In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Wat is genade … volgens Rome en volgens de Reformatie?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat is genade … volgens Rome en volgens de Reformatie?

5 minuten leestijd

ROME Genade is iets IN de mens, namelijk de bovennatuur waardoor de mens kind van God wordt. Omdat hij kind van God is geworden, ontvangt hij de vergeving van de zonden en het eeuwige leven.

Uit deze visie op wat genade is, trekt Rome de volgende conclusies:

1. Vanwege deze vergoddelijking van de menselijke natuur kan de aldus begenadigde mens door zijn goede werken echt iets verdienen voor het aanschijn van God, onder andere de hemel. Men noemt dat de verdienste ex condigno (dat is: uit gelijkwaardigheid). Vader en kind hebben immers dezelfde natuur.

2. Daardoor kunnen heiligen 'overtollige' verdiensten verwerven. Dat zijn verdiensten die ze niet meer zelf nodig hebben voor de vergeving van de zonden (daarvoor hebben ze al voldoende boete gedaan) en die daarom ten gunste van anderen aangewend kunnen worden. De leer van de aflaten is hierop gebaseerd. Aflaten zijn kwijtscheldingen van straffen (voor dagelijkse zonden) die men na de dood in het vagevuur moet uitboeten. Het zijn dus een soort cheques, die gedekt worden onder andere door de overtollige verdiensten van de heiligen, vooral van Maria, en die geïnd kunnen worden wanneer de paus een aflaat uitschrijft. Men zegt dan ook dat die overtollige werken terechtkomen in de thesaurus Ecclesiae (dat is: de schatkist van de kerk).

3. Omdat de genade iets is IN de mens, kan men ook onderscheid maken tussen de vergeving van de schuld van de zonden en de kwijtschelding van de straf voor de zonden. Op het moment van sterven worden alle schulden voor een mens die in staat van genade verkeert, weggenomen. Maar wel kan het dan zijn dat hij in het vagevuur nog een gedeelte van zijn verdiende straf moet uitzitten.

4. Omdat de genade iets is IN de mens, kan hij haar ook weer verliezen, namelijk door een zware zonde, ook wel een doodzonde genoemd. Dat is een overtreding van een gebod van God in een ernstige zaak, met volle kennis en vrije wil (de overige zonden noemt men dagelijkse zonden). Hij kan die genade weer terugkrijgen door het sacrament van de biecht.

5. Omdat de genade iets is IN de mens, kan dat 'iets' ook worden doorgegeven door andere mensen, de priesters. Dat gebeurt in de sacramenten, die dan ook volgens Rome de genade niet slechts uitbeelden, maar ook geven ex opere operato (dat is: krachtens de eigen werking van die uitbeeldingen).


Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?

Alleen door een waar geloof in Jezus Christus; alzo dat, al is het dat mij mijn geweten aanklaagt dat ik tegen al de geboden van G o d zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ik zelf al de gehoorz aamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft, zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem.

Uit: De Heidelberger Catechismus


REFORMATIE

De genade is in de eerste plaats iets IN God, namelijk Zijn goedgunstigheid die Hij geconcretiseerd heeft in de verdienstelijke gerechtigheid van Christus, die Hij ten dienste stelt van hen die in Hem geloven.

Uit deze leer volgt:

1. De genade ligt BUITEN ons vast, namelijk in de goedgunstigheid van God, die gestalte heeft gekregen in Jezus Christus. Kort zou je dan ook kunnen zeggen:

De genade is "de goedertierenheid en mensenliefde die verscheen" in onze Heiland Jezus Christus (Titus 3:4). Of nog korter: de genade is "Jezus Christus voor ons".

2. Die goedertierenheid van God valt ons ten deel

a. enkel op grond van Gods belofte. En die belofte luidt: In een ieder die in Christus gelooft, heb Ik eenzelfde welbehagen als in Mijn Zoon (Mat.3:17);

b. enkel op grond van het geloof in Christus (dus op geen enkele wijze op grond van enig verdienstelijk werk van de mens);

c. enkel langs de weg van de toerekening (Rom. 4:5). Die toerekening wordt door Paulus geformuleerd met het woord logizomai, een term die uit de rechtspraak stamt. De eeuwige Rechter spreekt uit dat een zondaar niet wordt veroordeeld, maar dat hem de gerechtigheid van Christus wordt toegerekend, enkel op grond van zijn geloof in Christus. Daarbij moet worden opgemerkt dat ook dat geloof niet als een verdienstelijke daad wordt gezien, maar als een licht waardoor wij die van nature daar blind voor zijn, die goedgunstigheid van God (ineens) zien. Het geloof is ook een soort kanaal waarlangs de goedgunstigheid van God naar ons toestroomt.

3. Omdat die goedgunstigheid van God BUITEN ons vastligt in Jezus Christus, kunnen we die genade niet meer verliezen.

4. Deze goedgunstigheid van God werkt wel iets IN ons uit. Ze is in die zin dus niet louter een toerekening van buitenaf. We krijgen te horen dat we niet alleen kind van God genoemd worden, maar het ook zijn (1 Joh. 3:1, 2). "Gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in de Heere" (Ef. 5:8).

"Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel" (2 Kor. 5:17). "De liefde Gods is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest, Die ons is gegeven" (Rom. 5:5).

5. Wat is de werkelijkheid van de genade in ons? Het volstrekte vertrouwen in Christus en door Hem in Zijn Vader. Uit dat vertrouwen ontstaat de liefde (Gal. 5:6). Volgens de Reformatie is de genade daarom in de eerste plaats een herstelde relatie met God (volgens Rome is de genade een nieuw (bovennatuurlijk) zijn, een nieuwe kwaliteit, in de mens).

6. In het Woord is het Leven (Joh. 1:4). Allereerst in het vleesgeworden Woord. Maar het vleesgeworden Woord openbaart Zich in het geschreven Woord (Joh. 1:18). De sacramenten zijn slechts uitbeeldingen en goddelijke onderstrepingen van het Woord. Ze schenken zelf niet het leven, want dat is enkel in het Woord.

7. Ambtsdragers zijn dan ook slechts dienaren van het Woord. Ze zijn geen overdragers van het Leven door middel van de sacramenten, die alleen zij kunnen en mogen bedienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Wat is genade … volgens Rome en volgens de Reformatie?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's