleer.
Tegelijk spraken ze openlijk hun grote waardering uit voor Thomas a Kempis, ondanks de roomse elementen in De navolging van Christus. "Ze lazen dergelijke lectuur met een bevindelijke welwillendheid", stelt Op 't Hof vast. "Dat zie je tot vandaag toe. Na een lezing voor de Stichting Studie Nadere Reformatie vertelde een deelnemer me hoezeer hij was gesticht door De navolging. De vroomheid van Thomas, met zijn nadruk op zelfverloochening, strijd tegen de zondige lusten, het zoeken van de eenzaamheid om met God gemeenzaam te zijn, blijkt tijden en culturen te overstijgen.
Vooral zijn overtuiging dat we God niet in de eerste plaats moeten zoeken voor onszelf, maar om Hemzelf, doet het hart van een bevindelijk man trillen, ongeacht of hij roomskatholiek of protestant is."
Opvallend is ook dat de gereformeerde piëtisten bij de godsdienstige regulering van het dagelijks leven nauw aansloten bij de kloosterregels. "Dat is me meer dan ooit duidelijk geworden, toen me vorig jaar werd gevraagd om als enige protestant te spreken op een congres over kloosterleven. Bij de voorbereiding viel me op dat de puriteinse en naderreformatorische invulling van het dagelijks leven niets anders is dan een protestantse transformatie van de kloosterregels."
Nieuwlichterij
Het was niet alleen herkenning van de vroomheid die puriteinen en nadere reformatoren deed teruggrijpen naar middeleeuwse mystici, maar ook het diepe besef dat ze in een voortgaande traditie stonden. "Deze mensen waren ervan overtuigd dat God Zijn kerk nooit heeft verlaten. Die opvatting zagen ze bevestigd in de lectuur van middeleeuwers die in hun devotionele uitingen helderder waren dan in hun leerstellige inzichten. Voetius was er niet blind voor dat Thomas a Kempis een rooms-katholiek man was, maar hij was enorm verblijd als hij zag hoe in diens werk keer op keer bevindelijke reformatorische elementen dwars door het harnas van de roomse leer heen braken. Dat was voor hem het bewijs van het werk van de Heilige Geest in deze man. Als je de leerstellige verontreinigingen wegvijlt, houd je goud over.
Vergeet ook niet hoe belangrijk in de 16e en 17e eeuw een beroep op de geschiedenis was. Niets was erger dan van nieuwlichterij te worden beschuldigd. Kwam je met iets wat dwars inging tegen alles wat eerder was geweest, dan velde je daarmee het vonnis over wat je naar voren bracht. Je moest je kunnen beroepen op mensen uit vroeger tijden. Of op liturgische geschriften. Zo wijzen sommige oudvaders welbewust op middeleeuwse stervensformulieren waarin de stervenden uitsluitend op de verdiensten van Christus wordt gewezen."
Relativering
In zijn studie Verborgen omgang wierp dr. A. de Reuver de vraag op "of een middeleeuwse devoot en zijn piëtistische epigoon hetzelfde bedoelden wanneer ze hetzelfde zeiden." Dr. Op 't Hof betwijfelt of het verschil in leerstellig kader heeft doorgewerkt in het verstaan van devotionele uitingen. "Mensen als Thomas a Kempis waren geen dogmatici. Soms lijkt hij aan de navolging iets verdienstelijks toe te kennen, op andere plaatsen zegt hij weer dat het volgen van Christus voluit genade is. Juist dat losse gaf bij reformatorische piëtisten de herkenning. Je komt bij Thomas genoeg roomse dingen tegen, maar die zijn niet strak ingekaderd in een rooms dogmatisch stelsel.
Ook protestantse devoten kennen een zekere relativering van de leer. Anders hadden de oudvaders nooit zo veel waardering voor Thomas en Bemardus kunnen hebben. Ik vind het jammer dat De Reuver in zijn boek niet op dat aspect ingaat.
Dogmatisch is dat het meest interessante punt van dit onderwerp." Zelf voelt de predikant uit Nederhemert zich thuis bij het puriteinse standpunt dat de dogmatiek moet worden beschouwd als de leer om voor God te leven. "Voor orthodoxen was de dogmatiek een doel in zichzelf, voor een oudvader als Amesius een middel. Ook hier kun je niet met één woord spreken, zeker niet in een tijd waarin de dogmatiek sterk wordt ondergewaardeerd. Wel is voor mij duidelijk dat de dogmatiek aan haar doel voorbijschiet, wanneer het bij beschouwing blijft. Hetzelfde onderscheid zie je bij de bestrijding van de remonstranten. De orthodoxen hebben zich puur tegen hun leer verzet. Voetius, de jongste afgevaardigde op de synode van Dordt, deelde die leerstellige bezwaren, maar had tegelijk grote waardering voor een aantal bevindelijke arminianen. Hun verwijt dat de calvinistische verkiezingsleer tot een los leven leidt, nam hij serieus. Juist de piëtistische vertegenwoordigers van Dordt staken de hand eerst in eigen boezem."
Katholieke kerk
De ontdekkingen die hij deed maakten dr. Op 't Hof milder in zijn beoordeling van andersdenkende christenen. „Ik heb geleerd om veel zaken te relativeren. Dat betekent niet dat ik twijfel aan de waarde van de gereformeerde leer. Die ben ik van harte toegedaan, omdat deze leer mijns inziens het meest overeenkomt met de bijbelse waarheid. Maar daar voeg ik meteen aan toe: Wie heeft geen fouten en geen gebreken, in levensuitingen en in de leerè
Wij denken dat we zo bijbels zijn, waarom vasten we dan niet4- In de Bijbel is bidden verbonden met vasten, maar niemand in de gereformeerde gezindte doet het. We blazen vaak hoog van de toren, terwijl we op dit punt door de kerk van alle eeuwen worden veroordeeld.
Welbewust is het vasten overboord gezet, omdat we ons hebben laten inpakken door de welvaart en niet meer willen weten van een leven van concrete zelfverloochening. Als ik met een rooms-katholiek in gesprek raak, en het valt geestelijk open, dan is het rooms-katholicisme voor mij geen hinderpaal. Waarbij ik wel moet zeggen dat ik vrijwel geen bevindelijke rooms-katholieken meer ontmoet."
"De naderreformatorische invulling van het dagelijks leven is niets anders dan een protestantse transformatie van de kloosterregels"
Dat laat onverlet dat de hervormde predikant van Nederhemert nog voluit achter de opvallendste stelling bij zijn dissertatie staat: "Een echte protestant wil liever vandaag dan morgen terug naar de Moederkerk". "Het instituut van de paus is het grote struikelblok. Gaat dat ooit ondersteboven, dan is voor mij de tijd aangebroken om over te gaan. Ik zou het geweldig vinden als ik nog zou beleven dat we hier de katholieke kerk van Nederhemert krijgen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 2003
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 2003
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
