In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Zonder rozenkrans niet welkom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zonder rozenkrans niet welkom

10 minuten leestijd

Hij hield van de gebedsbij eenkomsten. De echt Afrikaanse, sterk ritmische liederen, afgewisseld met het lezen van gedeelten uit de Bijbel, het rustige gebed van de lekenvoorganger of de drukke, luide gebeden van ieder tegelijk en door elkaar. Er lag veel emotie in die samenkomsten, meer dan in de saaie, voorspelbare misvieringen. De onverwachte en ongepolijste getuigenissen, de wilde ritmes op de tamtam… Het was alsof God heel dichtbij kwam, zomaar in het drukke, roerige bestaan van de inwoners van de provincie Oost- Kasai in Congo. Blaise was toen pas veertien jaar. Het was 1985.

De pastoor kon er niet goed mee uit de voeten. Lekenpredikers zag hij als een groot gevaar voor zijn eigen positie. Dus kwam hij alleen naar de gebedsbijeenkomsten als het echt niet anders kon. Uit verplichting! Dan zorgde hij ervoor dat er vooral veel gebeden tot Maria werden gericht, wat anders nauwelijks voorkwam. Of hij las een gedeelte voor uit een boekje met levensbeschrijvingen van heiligen, of een zoetelijk gedichtje. Dat was niet direct fout, maar het leek Blaise niet te passen in de gebedssamenkomsten. De pastoor maakte alles zo droog, zo formeel. Gelukkig kwam de pastoor daar maar weinig. Zo was het beter. Bidden deed je zonder pastoor en buiten de kerk. Zo ging dat in het schooltje, vlakbij het huis van Blaise, in Lodja.

Het gezin waarin Blaise opgroeide was nogal bijzonder. Hij had een oude vader en een jonge moeder. Zij n vader had nog een andere vrouw gehad, maar toen hij overging tot de Rooms-Katholieke Kerk moest hij een van de twee wegsturen. Zij n jonge vrouw was als slavin uit het noorden van het land in de Kasai gekomen, en was zo gelukkig te worden gekozen als de tweede vrouw van de vader van Blaise, het hoofd van de Lokamanastam. Daarmee had zij opeens een belangrijke status. Zij leefden rustig, en de kerk had een grote plaats in het gezin.

Maar het rustige leven werd verstoord. Vader wilde zijn geluk beproeven in het verre oosten van het land, in de provincie Maniema. Ze verhuisden. Het was een bittere pil om te merken dat de kerk nauwelijks kon voortbestaan in die moslimstreek. De kathedraal was gesloten. Het houten gebouw was verveloos. Er hingen planken los en veel ramen waren gebroken. Nee, niet zomaar gebroken, maar stukgegooid. De mensen in Mani ema vonden dat hun provincie een moslimgebied is, waar geen plaats is voor christenen. Deze laatsten boden maar weinig tegenspel. Er was al achttien jaar geen priester geweest in de hoofdstad van Maniema. Men probeerde de weinige overgebleven christenen te dwingen moslim te worden.

Na enkele jaren verhuisde het gezin weer naar Lodja (1989). Op geestelijk gebied was dat een verademing. Met veel overgave deed Blaise mee met kerkelijke activiteiten. Hij was onder de indruk van de paters passionisten met hun bevindelijke geloofshouding, devotie geheten in het katholicisme. Hij probeerde nader met hen in contact te komen. Dat was niet zo moeilijk. Er was een hele groep jongeren die geboeid waren door het kloosterbestaan. Daar werden bijzondere samenkomsten voor gehouden. Wi e serieuze belangstelling toonde, mocht meedoen met wekelijkse religieuze samenkomsten voor potentiële kloosterlingen. Meteen al in 1989 deed Blaise daarin mee, en later in datzelfde jaar kreeg hij een officiële positie, als leider van het aan het klooster verbonden koor. Blaise is heel muzikaal. Al op jonge leeftijd schreef hij geestelijke liederen, als een Afrikaanse David. Verschillende van zijn liederen waren erg geliefd bij de mensen uit Lodja.

In 1990 werd hij postulant (aspirantmonnik). Hij kwam vaak samen met de paters passionisten in zijn woonplaats. Het was maar een kleine groep van vier paters. Intussen moest hij zijn middelbare school nog afmaken, wat in 1991 gebeurde. Er waren 24 postulanten, maar de groep slonk snel. Ten slotte werden er maar twee toegelaten tot een opleiding tot pater. Di e konden eerst een vorming van een jaar in Lodja volgen, en werden in 1993 naar Kinshasa gestuurd, waar het grootseminarie van de passionisten is, de 'Scolastica'. In 1996 rondde Blaise daar zijn studie af, twee jaar filosofie, daarna een deel van de studie theologie. Maar inmiddels waren er wel twijfels bij hem gerezen, die hem erg onrustig maakten.

Helaas bestond er weinig openheid daarover te spreken met zijn superieuren.Twijfel werd beschouwd als een gevaarlijke ziekte, als een persoonlijke aanval zelfs. Een innerlijke stem waarschuwde Blaise dat het ware geestelijke leven niet in het klooster te vinden was. Elke dag liep hij, net als de andere passionisten, de kruisstaties, nadenkend over de veertien gebeurtenissen tijdens en voorafgaand aan de kruisiging van de Heere Jezus. Daarbij werden tal van Onze Vaders en Wees Gegroetjes gebeden. Soms werd alles in een halfuur afgeraffeld, maar vooral op vrijdagen werd er veel tijd aan besteed, wel drie uur.

Een vriend had Blaise een boek over de protestantse theologie gegeven. Hij las daarin dat sommige zaken helemaal niet bijbels waren, zoals het bidden van de rozenkrans of het aanroepen van Maria. Hij raakte aan het twijfelen. Hij ging met vragen naar zijn mentor. "Maar meneer, dat móét u geloven…!", zei deze. Blaise voelde wel dat hij om die reden in ongenade viel. Wi e geen Wees Gegroetjes wil bidden, wordt nooit een goede pater. Di t was een punt waar niet over te praten viel. De deur viel helemaal in het slot toen Blaise het waagde te vragen: "En waar staat dat in de Bijbel?" "Jij lijkt wel een protestant!", snauwde zijn mentor hem toe.

De reactie bij Blaise bleef niet uit. Nog voor zijn afstuderen aan het seminarie, wilde hij niet meer verder. Hij vroeg een jaar bezinningstijd. Maar daarmee kwam hij in de problemen. Zijn studie werd betaald door een Belgische weldoener, een zeer overtuigd rooms-katholiek man. Deze draaide meteen de geldkraan dicht. Hij voelde zich bedrogen door Blaise, die hij jaren terzijde had gestaan. Maar Blaise voelde zich op zijn beurt bedrogen door de kerk. Het leven als geestelijke kwam hem steeds minder aantrekkelijk voor. Hij gruwde van de oppervlakkige oneerlijkheid, het vele drankgebruik onder geestelijken, het gebrek aan oprecht geestelijk leven. "Doe dan alsof je het gelooft!", zeiden de andere seminaristen. Maar dat vond Blaise huichelachtig… 'Net alsof' is wel iets anders dan 'echt'. Hij zocht het echte, geen namaak. Maar niemand wees hem de weg. Hij voelde zich zielsalleen.

"Iedereen heeft wel eens een moeilijke tijd", zei zijn vader. "Maar daar hoef je het klooster niet voor te verlaten. Je kunt toch hetzelfde doen als de anderen? Het geloof volgt dan later wel…" De vader van Blaise zag op tegen de kwalijke opmerkingen van de familie. Wi e liet er nu een leven als geestelijke schieten? Alleen al vanuit financieel oogpunt was dat iets verwerpelijks! Maar Blaise hield voet bij stuk. En toen veranderde de stemming. Die werd zelfs grimmig en Blaise werd door zijn ouders weggejaagd. "Een weggelopen priesterseminarist is hier niet welkom!", luidde de boodschap. Veel financiële steun hadden zij toch al niet kunnen geven. Nu werd hem zelfs de toegang tot hun huis ontzegd… Daar stond hij, zonder huis, zonder geld, zonder toekomst.

Aan de Katholieke Universiteit van Kinshasa ging Blaise verder met de studie filosofie. Hij hoopte nog steeds dat de financiële steun uit België weer op gang zou komen. Hij zat nog volop in het kerkelijke circuit. Zij n studie werd door en door beïnvloed door de Rooms-Katholieke Kerk. Hij was een trouwe zoon van de kerk. Hij huiverde voor de gedachte om protestant te worden. Het protestantisme had iets duivels, zo was hem bijgebracht. Zeker, er zat ook wel iets aantrekkelijks in. Het greep terug op de Bijbel. "Maar meneer, de Bijbel is wel goed, maar echt niet genoeg.

Daar kan elke dwaas zich op beroepen!" Dat had zijn mentor hem ingepeperd. En dat leek Blaise wel juist.

Blaise moest met zijn studie stoppen. Hij had geen geld meer. De economie van zijn land, Congo, liep achteruit. Vroeger was het mogelijk geweest nog wel eens iets in de handel of op de markt bij te verdienen. Maar dat was bijna niet meer te doen. En zonder geld had hij geen toekomst. Het was 3 november 1996, een zeer zwarte dag voor Blaise Esinyalanga. Wat heeft hij gebeden. "God, waarom helpt U me niet?" Hij had zo graag God willen dienen. Maar waar was die God nu? Juist nu hij Hem nodig had…

Maar precies op die dag gebeurde er iets bijzonders. Hij werd aangereden door een auto. Hij raakte weliswaar nauwelijks gewond, maar de bestuurder van de auto was erg geschrokken. Het was een predikant, Tsiku Malonda. Hij had nog nooit een aanrijding gehad. Nu was dat dan toch gebeurd, en hij had er ook schuld aan. Ds. Tsiku was door God gestuurd!

De geschrokken predikant vroeg Blaise met hem mee te gaan naar zijn kerk, de Salemkerk. Blaise woonde daar een samenkomst bij, maar voelde zich helemaal niet op zijn gemak. De liederen waren anders, de liturgie, de manier van spreken… "Is dit echt iets van U, Heere?" bad hij in stilte. Het was wel opvallend dat de preek van de dominee antwoorden leek te geven op de grote geloofsvragen van Blaise. Hij ervoer ook een enorme vreugde tijdens en na de dienst. Maar was dat geen zelfbedrog? Een mens moet voorzichtig zijn. Dat besloot Blaise dan vooral ook te zijn. Na afloop werd hij uitgenodigd voor een maaltijd, en daar heeft hij zijn verhaal verteld.

"Ik had zelfs geen geld meer om te eten…., en toen werd ik ook nog aangereden. Als u eens wist hoe ik me toen voelde! En waar moet ik heen? Mij n kamer heb ik net vandaag opgezegd". Maar ds. Tsiku wist wel een oplossing. Een andere predikant van dezelfde kerk, ds. Justin, had een groot huis en nog geen kinderen. Daar kon Blaise wel zolang een kamer betrekken. Hij kon daar ook meeeten. De onkosten werden door ds. Tsiku betaald. Ds. Justi n nam veel tijd om met hem te praten. In dat hui s leerde Blaise de Bijbel te begrijpen, en te bi dden. Er werd wijsel ijk geen druk op hem uitgeoefend. Blaise was hypergevoelig geworden voor geestelijke dwang. In dat liefdevolle klimaat bloeide hij op en daar ging de Bijbel voor hem open.

Pas later hoorde Blaise van een bijzondere geloofservaring van ds. Tsiku. Die had voorafgaand aan het ' gelukkige ongeval' een droom gehad, waari n God hem opdroeg om i emand die alleen gelaten was te ondersteunen. Dat moest Blaise zijn, dacht ds. Tsiku bij het horen van de woorden van Blaise. Hij besloot hem te ondersteunen. Daardoor kon Blaise zijn studie hervatten en vrijwel afmaken. In feite heeft hij die al beëindi gd, alleen ontbreekt nog zijn getuigschrift, omdat hij geen geld heeft om af te studeren. Nog 377 dollar… Anders geen diploma. Maar dat geld kan ds. Tsiku -medesaise in zijn land- echt niet meer bijeenschrapen.

De grote passie van Blaise is het Evangelie van vrije genade doorgeven aan anderen. Maatschappelijk gezien wil hij een plaats vi nden als universitair docent. Hij heeft er de gaven voor. Een getuige van Christus, maar maatschappelijk geheel zelfstandig. Hij zoekt een vooruitgeschoven post, aan de universiteit, om studenten met Gods Woord in aanraki ng te brengen. Zal zijn vurige wens in vervulling gaan? Is hij toch nog een 'passionist', alleen zonder rozenkrans? Welk wonder wil God nog voor hem doen, nog 377 dollar van het einddoel verwijderd? Een man met een passie én een boodschap, Blaise Esinyalanga. Een man zonder vader, maar met de Vader. Een begenadigd bedelaar aan de universiteit van Kinshasa. Een getuige van de vrije genade!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2001

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Zonder rozenkrans niet welkom

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2001

In de Rechte Straat | 16 Pagina's