In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Geloof alleen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof alleen

6 minuten leestijd

Sola fide! Dat was een van de grondpijlers van de Reformatie in de zestiende eeuw. Dat was voor Luther de uitredding geworden. Dat was voor hem het antwoord op zijn kwellende vraag: Hoe vind ik een genadige God? In verband daarmee de volgende herinneringen.

Niet op zand

Toen ik nog verbleef in het kleinseminarie van de paters passionisten in Haastrecht, kreeg ik van mijn moeder, die een diepgelovige vrouw was, een brief waarin ze schreef: "Wie op God vertrouwt, heeft niet op zand gebouwd".

Ik meen mij vaag te kunnen herinneren wat de reden was waarom zij dat schreef. In die tijd was ik gaan twijfelen aan mijn roeping tot het priesterschap. Ik had de indruk gekregen dat ik grote moeite zou krijgen met het verplichte priestercelibaat. Tijdens mijn puberteit was bij mij Zoals bij elk mens het verlangen naar liefde, en de lichamelijke beleving daarvan, tot ontwaken gekomen. En ik wist: als ik mij tot priester laat wijden, mag ik daar nooit aan toegeven. Dan blijft het huwelijk voor altijd een verboden terrein voor mij. Ik denk dat ik mijn moeder over die moeilijkheden geschreven had en haar voorzichtig erop voor had bereid dat ik wel eens het kleinseminarie zou kunnen verlaten. Zij wilde mij blijkbaar over mijn aarzelingen heen helpen.

Op een Rots

Toen begreep ik echter niet de bijbelse betekenis van haar uitspraak. Die zou ik pas vele jaren later ontdekken, namelijk in 1948, toen ik in Brazilië filosofie doceerde aan een grootseminarie en in contact kwam met protestanten. Toen zag ik ineens: wie op de belofte van God in Christus bouwt, mag zeker zijn van de vergeving van de zonden en van het eeuwige heil. Het was vooral de plechtige verzekering in Joh. 6:47 die mij de ogen opende voor deze blijde boodschap. Daar zegt Jezus:

"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven". Net als voor Luther is dat grondgegeven van de Bijbel voor mij het blijvende rustpunt geworden. Voor hem was dit de grote ontdekking, "de poort naar het paradijs", geworden: de gerechtigheid van God waarover Paulus het telkens heeft, is niet de gerechtigheid die God van ons eist, maar die Hij ons schenkt, enkel omdat Hij uit loutere genade (sola gratia) ons de gerechtigheid van Christus wil toerekenen langs de weg van geloof alleen (sola fide). Sindsdien formuleer ik die uitspraak van mijn moeder liever positief: Wie op God vertrouwt, heeft op een Rots gebouwd.

Angsten

Ik was opgegroeid in de vreze des Heeren. Ik had een diep ontzag voor Gods heiligheid meegekregen. Maar dat ontzag was door de r.-k. prediking van die tijd gestempeld door ontzettende angsten. Ons werd geleerd dat je door elke ernstige overtreding van Gods geboden een doodzonde bedreef en dat je daardoor als straf de eeuwige hel verdiende. En het geringste vrijwillige behagen in seksuele gevoelens die bij je opkwamen, betekende een doodzonde wanneer je niet getrouwd was.

Wat heb ik niet geleden onder die dreigementen! Ik zag telkens de vlammen van het onuitblusbare vuur naar mij lekken. De hel grijnsde mij aan als een eeuwig sterven zonder dood te gaan, als een plaats waar de verdoemden gefolterd zouden worden door wroeging, wanhoop en haat.

"Ik lag gekneld in banden van de dood, daar d'angst der hel mij alle troost deed missen" (Ps. 116:2 ber.). Maar wat alles veel akeliger maakte, was het verpletterende schuldgevoel dat met die angsten gepaard ging. Waren het alleen maar angsten geweest, dan had ik nog kunnen vluchten in zelfmedelijden. Dat zou althans enige verlichting geven. Maar die uitweg was voor mij afgesloten want ik moest voor die strenge God erkennen dat ikzelf de oorzaak was van al die ellende.

Kunt u zich voorstellen welk een bevrijding dat voor mij betekende toen ik te horen kreeg en ook in de Schrift bevestigd zag: wanneer je je algehele vertrouwen in Christus stelt, word je alle schuld kwijtgescholden? Dan wordt aan jou gratie, amnestie, verleend. Dan wordt de deur van de hel voor altijd voor jou dichtgeslagen. Dan mag je met de meeste beslistheid weten: Ik zal daar nooit in terechtkomen.

De rozenkrans

Ik had ondanks dc bemoediging van mijn moeder toch het kleinseminarie verlaten met de bedoeling mijn priesterstudies niet meer voort te zetten. Maar toen ik thuis was, voelde ik dat dit een grote teleurstelling voor mijn moeder was. Ze probeerde dat te verbergen, maar dit lukte haar moeilijk. En dat legde een zware druk op mij. Ik werd er depressief van. Mijn moeder merkte dat en begon zich daarover grote zorgen te maken. Met het haar aangeboren gevoel voor humor zei ze een keer tegen mij: "Als je je wilt ophangen, mag je dat alleen maar doen aan mijn rozenkrans". Voor protestantse lezers: de rozenkrans is een snoer met vijftig kralen waaraan je het Wees Gegroet, Maria en vijf kralen waaraan je het Onze Vader moet bidden.

Tenslotte besloot ik om de draad maar weer op te nemen en werd op 8 augustus 1940 tot priester gewijd. Een gloriedag voor mijn ouders. U begrijpt welk een intens verdriet het voor mijn moeder was, toen ze hoorde dat ik in 1948 mijn priesterambt had neergelegd en zelfs de R.-K. Kerk had verlaten. Maar toen ik na twee jaar naar Nederland terugkeerde en ik haar vertelde over mijn geloof in Christus als de Rots op Wie ik bouwde, zei ze tegen mij: "Ik zie dat je vasthoudt aan Christus. Dat is voor mij genoeg. Ik weet nu dat ik mij over jou geen zorgen hoef te maken".

Aanvechtingen

Toch is de heilszekerheid niet iets wat je eens en voorgoed verworven hebt. Dat zien we ook in het leven van Luther. Hij schrijft vaak over zijn aanvechtingen. Het is ook geen geringe zaak waarin wij geloven. De vergeving van al onze zonden enkei door het geloof in de belofte van God in Christus! Ik had vroeger al grote moeite met de leer van de R.-K. Kerk dat je door een geringe overtreding van Gods geboden enkel een dagelijkse zonde bedreef, waarvoor je 'slechts' het tijdelijke vagevuur (een straf die weer verkort kon worden door het verdienen van aflaten) kreeg opgelegd. Vanwege de vreze des Heeren die ik van mijn moeder had meegekregen, voelde ik elke zonde, ook de geringste, aan als iets vreselijks. Als ik bijvoorbeeld glorieerde over een prestatie, wist ik dat ik daardoor in strijd handelde met het Ad maiorem Dei gloriam van Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïeten (alles tot meerdere glorie van God). Ik besefte dat ook de dagelijkse zonde een 'nee' zeggen is tegen de heilige God: "U verbiedt dat, maar ik doe het toch!"

Ik kon het niet anders zien: élke zonde verdient de verwerping door God. Ik kon alleen maar instemmend mijn hoofd buigen als God tegen mij zou zeggen:

"Herman, jij wilt toch alleen maar je eigen gang gaan en je eigen wil doordrijven dwars tegen Mijn wil in, ga dan ook nu maar voor eeuwig je eigen gang. Ga weg van Mij, voor altijd!" Maar steeds meer is het voor mij een vreugde geworden om daartegen in te gaan en heel stil en heel intens uit te spreken: "God, ik vertrouw U helemaal. U hebt mij Uw Zoon gegeven als een Rots op Wie ik al mijn verwachtingen bouwen mag. Ik dank U en zal U blijven danken tot in de diepe eeuwigheid".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Geloof alleen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's