Getuigenis van Marian Pawlas, voorganger in Palowice
Een IRS-delegatie bracht in de maand september een bezoek aan Polen met de bedoeling de reeds bestaande contacten beter te leren kennen en nieuwe contacten te leggen. Bijzonder hartelijk was de ontvangst door de protestantse gemeente van Palowice in het zuiden van Polen. De ontmoeting met een van de voorgangers van deze gemeente werd als bijzonder waardevol ervaren. Hier volgt zijn levensverhaal.
Ik ben geboren in een typisch Poolse familie, zeer sterk geworteld in de traditie van de Rooms-Katholieke Kerk. Het gezin telde zes kinderen. Mijn moeder en grootmoeder droegen zorg voor ons en namen ons elke zondag mee naar de Roomse Kerk. Mijn vader was, zolang mijn herinnering reikt, vaak dronken en liet ons aan ons lot over. Als klein kind had ik belangstelling voor God. Ik was gedoopt, ontving het vormsel en ging ter eucharistie, maar desondanks werd mijn leven geleidelijk slechter en slechter. Tijdens mijn voortgezette opleiding kwam ik nog maar weinig thuis. Ik voelde me vrij en mijn leven werd steeds goddelozer. Ik zocht bevrediging in sport, alcohol en de omgang met meisjes. Ik betwijfelde zelfs of God wel bestond, maar ging desondanks elke zondag naar de kerk. Deels voor mijn moeder, deels omdat het van me werd verwacht. Iedereen in Polen gaat op zondag naar de kerk, als gevolg van duizend jaar katholicisme in ons land.
In mijn dorp was ik zeer populair. Ik was een goed voetballer en organiseerde verschillende plaatselijke activiteiten. Bovendien was ik goed in dansen en als ik had gedronken was ik altijd vrolijk en gelukkig. Echter, na elke avond van wijn, vrouwen en gezang ontwaakte ik de volgende morgen met een gevoel van hopeloosheid en onzekerheid. Wat deed ik met mijn leven? Als God wel bestond, wat wachtte mij dan na mijn dood? Ik was bang.
In augustus 1980 nodigde een vriend me uit om met hem mee te gaan naar een christelijk jongerenkamp. Al mijn andere vakanties had ik doorgebracht met trektochten door Polen met andere vrienden, waarbij het drinken van alcohol en het contact met meisjes het belangrijkst waren. Ik vroeg daarom of dat jeugdkamp ook door meisjes werd bezocht. Toen dat het geval bleek te zijn, stemde ik met het voorstel in. Vanaf het moment van aankomst was ik onder de indruk van wat ik in dat kamp ontmoette. De jonge mensen daar konden plezier hebben zonder alcohol, gevloek en gevecht. Zoiets had ik nooit eerder meegemaakt. Op een middag, terwijl we met elkaar over geestelijke zaken spraken, vroeg een van de meisjes: "Hoe is het met jou?" Mijn antwoord was: "Als ik weer thuis ben, zal ik mijn leven veranderen, maar ik blijf rooms-katholiek". Later, tijdens een van de bijbelstudies, hoorde ik het woord van Jezus: "Gij moet wederom geboren worden". Ik kwam al 23 jaar in de Rooms-Katholieke Kerk, maar dit had ik daar nog nooit gehoord. De mensen vertelden me dat het met mij wel goed zat. Het was voldoende als je naar de kerk ging. Nu bleek dat niet waar te zijn. Gedurende de dagen die volgden, kwamen deze woorden van Jezus voortdurend bij me terug. "Gij moet wederom geboren worden". Vier dagen voor het eind van het kamp mocht ik Christus persoonlijk als mijn Verlosser leren kennen en gaf ik mijn leven aan Hem.
Terug in Palowice kreeg ik geweldig veel tegenstand te verduren. Verbaal geweld van mijn familie (de eerste woorden van mijn moeder waren: "Ga uit mijn huis"), van mijn vrienden en tal van anderen in het dorp. Vijf maanden nadat ik een nieuw leven in Jezus had gevonden, stierf mijn moeder aan kanker. Heel het dorp gaf mij de schuld. Dit was gebeurd omdat ik verraad had gepleegd aan de Rooms-Katholieke Kerk.
In die tijd was er in Palowice al een Kerk van Vrije Christenen, die zondags door zo'n 25 mensen werd bezocht. Ik had me er nooit voor geïnteresseerd, maar nu besloot ik hun samenkomst te gaan bezoeken. Al spoedig moedigden de broeders me aan om het Evangelie te gaan verkondigen. De Heere riep me ook tot het werk onder jonge mensen. Na enkele jaren van samenwerking met de vriend die me had meegenomen naar het christelijke jongerenkamp, hadden al zo'n twintig positieve christenjongeren zich bij onze gemeente gevoegd. Ik had in die tijd een fulltime baan, maar in 1984 was ik in staat om een jaar aan een bijbelschool te gaan studeren. In 1985 studeerde ik parttime (in het weekend), in juni 1986 rondde ik de opleiding af.
1985 was voor mij een zeer bijzonder jaar, want toen trouwde ik met Hannah, een zeer bijzondere vrouw. Ze kwam net als ik tot bekering tijdens een zomerkamp en haar situatie leek veel op die van mij. Afkomstig uit een streng rooms-katholiek gezin en veel tegenwerking vanwege haar nieuwe leven. Ze moest zelfs het huis verlaten, omdat haar moeder niet met 'een ketter' onder hetzelfde dak wilde wonen. We hebben vier kinderen: Sara van 14, Karolina van 11, Samuël van 9 en David van 3. Zij zijn een kostbaar geschenk van God maar ook een reusachtige verantwoordelijkheid op onze schouders. Bid alstublieft voor hen. Het is heel moeilijk om in Polen als christen op te groeien. Bid of ze mogen begrijpen waarom hun papa zo vaak weg is. Dat ze het hem niet kwalijk zullen nemen en bij het ouder worden niet gaan rebelleren. Bid alstublieft voor Hannah en voor mij, dat we in staat zullen zijn om hen te helpen. En dat wij de juiste balans zullen vinden tussen de zorg voor het gezin en de zorg voor mensen in de gemeente en de samenleving.
Door economische problemen in Polen verlieten tussen 1986 en 1988 zo'n twintig mensen onze kerk in Palowice, om zich in het westen van het land te vestigen. De gemeente was opnieuw zeer klein van omvang. Zeven jaar nadat ik me bij de gemeente had aangesloten, werd ik oudste. Op een nacht in 1989 kon ik niet in slaap komen. Ik begon na te denken over al de dingen die voor God in de kerk moesten worden gedaan: gebed, bijbelstudie, evangelisatie, bezoekwerk, discipelschap. Ik had voor dat alles onvoldoende tijd.
Nadat ik die nacht alles in gebed had gebracht, besloot ik mijn zeer goed betaalde baan op te zeggen. Onze gemeente had geen geld om ons te ondersteunen, maar in de zeven jaren die volgden, hielp de Heere ons te overleven. Omdat we geen vaste inkomsten hadden, werkte ik zo nu en dan parttime voor een bouwonderneming. God kende echter mijn verlangen om Hem te dienen, en vanaf 1997 zorgde Hij voor ons door middel van een maandelijkse ondersteuning voor mijn gezin. Hoewel deze steun nu is gereduceerd, weet ik zeker dat God ook daarvan weet.
Hannah en ik werken fulltime voor de gemeente. We wonen op de tweede verdieping van het gebouw waarin ook de kerk is ondergebracht. Ons huis staat altijd open voor mensen. Momenteel hebben we er een dochter bij: Krysia van 18 jaar. Vanwege haar nieuwe leven in Christus willen haar ouders haar niet meer in huis hebben. Ze heeft echter nieuwe familie in God gevonden. Ook twee tot bekering gekomen mannen vonden onderdak in ons kerkgebouw. Voorheen waren ze verslaafd, nu zijn ze vrij in Christus.
De plattelandsgemeente van God in Palowice telt nu ongeveer 220 mensen, inclusief de kinderen, en zo'n 40 sympathisanten. Ons kerkgebouw is voor ons te klein geworden. Het is ons gebed en ons verlangen om het christelijk centrum 'De Lente' te kunnen bouwen. De tekeningen zijn gemaakt, de vergunningen zijn binnen. Nu komt de tijd van het: "Laat ons opstaan en bouwen". Het is ons gebed dat de kerk van Palowice de basis mag worden van waaruit mensen worden onderwezen en worden voorbereid om met het Evangelie uit te gaan.
Ook u kunt een onderdeel van Gods plan voor deze streek zijn. Ondanks vele economische en religieuze moeilijkheden geloof ik dat God vele mensen uit hun traditie en hun leugenachtigheid wil roepen tot een nieuw geestelijk leven in Jezus Christus.
"Want Hij is meerder, Die in u is, dan die in de wereld is" (1 Joh. 4:4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
