Jongeren vragen naar de weg
"Moet je nu echt geloven in the letterlijke lichamelijke opstanding van Christus Waarom zou je dat niet "geestelijk" kunnen uitleggen?" Dat zijn vragen die een jongere stelde. De vorige keer hebben we uitvoerig stilgestaan bij de dwaling in de gemeente van Korinthe. Daar waren mensen die beweerden dat er geen opstanding der doden is. Zij geloofden echter wel dat de Heere Jezus werkelijk was opgestaan, Paulus legt in 1 Korinthe 15 uit dat dit niet met elkaar overeenkomt. Hij laat zien dat het geloof in de opstanding van Christus juist het fundament is van het geloof in de opstanding der doden op de jongste dag. Ook in onze tijd zijn er velen die het heilsfeit van de opstanding loochenen. In deze tweede aflevering denken wij verder na over de geweldige consequenties van het ongeloof ten aanzien van Christus. Maar ook over de heerlijke consequenties van het geloof in Zijn opstanding.
Valse getuigen
Is de Heere Jezus wel echt opgestaan? Proef je welke vreselijke consequenties het heeft als de opstanding niet waar zou zijn? Als Christus niet is opgestaan is de apostolische prediking ijdel, het geloof is ijdel en de apostelen zijn dan valse getuigen. Zie je wel dat met het geloof in de opstanding van Christus alles op het spel staat? Dan wordt de evangelieboodschap beroofd van haar waarde en inhoud: de boodschap van de verlossing van de schepping en de verzoening met God. Dat is allemaal gebaseerd op kruis en opstanding. Stel je voor dat dat allemaal een leugen zou zijn, een menselijk gedachtespinsel. En als de apostelen valse getuigen zouden zijn, valt daarmee ook de betrouwbaarheid van God Zelf. Want Hij heeft opgedragen die boodschap van kruis en opstanding te verkondigen. Dan is God een leugenaar. Wie kun je dan nog wel vertrouwen? Dan is je geloof tevergeefs.
Ik denk aan jonge mensen die de Heere hebben lief gekregen. Zou je niet geschokt zijn als je voor zeker te horen zou krijgen dat het allemaal niet waar is? Voel je de vérstrekkende consequenties als het geen Pasen geweest zou zijn? Begrijp je nu waarom Paulus zo hartstochtelijk tegen die dwaling ingaat? Die christenen in Korinthe dachten de eeuwige heerlijkheid in te gaan op grond van Christus' kruis en opstanding, maar die hoop werd de grond in geboord door de dwaalleraars. Paulus trekt nog een consequentie van die dwaalleer. Als zij gelijk zouden hebben dan zou het geloof van deze christenen tevergeefs zijn en 'zijn ze nog in hun zonden' (vs. 17).
Een ijdele hoop
Denk je eens in: als Pasen geen werkelijkheid is, is de zondeval het eindpunt. Dan heersen de zonde en de dood nog. Dan is heel die boodschap van verzoening en vrede met God en de overwinning op de dood waardeloos. Dan is het offer van Christus niet door de Vader aanvaard en de schuldbrief van Gods kinderen niet verscheurd. Zie je wat je mist als je niet gelooft dat Christus echt is opgestaan? Dan is er geen verlossing van de zonde, de schuld van de zonde en de macht van de zonde. Dan is het Evangelie niet waar en is God een leugenaar. Het uitzicht over dood en graf heen is dan maar een droom. En dat geldt dan ook voor allen die in Christus ontslapen zijn (vers 18). Men hoopte dat ze behouden waren, maar dan zijn zij verloren. Abel en Abraham en Stéfanus en je godvrezende moeder of je opa, die zo vaak getuigde van de hoop die in hem was. Dat is dan allemaal maar zinsbegoocheling geweest, bedrog, projectie. Dan is het niet waar geweest toen ze hun betraande ogen ophieven tot die dierbare Heere Jezus, Die vrede voor hen verwierf en hen herstelde in de gunst en gemeenschap met God. Dan zijn ze nog in staat van beschuldiging, onder het oordeel van de dood en de eeuwige straf.
Maar weet je, dat geldt niet alleen voor die "sommigen" in Korinthe, dat geldt ook voor jou, als je nog zonder Jezus leeft in je zonden. Vind je dat niet schokkend? "Kan ik daar nog uit" zeg je misschien, "uit die dodencel van zonde, schuld en eeuwig oordeel?" Jazeker, want Christus is wél echt opgestaan en de doden worden wél opgewekt en het geloof is niet ijdel en de apostelen zijn géén valse getuigen en die in Christus ontslapen zijn, zijn niet verloren, want Christus is opgewekt!
Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden
Als een trompetstoot komt het eruit bij Paulus (vers 20). Maar nu! Paulus wikkelt zich los uit al die naargeestige consequenties. Het is wel goed om er even over na te denken wat het betekenen zou als Christus niet echt was opgestaan, maar daar moet je toch niet te lang bij stil blijven staan. Dat moet jij ook niet doen! Twijfel niet aan datgene wat zo duidelijk in de Bijbel staat en daarom onder ons volkomen zekerheid heeft. Het is de satan die deze twijfel zaait om je van God af te trekken. Bedenk bij alles wat anders verloopt dan volgens de natuurwetten het geval zou zijn, dat die wetten door de Heere Zelf in de schepping zijn gelegd en dat ze alleen werken door Zijn kracht.
God had het ook anders kunnen doen en Hij doet dat ook. Wie kan immers de maagdelijke geboorte van Christus verklaren? Zo is het ook met de opstanding van Christus uit de dood. Met ons aardse verstand kunnen we ons daar toch geen voorstelling van maken, maar God zegt het in Zijn Woord. De opstanding is een feit, een heilsfeit.
Onze logica loopt hier vast, maar we mogen het geloven op gezag van de Heilige Geest, Die niet alleen het Woord onfeilbaar heeft geïnspireerd, maar Die ook in onze harten wil getuigen dat het echt waar is (NGB art. 5). Jongelui, je kunt beter de Geest laten werken in je hart om het Woord te bevestigen en toe te passen dan de satan, die er alleen maar op uit is om twijfel te zaaien met betrekking tot de almacht en de genade van God. Dat werk van de Geest is heel belangrijk. En als de Heere door Zijn Geest een geestelijk dode zondaar levend maakt, is dat geen kleiner wonder dan dat God Zijn Zoon uit de doden opwekt. Juist door dat eerste (de wedergeboorte) is het mogelijk om te geloven dat de Heere Jezus echt uit de dood is opgestaan, ook al kun je dat met je verstand niet begrijpen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden. Kom mee, zegt Paulus, weg uit die ellendige diepte van het "indien niet" uit vers 19. Je zou er zeker stikken. Geef geen gehoor aan die Griekse filosofen in Korinthe, ook niet aan alle ongeloofstheologen van vandaag.
Christus is opgewekt. Het graf is leeg. De verschijning van Jezus aan Zijn discipelen was geen 'geestverschijning'. Christus heeft de dood overwonnen. Hij leeft! "Maar nu de Heer' is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan. Een leven door Zijn dood bereid, een leven tot in eeuwigheid".
Ken jij het eeuwige leven?
Het antwoord op deze vraag is voor jou net zo belangrijk als het antwoord op de vraag of de Heere Jezus wel echt is als opgestaan. Pasen betekent voor jou, als je de Heere nog niet kent, dat je nog tot bekering kunt komen. Christus is opgewekt. God de Vader nam genoegen met Zijn offer aan het kruis. Er is verzoening. Er is hoop. Jezus leeft en Hij maakt nog steeds geestelijk dode zondaren levend.
Heb je nog nooit gezien dat je zonder Hem de ellendigste van alle mensen bent? Als je dat ziet, wordt het een worsteling in je leven om met God verzoend te worden. Christus wordt je dierbaar, maar je armen blijken te kort te zijn om het heil, dat Hij door Zijn kruis en opstanding verworven heeft, aan te nemen.
Maar nu, Christus is opgestaan! Hij heeft ook Zijn Geest verworven. En Die getuigt in de harten van verloren zondaren dat er ook voor hen vergeving is. De levende Christus wil in Zijn Woord naar je toe komen en tot je ziel spreken van vrede: "Ziet hier ben Ik, Ik ben uw heil alleen". En de Geest getuigt in ons hart dat het echt voor ons is. Christus spreekt met macht, want Hij is de Paaskoning. Als dat in je leven gebeuren mag, kun je niet anders meer dan in Hem geloven. Wat is dat groot, om Hem te mogen kennen door het geloof.
Dan zal ook de kracht van Christus vernieuwend doorwerken in je leven. Dat noemen we de wedergeboorte in ruimere zin, de heiligmaking. Al Gods kinderen mogen door de kracht van Christus' opstanding vruchten dragen. Ze gaan in Hem groeien en bloeien.
Dan mag je opstaan uit de werken des doods om in "nieuwigheid des levens te wandelen" (Rom. 6:4). Dan vind je bij jezelf steeds weer opnieuw de dood, maar dan mag je toch leven uit Hem. "Opdat ik Hem kenne en de kracht van Zijn opstanding" (Filipp. 3:10). Dat nieuwe leven, dat begint bij de wedergeboorte en zich voortzet in de heiligmaking, strekt zich ook uit naar de heerlijkmaking.
Op de morgen der verrijzenis zal de bazuin klinken en de graven zullen opengaan. Daar hoef je niet aan te twijfelen, want Christus is de Eersteling geworden van degenen, die ontslapen zijn (vers 20). Dat belooft een rijke oogst. Zal dat voor jou ook een zalige opstanding zijn? Als je dat belijden mag, heeft je leven zin en mag ook je dagelijks werk staan in de glans van de eeuwigheid. In dat perspectief is het zinvol om te studeren, te trouwen, kinderen te krijgen, zieken te verplegen, kortom: getrouw te zijn in je aardse roeping. Dat hangt allemaal samen met die vraag waar ik mee begon: is de Heere Jezus wel echt opgestaan? Voor wie nee zegt, is alles ijdel. Maar wie dit met zijn hele hart geloven mag, ook met betrekking tot zichzelf, die mag leven in de hoop op het eeuwige leven. "Een leven door Zijn dood bereid, een leven tot in eeuwigheid".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 2002
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 2002
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
