Evangelisatie in Brazilië (2)
In het eerste deel van dit artikel in het vorige nummer van IRS heeft dr. F.L. Schalkwijk zich reeds aan u voorgesteld. Zijn jarenlange arbeid in Brazilië, eerst als veldzendeling en later als professor, stelde hem in staat in de vorige aflevering een analyse te geven van de kerkelijke situatie in het roomse Brazilië. In deze tweede aflevering kunt u lezen hoe dr. Schalkwijk destijds het zendingswerk concreet gestalte gaf.
Welke middelen tot bekering gebruikte God? Wat bewoog hen, Brazilianen, de grote stap te doen om de Heere te volgen? In de eerste plaats natuurlijk de prediking van het Woord, dat nooit ledig weerkeert (Jes. 55:11). Biddend prediken dat het zaad zal vallen in harten waar de Heilige Geest al aan het werk is (Joh. 16:8). De boodschap is één, overal ter wereld (Joh. 3:16), maar in de prediking moeten we wel rekening houden met de hoorders, ook in Brazilië. De meesten van hen zijn immers op de een of andere wijze "rooms". Dus zeker niet Maria verlagen, doch alleen maar de Heere Jezus verhogen. De meesten zijn ook nogal spiritistisch, dus zeker aandacht geven aan beklemming door boze geesten en weggooien van amuletten. En soms in de prediking zomaar wijzen op Numeri 23:23, dat tegen Jakob geen bezwering bestaat. Dat betekent dus dat als je bij het volk van God hoort, je niet bang hoeft te zijn voor die zwarte magie ("despacho") die ze tegen jou of je gezin op de hoek van de straat hebben gelegd: een kaars, een dode kip, wat jenever, met een vervloeking in de naam van een of andere duivel.
Behalve de directe prediking gebruikt de Heere ook andere middelen zoals literatuurverspreiding -de Christenreis van Bunyan-, colportage, radioprogramma's enzovoorts (wat lopen er veel mensen met een klein radiootje op zak!). Ook huisbezoeken op verjaardagen en bij overlijdens worden door de Heere gebruikt. Of het in alle stilte wat diaconale hulp bieden, een baantje helpen vinden als iemand werkloos is, bijspringen als er een baby geboren is, bidden bij zieken, ook in de gemeente, opletten of het geestelijk lente wordt in een bepaald gezin et cetera. Ook beseffen hoe de Heere die grote migratiestromen wil gebruiken, want ze hebben het Evangelie vast wel eens gehoord, maar in een nieuwe streek zijn er nog maar weinig sociale bindingen met doopgetuigen (peters en meters) en is men dus veel vrijer om zelf te kiezen. En dan ook de verhuizende gelovigen opwekken om tijdens hun reizen het Evangelie te verkondigen, want de Heere gebruikt allerlei middelen, inclusief de verstrooiing (diaspora), of die nu door vervolging of door het openleggen van hele streken op gang komt (Hand. 8:4). En ook vooral letten op de vrede in de gemeenten, want daar gebiedt de Heere de zegen (Psalm 133:3). En dan aan het slot van de avonddienst als de mensen naar huis terugkeren bedenken dat de meesten in een heel klein woninkje leven en gauw naar bed gaan, dus hun maar welterusten wensen en met elkaar als afscheid hardop zeggen: "In vrede kan ik mij ter ruste begeven en aanstonds inslapen want Gij alleen, o Heere, doet mij veilig wonen. Amen, ja amen!" (Psalm 4:9).
En al die manieren zijn eigenlijk aldoor het doorgeven niet van je eigen woorden, maar van kleine stukjes van het Woord van God. Dat half-uurtje prediking is op zichzelf wel heel erg belangrijk, want de Heere wil het gebruiken, maar het is en blijft wel mensenwerk, en degene die het eigenlijke werk doet is de Heilige Geest. Elke keer als ik iemand mocht dopen vroeg ik tijdens de belijdeniscatechisaties wat de Heere gebruikt had om hem of haar tot bekering te brengen. Soms was het een foldertje of een radioboodschap, soms een vriend of een ziekte, et cetera. Eens stelde ik die vraag aan een eenvoudige zuster. Ze wist het niet precies, maar zou er over nadenken. Toen ik na een paar weken weer in die gemeente kwam, vertelde ze dat zij erover had gedacht, maar het nog niet wist. Eén ding wist ze wel, namelijk dat het niet de preek was geweest, want daar had ze niet veel van begrepen… (stokslag voor de trots van de besteller van de boodschap van Gods liefdesbrief.), maar toen ze het kerkje (van 5x5 meter) binnenkwam, voelde ze "zo'n grote troost!" Ik zei haar: "Weet u wie dat was, zuster? Dat was de Trooster, de Heilige Geest!" Ja, Hij roept ons door Zijn Woord en Geest (Heidelbergse Catechismus, Zondag 7, vraag en antwoord 21).
Toen we na ruim 35 jaar metterwoon naar Nederland terugkeerden, vroeg iemand of we het erg moeilijk hadden gehad op het zendingsveld. Nou ja, in het begin wel een beetje, maar als je er eenmaal doorheen bent, is het alleen maar heerlijk te mogen werken in een land waar nog honger is naar het Evangelie. Ik denk dat het hier in Europa in dat opzicht veel moeilijker werken is dan in Brazilië. Dat is wel jammer, maar dat maakt verder niet uit voor de arbeider. Immers, het enige wat de Heere van ons vraagt is dat we trouw zijn in de bediening die Hij ons geeft, waar Hij ons ook plaatst. Want voor alle omstandigheden geldt: "Zalig die slaaf, dien zijn heer bij zijn komst zo bezig zal vinden" (Matth. 24:46; 1 Kor. 4:2). En dat Zijn komst nabij is, daar twijfelt niemand van u aan. Maranatha!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
