In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De vrome hypocriet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrome hypocriet

6 minuten leestijd

De avond valt over Kikwit. Vroeg, zoals altijd in de tropen, ook in de zomer. Ik moet er elke keer weer aan wennen, de snelle schemering, nog vroeg in de avond. Het is volkomen duister, net na halfzeven. Geen licht, op een enkel olielampje voor een raampje ver weg na. Geen elektriciteit, in een stad met 400.00 inwoners. Dat is het moment van de echte gezelligheid. De mensen gaan ervoor zitten. Ze hebben geen haast. Er valt niets te doen, te midden van meer dan 100.000 werklozen en een schrijnende armoede. Sommigen hebben nauwelijks gegeten - geen geld. Stilletjes hopen ze op een kokosnoot die in de vroege nacht met een harde klap naar beneden valt. Zo'n late zegen zou de dag nog goed kunnen maken.

Met zijn vriendelijke luidruchtigheid komt Luswa aanzetten, vanaf de andere kant van het pleintje. De woensdagavondsamenkomst is afgelopen. Een honderdtal mensen schuifelt weer naar huis, voorzichtig, om niet over een steen te struikelen of in een gat te vallen. "Het is druk!" constateer ik. "Je gemeente groeit!" Luswa is voorganger in een opwekkingsgemeente van één jaar oud. Een halfjaar geleden waren er veertig leden. Nu drie keer zoveel.

De pinkstergemeenten zijn de grootste geloofsgemeenschap van protestants Kikwit. Ze zijn de baptisten voorbijgestreefd, die een eeuw lang de grootste minderheid waren naast de oppermachtige Rooms-Katholieke Kerk. Nog altijd domineert de kathedraal als het enige imposante gebouw de stad. Hoelang nog? De mensen snakken naar een vorm van geloof die persoonlijker is dan de vormelijkheid van het traditionele rooms-katholicisme.

Luswa (geboren in 1959) is vader van zes kinderen. Hij is afkomstig uit een gegoed gezin. Vader Kasese was handelaar in palmolie en had, net als zijn vrouw, middelbaar onderwijs gevolgd. Het gezin was nogal kerkelijk meelevend. Als jongetje van zeven voelt Luswa reeds de roeping om priester te worden en hij vertelt dat aan iedereen. Pas vijf jaar later gaat zijn vader er met de pastoor over praten. Dan wordt de pientere Luswa, altijd de beste van de klas, misdienaar.

Hij volgt de middelbare school in zijn woonplaats Idiofa, die door de jezuïeten wordt geleid. Maar hij wil meer. Hij kan verder leren aan het kleinseminarie in Laba, 50 kilometer verderop, waar hij van zijn veertiende tot zijn achttiende verblijft. Hij blijft al die tijd dezelfde briljante student. Maar die avond, die we loom doorbrengen in de tropische hitte, vertelt hij dat daar in Laba voor hem het "leven van de hypocrisie" begon. Vroom in de mis, daarna de "miss". De studenten trokken elkaar mee en volgden zo het voorbeeld van de priesters. Het werd een tweede natuur. In het openbaar mochten de studenten zelfs niet met meisjes praten. Pro forma hielden ze zich daaraan. Ze spraken niet, maar communiceerden met briefjes.

Omdat Luswa erg muzikaal is, voelde hij zich aangetrokken tot "de zingende broeder", een Belgische missionaris met de naam Jean. Deze bespeelde het harmonium en de gitaar als de beste en was een uitstekende zanger. Luswa kreeg van hem muziekles. Ze gingen samen ook op tournee, langs kerken en dorpen. Luswa zag veel en deed veel dat maar beter geheim kan blijven. Iedereen wist het, en iedereen veinsde niets te weten. Zo ging dat en zo gaat dat nog steeds. Je kunt dan wel priester zijn, "maar je moet ook nog leven", wordt als algemeen aanvaard excuus aangevoerd. Alleen moet je uitkijken voor openlijk commentaar. Toen de "vrouw van de bisschop" beviel en iedereen zei: "Sprekend monseigneur!", werd het hoog tijd voor een overplaatsing. (Een voorval waarbij naam en toenaam worden genoemd!) Luswa voelt nog de bitterheid die hem ten slotte de kerk heeft uitgejaagd. Tegen de tijd dat hij naar het grootseminarie moest, besloot hij te kiezen voor een hogere commerciële opleiding. Hij was zijn roeping helemaal kwijtgeraakt. Zijn interesse voor geestelijke zaken was weg. Alleen met feestdagen bezocht de ooit zo ijverige Luswa de misviering nog. Het enige wat hij overhield van het kleinseminarie was zijn losse levenswijze, allevier de jaren van zijn studie daarna.

Tegen de tijd van zijn afstuderen ontmoet Luswa dat ene meisje dat voor hem echt anders was, zijn Suzanne. Ook vindt hij werk bij een Italiaanse handelsonderneming en spaart elke cent om de bruidsschat te kunnen betalen. Op 28-jarige leeftijd trouwt hij.

Er komt een kentering in zijn zelfzuchtige leventje als er een team van de Bijbelbond langskomt. Heel eenvoudig wordt verteld wie de Heere Jezus Christus is, een Verlosser voor zondaren. De evangelisten vertellen veel over de Bijbel, die Luswa prompt gaat lezen. Hij doet dingen helemaal of helemaal niet. Hij kan bijna niet meer stoppen. Bijna alles is nieuw voor hem. Met zijn heldere geest onderscheidt hij al snel wat het verschil is met wat hij in de kerk heeft gehoord.

Het geloof is anders - en stukken beter en interessanter dan hij ooit had bevroed. God is ook anders. Hij is niet Iemand Die alles maar door de vingers ziet of Die Zich laat vermurwen door een standaardgebedje. Zo had Luswa altijd gedacht. Nu is hij bevreesd voor God en voelt zich vies. Nu niet vanwege verwijten van zijn vrouw. Daar kan hij nog mee leven. Maar nu klinkt er een aanklacht vanwege God - daar kan hij niet mee leven. Het grote Licht breekt door in het hart van Luswa, die eindelijk iets begrijpt van Gods heiligheid en Zijn vergeving. Vergeving is niet goedkoop of automatisch. Het is een wonder, dat zich moet manifesteren in een mens, volgens bijbelse principes. Wat dan ook gebeurt…, boven bidden en boven denken!

Twee maanden later volgt ook Suzanne en dat smeedt die twee nog meer samen tot een eenheid. Ze verhuizen naar een andere stad, een paar honderd kilometer naar het zuiden, in dezelfde provincie. Alles in Congo is groot en ver en imposant, de bossen, het land, de rivieren, de armoede… Ze worden lid van een protestantse kerk, onder hevig protest van vrienden en familie. Maar ze willen groeien in de kennis en de genade, en hebben daarvoor een kerk nodig die de boodschap van de Bijbel helder laat klinken.

Nog altijd is Luswa een heldere denker. Nu woont hij in Kikwit, een stad met misschien maar één of twee computers. Maar hij was de eerste niet-priester die ermee kon omgaan. In het klooster zijn generatoren, dus daar liggen bijzondere mogelijkheden. "De wereld is veranderd. Ik wil niet buiten de werkelijkheid komen te staan!" Zijn instructeur was een medeseminarist.

Luswa onderhoudt nog steeds contacten met zijn vroegere vrienden. Ze praten graag met hem. "Jongens, jullie weten wel dat ik de ergste was, hè? Dat vond ik toen stoer. Nu zie ik het anders. Maar als er voor mij vergeving is, zou die er dan niet voor jullie zijn?" "Ach, wat koop je ervoor? Jij bent arm, en wij zijn rijk!" "Je moet kiezen tussen je portemonnee en de grote schat!" zegt Luswa. Hij is ervan overtuigd dat ze eens dezelfde weg zullen kiezen. "Daar komt de protestantse pater!" schertsen zijn vrienden. Maar Luswa komt niet voor de thee, die in de stad schreeuwend duur is, een luxeproduct. Hij komt er voor het eeuwige welzijn van vrienden. Het is een hogere missie die hem naar het missiehuis voert. Zijn taak is nog niet af!

"Kun je me geen megafoon toesturen?" Luswa ziet alweer mogelijkheden voor de verkondiging. Ik voorzie moeilijkheden. Handel met Congo is gecompliceerd. Verder dan de haven van Matadi of de overslag in Kinshasa komen veel artikelen niet. Daar "verdwijnen" ze in de diepe nacht. Niemand weet iets, ieder profiteert mee. Maar Luswa Bernardin Kasese denkt alweer verder. "Kun je dan niet een motor opsturen, van een kleine Mercedes-vrachtwagen?" Ik had het motorloze wrak al voor de ingang van zijn kerkzaaltje gezien. "Dan gaan we de bush in. Want iedereen moet het horen!" Hij heeft meer gelijk dan ik. Ik moet verder durven denken. Ik begin die volle vrachtauto nu ook voor me te zien. Een zingende vrachtauto, een mobiel getuigenis. Net als Luswa.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

De vrome hypocriet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002

In de Rechte Straat | 16 Pagina's