Toen werden zijn ogen geopend
De Emmaüsgangers zeiden tegen elkaar: "Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij tot ons sprak op de wege toen Hij ons de Schriften opende?" Dat is heel in het kort de ervaring van allen die tot geloof komen. Niemand die een echte bekering heeft door gemaakt, zal zeggen: Na scherp nadenken en n a veel heldere redeneringen kwam ik tot de conclusie dat wat de Bijbel zegt, waar is. Het echte geloof heeft altijd op een of andere manier het karakter van iets wat je overkomt. Ineens of geleidelijk aan is het Lich t voor je opgegaan en ben je Hem gaan zien. En toen kon je niet anders, toen moest je jewel in vertrouwen aan Hem overgeven. Dit blijkt ook in onderstaande briefwisseling.
De Poolse priester Miroslaw Kropidlowski - u heeft al eens eerder over hem in IRS gelezen - had in een boekwinkel in Gdansk een Poolse vertaling van een boek gevonden waarin mijn adres stond vermeld. Hij nam daarom contact met mij op. We hebben enige tijd met elkaar brieven gewisseld per e-mail. Dat heeft ertoe geleid dat hij in april 2001 in Brazilië, waar hij missionaris was, de R.-K. Kerk heeft verlaten. Sindsdien hielden we via e-mail contact met elkaar. Miroslaw had veel moeite met de leer van de uitverkiezing en heeft die moeite ook nu nog wel een beetje. Hierbij een greep uit zijn brieven, met een 'happy end'.
Miro (de familiaire naam voor Miroslaw) stelde per e-mail de vraag: "Als jij het Nederlandse calvinisme niet had leren kennen, zou je dan nu waarschijnlijk een emeritus predikant van de methodisten zijn?"
Antwoord: "Misschien, maar niet waarschijnlijk. Ik heb altijd een afkeer gehad van elk menselijk bijmengsel in mijn verhouding tot God. Reeds in het klooster had ik de grootste moeite met de leer over de verdienstelijkheid van de goede werken. Ik was al te zeer doordrongen van het besef van mijn zondigheid en aan de andere kant was ik vervuld met een heel diepe eerbied voor de heilige en almachtige God. Ik wist en doorvoelde dat ook zo: hoe meer ik leeg zou zijn van mezelf, van elk steunen op of roemen in iets van mezelf, hoe meer deze Heilige mij zou kunnen en willen vullen met Zichzelf. Sterven aan mezelf en opstaan met Christus tot het nieuwe en eeuwige leven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom sprak de gereformeerde leer mij zozeer aan, toen ik daar nader kennis mee maakte".
Miro is bezig met de vertaling van mijn boek 'Wat is geloven?' vanuit het Spaans in het Pools. De Stichting In de Rechte Straat is voornemens die uit te geven. Hij schreef daarover: "Je schrijft in je boek: "Geloven is een gave van God en een opgave aan de mens. Hoe die twee met elkaar kunnen rijmen is een geheimenis dat we nooit kunnen doorgronden". Inderdaad, zo leert de Bijbel. Maar mijn moeilijkheid is: als een mens gaat geloven, is dat dan omdat hij daartoe gepredestineerd (door God voorbestemd) was of is dat een gevolg van zijn eigen wilsbeslissing? Had Eva ook nee kunnen zeggen op het verleidelijke praatje van de duivel? En wat mijzelf betreft: kan ik alles doen wat ik wil of is alles al van eeuwigheid af vastgelegd? En het bestaan van de satan en van het kwade, was dat ook door God voorbeschikt of was het een vrije beslissing van Lucifer?"
Antwoord: "Ik kan alleen maar herhalen dat ik deze twee bijbelse gegevens niet door middel van mijn verstand met elkaar kan laten rijmen. Maar met diezelfde moeilijkheid heb ik ook al geworsteld tijdens mijn studie en later mijn doceren van de filosofie. Daar botste ik ook op die vraag: God is de Al-Oorzakelijke. Hoe kan er dan nog ruimte zijn voor een mens die vrij een beslissing neemt? Vormen die twee gegevens geen innerlijke tegenspraak? Ik heb de oplossing gevonden in het eenvoudige geloof. Maar dan niet in het geloof als een simpel aanvaarden van waarheden die ons geopenbaard zijn, maar in het geloof als een 'zien'. Ik heb je al eens vaker gewezen op de prachtige uitspraak van Blaise Pascal: "Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent". Geloven is iets van het hart, maar dan wel van het hart in de bijbelse betekenis van het woord. Dus niet het hart als de bron van emoties, maar als de kern van ons hele wezen, met als centrum de wil. Mijn gelovige hart laat mij dingen zien waarvan de rede zelfs geen vermoeden had. Het geloof verplaatst mij in een andere dimensie en brengt mij in het domein van het Goddelijke, doet mij binnentreden in de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen. En vanuit die gemeenschap met de levende God kan ik enigszins aanvoelen hoe die twee bijbelse gegevens naast elkaar kunnen bestaan zonder met elkaar in tegenspraak te zijn".
Na nog wat heen en weer e-mailen over dit onderwerp kreeg ik op 23 september 2001 deze brief van Miro:
"Ik schrijf je op deze wonderbare zondag zomaar, om je mijn abra^os (dat is letterlijk 'omarmingen', het Braziliaanse woord voor een heel hartelijke begroeting) te sturen. Ik heb nu eindelijk begrepen wat de Heere Jezus in Joh. 6:47 bedoelt: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven".
In het licht daarvan is al het andere van secundaire betekenis, ook de vraag hoe het mogelijk is dat God een gedeelte van het mensdom in zijn schuld laat liggen met als gevolg dat het voor eeuwig verloren gaat. Wie oprecht in Christus gelooft, is reeds binnengetreden in de eeuwigheid met Hem. Dan is het niet meer nodig dat we ons hoofd verhitten met de theorieën van deze of gene theoloog. Na onze dood, wanneer we voor altijd verenigd zijn met Jezus, zullen we de waarheid ten volle mogen zien. Waarom zouden we ons daar nu dan druk over maken? Het is genoeg wanneer we aan de voeten van Jezus vallen en met Thomas uitroepen: Mijn Heere en mijn God! We moeten bidden opdat de vrede die de engelen boven Bethlehem hebben uitgezongen, op aarde moge neerdalen. Moge de Heere aan de wereldleiders in deze moeilijke tijd, met name na de terreuraanslagen in de VS, de gezindheid van de vrede geven zodat ze in wijsheid hun beslissingen zullen nemen".
Antwoord: "Miro, wat ben ik daar blij om! Ja, dat is het! Die eenvoudige woorden van Jezus waren ook voor mij de eye-opener. Toen zag ik het ineens: zo eenvoudig is het! Hij vraagt alleen maar de overgave aan Hem in geloofsvertrouwen. Meer niet! En juist dat maakte mij zo dankbaar. Toen zag ik pas goed de volle liefde van God in Jezus Christus, Zijn oeverloze genade en ontferming. En als je ogen daarvoor eenmaal zijn opengegaan, komt de Bijbel voor je in een heel ander licht te staan. Dan zie je dat telkens weer; genadig en barmhartig is de Heere, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Beste Miro, ik voel mij nu meer dan ooit met jou verbonden. Jij ginds en ik hier, wij ontmoeten elkaar in die ene Levende, in dat Lam, dat Zich voor ons heeft laten slachten, in die Hogepriester, Die ons mee wil nemen in de aanbidding van de Vader. Zoals de satellieten de stralen die vanaf de aarde naar hen toe worden gezonden, terugkaatsen, zo zenden wij de stralen van ons geloof en onze liefde naar diezelfde heilige Satelliet, die steeds weer vol herderlijke zorg naar deze aarde gekeerd staat. En Hij zendt die stralen weer naar ons terug. In Hem bereiken wij elkaar, ontmoeten we elkaar. Wij e-mailen met elkaar via een of andere satelliet, zo e-mailen wij geestelijk met elkaar via die ene Middelaar Jezus Christus. Ik bid je toe een voortdurende toename in de kennis van deze wonderbare Geliefde".
Op 26 september kreeg ik deze e-mail: "Herman, terwijl ik bezig ben met de vertaling van jouw boek 'Wat is geloven?', sta ik telkens verbaasd over de eenvoud van de leer van Christus, hoe de zondige mens een kind van God kan worden. Daarvoor is alleen maar nodig dat je oprecht gelooft in Jezus Christus. Een kind kan dat begrijpen. Dat heeft van de andere kant tot gevolg dat ik steeds meer wantrouwend kom te staan tegenover de dikke boeken van zo heel veel theologen, zowel roomskatholieke als protestantse. Waartoe dienen al die theologische faculteiten? Waarom moeten zo veel professoren in de theologie hun brood verdienen met het schrijven en spreken over iets dat zo eenvoudig is?"
Antwoord: "Die theologische faculteiten zouden inderdaad niet nodig zijn Miro, als… wij ons nog bevonden in de tijd van de Heere Jezus en van de apostelen. Vlak voor Zijn hemelvaart heeft Jezus tot Zijn discipelen gezegd: "Onderwijst al de volken" (Matth. 28:19). Hij heeft er toen niet bij gezegd: "Maar eerst moeten jullie een diploma halen aan de universiteit van Jeruzalem of Athene, en pas dan mag je beginnen aan de uitvoering van de taak die Ik jullie heb opgedragen". Maar… tussen toen en nu liggen twintig eeuwen. De Bijbel is geschreven in het Hebreeuws en het Grieks, en alleen die oorspronkelijke tekst is doorademd van de Heilige Geest, niet een of andere vertaling. Dat betekent dat we steeds daarnaar moeten terugkeren, willen we achterhalen wat de Schrift bedoelt. Maar Hebreeuws en Grieks zijn al lang dode talen geworden. Er is dus heel wat studie nodig van die talen, maar ook van de leefwereld van toen. En daarvoor zijn de theologische faculteiten.
In die twintig eeuwen is er door de tradities heel wat aan de Bijbel toegevoegd. Het is de taak van de theologen om die aanslibsels op te sporen, te analyseren en te toetsen aan de Bijbel. Daardoor kunnen zij (en de andere gelovigen met hen) onderscheid maken tussen goede en slechte tradities. De goede zijn de overdenkingen van oprechte gelovigen door de eeuwen heen die ons kunnen helpen om steeds meer door te dringen tot de volle rijkdom van de liefde van God in Christus (Efeze 3:18). De slechte tradities belemmeren ons het echte zicht op Gods Woord. Ze voeren ons op zijsporen waar ketterjagers met elkaar slaags raken. Ze voeden de 'hondsdolheid' en de zelfvoldaanheid van de (amateur-)theologen".
27 september. "Beste Herman, ik heb het eerste gedeelte van de vertaling van je boek gestuurd naar een kennis van mij, een journaliste in Polen, voor taaicorrectie. Want ik woon al zo lang in Brazilië dat ik er niet meer zeker van ben of mijn Pools nog wel correct en bij de tijd is. Zo zijn er in elk geval alvast twee Polen die je boek lezen".
Miroslaw voelt zich geroepen om dit rijke Evangelie voor arme zondaars te verbreiden. Is het geen voorrecht dat wij, donateurs van IRS, hem dat mogelijk maken?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
