In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

God is dichtbij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God is dichtbij

Handelingen 17:16-27

10 minuten leestijd

Het moet daar nogal wat geweest zijn op die Areopaag in Athene. Een gedrum en getrek van jewelste, om toch maar iets te kunnen opvangen van die man Paulus. Die man van dat andere geloof, je weet wel… die betweter (vers 18)! Het schijnt dat hij leert dat we niet mogen bidden tot Maria en de H. Rita… en voor hen maar geen kaarsen meer branden… Wat denkt hij wel, die praatjesmaker met zijn nieuwe leer en zijn andere God! We hebben toch altijd geleerd dat het goed is zoals we bezig zijn? We doen er toch niet verkeerd mee? Herken je dit zo'n beetje? In Athene klinkt dezelfde reactie. En die reactie kwam vooral van een bepaalde groep mensen, mensen die gestudeerd hadden en die ervan overtuigd waren dat zij wel wisten hoe het allemaal moest. Het waren mannen die school hadden gelopen bij de 'Stoa' (stoïcijnen) en bij de school van een zekere Epikurus. Die Epikurus was in de tijd van Paulus allang dood, maar zijn leer was nog heel levendig. En je zult je afvragen: "Wat hebben wij met die oude, dode Epikurus te maken?" Ja, eigenlijk niets… en toch ook weer alles! Want weet je wat die man leerde? Hij leerde dat het gedaan is als je doodgaat. Dood is dood! Dan is alles afgelopen. De put in en gedaan. Amen en uit! Geen opstanding, geen leven na de dood! Dus: geniet van het leven. Pluk de dag. Leef maar op! En als je het leven niet meer aankunt: geen nood, maak er dan een eind aan! Herken je diezelfde houding ook niet vandaag? Een uitzichtloze leer, zonder toekomst, zonder hoop?

Een buitengewoon ontzag voor godheden

Tegenover de uitzichtloze leer van die filosofen stelt Paulus de hoopvolle boodschap van het Evangelie van Jezus Christus! Het was Paulus inmiddels opgevallen dat de mensen die zo dachten toch zeer godsdienstig waren. Ze hadden voor alles en nog wat een altaar met een beeld erop. Beelden en andere voorwerpen van verering gingen van hand tot hand. Men voelde zich daar goed bij. En daar moest Paulus afblijven! Trouwens wat voor kwaad is er nu gelegen in het feit dat je af en toe een kaars gaat branden voor dit of dat beeld en hulp gaat afsmeken in de kapel van de H. Rita? We lezen dat Paulus, toen hij dat allemaal zag en hoorde, geschokt was (vers 16). Op een bepaald moment staat hij recht en zegt: "Mannen van Athene, ik zie dat je een buitengewoon ontzag voor godheden hebt…" Ik denk dat als Paulus hier in onze stad Tongeren zou rondlopen hij identiek hetzelfde zou zeggen: "Mannen en vrouwen van Tongeren, ik zie dat jullie een grote verering hebben voor allerlei godheden en heiligen en dat je op een bijzondere wijze begaan bent met de aanstaande kroningsfeesten…" En inderdaad, als je zo eens rondloopt in Tongeren: vele kapelletjes, vele godheden waar mensen voor buigen en voor bidden.

Ik heb enkele van die 'godheden' in kaart gebracht.

Sint-Gillis

Sint-Gillis, een rasechte Athener. Is daar geboren en opgegroeid en omstreeks 700 naar Nimes getrokken. Later zou hij daar ook een klooster hebben gesticht. Hij wordt aangeroepen tegen zenuwziekten en angsten.

St.-Lutgart

St.-Lutgart, in 1182 te Tongeren geboren. Patrones van blinden en van zwangere vrouwen.

Evermarus van Rutten

Evermarus van Rutten, geboren in Friesland. Toen hij van Friesland naar Maastricht wilde gaan om er het graf van St.-Servaas te bezoeken, werd hij in Rutten door de rovershoofdman Hakko vermoord. Dat gebeurde rond 700. In Rutten staat nu de Evermaruskapel. Hij wordt aangeroepen tegen "kwade koorts bij mens en dier".

St.-Sulpicius van Tongeren

St.-Sulpicius van Tongeren, geboren in Tongeren en later bisschop van Tongeren. Overleden rond 500.

Evergislus van Tongeren

Evergislus van Tongeren, geboren in Tongeren en later bisschop van Keulen. In 594 overleden.

H. Rita

H. Rita, omstreeks 1380 in Cascia geboren. Zij is de patrones van de hopeloze gevallen. Wordt in Nieuw-Tongeren in de St.-Jozefkerk vereerd. Bedevaarders kunnen er gewijde blaadjes van Rita-roosjes kopen.

Sint-Maternus

Sint-Maternus wordt vereerd in de Maternuskerk op de Paspoel. Pastoor Bas mocht uit de Tongerse schatkamer een reliek van Maternus meenemen (een wervel) die in een schrijn bij het beeld werd geplaatst. Hij zou de eerste bisschop van Tongeren geweest zijn en de grondslag hebben gelegd voor het bisdom Luik.

't Heilig Paterke

't Heilig Paterke, als Lowie Paquay in 1828 geboren te Tongeren. In 1905 overleden. Bij zijn grafmonument in de Minderbroederskerk te Hasselt passeren dagelijks tientallen tot honderden mensen.

Sint-Kristoffel

Sint-Kristoffel, patroon van de reizigers, wordt te Tongeren-Henis vereerd. Hij zou in de derde eeuw geboren zijn als zoon van een heidense koning. Hij kreeg de naam Offerus. Door toedoen van een kluizenaar zou hij tot het christelijk geloof zijn gekomen.

Sint-Jozef

Sint-Jozef wordt vereerd in de St.-Jozefkerk te Tongeren als patroon en beschermer van de arbeiders, meubelmakers en schrijnwerkers.

Sint-Servatius

Sint-Servatius leefde in de vierde eeuw. Als kerkleider bestreed hij op het concilie van Rimini (359) de ketterij van het arianisme, dat de godheid van Christus loochende. Hij is bisschop geworden in Tongeren. Maar door zijn ongemeen streng regime moest hij vluchten naar Maastricht, waar hij in 384 is overleden. Hij is de patroonheilige van Tongeren en wordt aangeroepen tegen botziekten en koorts.

Sint-Hubertus

Sint-Hubertus, geboren omstreeks 655. Bisschop te Tongeren en later te Maastricht. In 722 verplaatste hij zijn bisschopszetel naar Luik. Een kapel hem toegewijd staat op een steenworp afstand van onze kerk. Bekend zijn de Hubertusbroodjes die op zijn feestdag worden gewijd. Vroeger werden die door mens en dier gegeten tegen hondsdolheid, nu tegen elke maatschappelijke ziekte.

De H. Maria

De H. Maria, in Tongeren vereerd als "Oorzaak onzer blijdschap". Een altaar met haar beeld erop staat vooraan in de basiliek te Tongeren. Alom bekend zijn de zevenjaarlijkse kroningsfeesten te harer ere. Voor van alles en nog wat worden haar hulp en bijstand ingeroepen.

Sint-Jan Baptist of Johannes de Doper

Sint-Jan Baptist of Johannes de Doper, die te Tongeren in de St. Janskerk wordt vereerd en wordt aangeroepen tegen diverse kwalen.

Kindje Jezus van Praag

Het is een hele waslijst van heiligen die te Tongeren worden vereerd. En dan heb ik het nog niet gehad over het Kindje Jezus van Praag, dat wordt vereerd in de kapel van de Picpussen te Tongeren. Heel het jaar door komen bedevaarders naar het 'Kindje'.

Wat een godsdienstigheid. Wat een vroomheid! Opmerkelijk is dat Paulus hiervoor een woord gebruikt dat ook "bijgelovigheid" kan betekenen. In het Grieks "deisidaimon". Je hoort er het woord "demon" in klinken. Ik geloof dan ook niet dat Paulus met deze uitspraak de bedoeling zou hebben gehad om bij de Atheners in het gevlei te komen. Hij zei gewoon op een duidelijk verstaanbare wijze waar ze mee bezig waren. Letterlijk zei hij: "Ik merk dat je een bijzondere vroomheid aan de dag legt, maar het is pure afgoderij!"

Paulus wilde ze echt niet over het koppeke aaien en ze in hun vroomheid goedpraten. Zoals dat vandaag zo gemakkelijk gebeurt: "Och ja, als je maar godsdienstig bent, als je maar in iets gelooft…" Neen. Hij wilde ze nadrukkelijk waarschuwen tegen zulke praktijken en ze bewegen te geloven in de levende God en Hem alleen te dienen.

Hoe doet Paulus dat? Hij doet dat op een meesterlijke wijze. Vrijmoedig gaat hij Jezus Christus verkondigen als de ene en volkomen Zaligmaker. En daartoe verwijst hij naar het altaar van die "onbekende God". Nu zijn er veel verklaarders die beweren dat dit altaar zou zijn opgericht ter ere van een of andere godheid die men over het hoofd zou hebben gezien. Een of andere Griekse god die men eventueel zou hebben kunnen vergeten. Maar zo'n uitleg kan ik moeilijk geloven. Ik kan me moeilijk voorstellen dat Paulus zich in zijn evangelieverkondiging heeft aangesloten bij een altaar van een heidense god en zou zeggen: "Geweldig toch, toevallig hebt u, zonder dat je 't zelf wist, de god vereerd die ik u verkondig". Zou dat niet een goedpraten zijn van de heidense cultus?

Maar in Athene woonden ook Joden. En Joden mogen de Naam van de God van Israël niet uitspreken. Zodoende was de God van de Joden onbekend bij de Atheners. Daarom was dit altaar "aan een onbekende God" wellicht bestemd voor de God van de Joden, en kon Paulus zich zonder enig probleem aansluiten bij dat altaar en spreken over de God Die de wereld heeft gemaakt, Die de Heere is des hemels en der aarde en Die woont niet in tempels met handen gemaakt.

God laat Zich niet door mensenhanden dienen

Wat een geweldig moment moet dat voor Paulus geweest zijn. Paulus, dat kleine Joodse mannetje, die meende het beter te weten dan zij, de eerbiedwaardige wijsgeren van Athene… Hij staat voor hen als drager en verkondiger van de waarheid! De waarheid die noch Socrates, noch Plato, noch Aristoteles hebben gevonden! Vrijmoedig verkondigt Paulus: "Ik verkondig u de onbekende God". En "deze God woont niet in tempelen met handen gemaakt, en wordt ook van mensenhanden niet gediend als iets behoevende" (vers 25).

O wat is de mens toch blind voor de grootheid en de algenoegzaamheid van de Heere God! Wat is de mens toch blind voor het verzoenende werk van Jezus Christus! We zien dat trouwens ook in de praktijk rondom ons: de meeste mensen denken dat God een behoeftige God zou zijn. Dat Hij behoefte zou hebben aan onze offers, aan onze ceremonies, aan onze liturgie, aan onze ijver, aan onze goede werken. Van nature is de mens blind voor de God van de Bijbel. Wij, mensen, zijn altijd weer geneigd een God te creëren die wij gunstig moeten zien te stemmen. God de behoeftige. Er is geen enkele godheid (geen Boeddha, geen Shiva, geen Mohammed), ook geen enkele heilige, zelfs Maria niet, die zich zou kunnen meten met de God van de Bijbel! God heeft niets van ons nodig. Hij kan al het onze missen! Er is echt niets dat wij God kunnen voorleggen waardoor Hij bewogen zou kunnen worden om ons te redden en te verlossen. Zelfs onze beste werken zijn voor God als een vies en bezoedeld kleed (Jes. 64:6). God is echt niet afhankelijk van de dienst van mensen, daar Hij Zelf allen het leven en de adem en alle dingen geeft (vers 25)! En de Heere heeft daar een bijzondere bedoeling mee, namelijk "opdat zij de Heere zouden zoeken, want Hij is niet ver van een ieder van ons" (vers 27).

God is niet ver, God is niet onbereikbaar! Hij is dichtbij! Zo dichtbij -zegt Paulus hier- dat we Hem kunnen zien, Hem kunnen horen, Hem kunnen tasten! Weet je dat de Bijbel zegt dat God ons zo nabij wil zijn dat Hij staat te kloppen aan de deur van ons hart?! Hij zoekt ons. Hij loopt ons achterna. Hij wil niet dat wij de verkeerde kant opgaan en ongelukkig zouden worden. Hij, de Allerhoogste God, de Heere van hemel en aarde, staat als een bedelaar te kloppen aan de deur van je hart… opdat Hij Zijn vrede, Zijn rust, Zijn vergeving, Zijn blijdschap aan ons kwijt kan. O wat is dat een groot wonder! Mijn hart wordt week onder die ontfermende en liefdevolle nabijheid van mijn Heere.

Als er in de Bijbel had gestaan dat wij als bedelaars moesten gaan aankloppen aan de deur van Zijn hemels paleis, dan zou dit voor ons een logische gedachte geweest zijn. Maar dat Hij, Die niets van ons nodig heeft en Die wij zo brutaal op het hart hebben getrapt door onze zonde, dat Hij ons zo dichtbij komt en zo veel moeite doet om u en mij zalig te maken, dat is onbegrijpelijk groot!

Die hoogheilige God staat vlak naast je. Je kunt Hem "tasten", zegt Paulus. Zo dichtbij is Hij! Dichtbij gekomen in Zijn Zoon Jezus Christus. Jezus, Die de hemel, de plaats waar Hij thuis was bij Zijn Vader, verlaten heeft. Die heerlijke plaats waar enkel en alleen vrede en blijdschap zijn. Waar geen geklaag en geen gezeur, geen ziekte en geen pijn, geen rouw en geen droefheid zijn. Hij had daar in de hemel kunnen blijven en ons allen aan ons lot overlaten. Daar had Hij trouwens alle recht toe. Maar Hij is neergedaald in een wereld waar zo ontzettend veel zonde is, onnoemelijk veel leed en verdriet, zo veel haat en vijandschap. Hij is gekomen om Zelf de schuld en de straf die wij door onze zonde hebben verdiend, te dragen!

Bezorgt het je, wanneer je deze God van de Bijbel persoonlijk mag kennen, dan geen hartzeer dat zo velen, r.-k. mensen, hun heil en zaligheid verwachten van godheden en heiligen die hen geen stap dichter bij God kunnen brengen? Wat hebben wij als gemeente te Tongeren een ernstige verantwoordelijkheid! Een verantwoordelijkheid om allereerst zelf en heel persoonlijk te komen tot de waarachtige bekering. En daarmee bedoel ik: de bekering van je hart en de vernieuwing van je leven door de kennis van Jezus Christus. Maar ook om vervolgens in de kracht van de Heilige Geest te getuigen van de Christus en Die gekruisigd. Moge de Heere het ieder van ons geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

God is dichtbij

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's