Jongeren vragen naar de weg
In Soemboelè, een klein bergdorpje in het dichte oerwoud van Irian
Dit 'stukje geschiedenis schoot me te binnen toen ik een aantal vragen kreeg van een jongere over het wereldwijde werk van de zending. Samengevat komen de vragen op het volgende neer:
"Zijn na tweeduizend jaar zendingswerk alle 'witte vlekken' op de wereldkaart niet ingevuld? Kun je nog spreken over een zendingsopdracht als alle landen met het Evangelie zijn bereikt? Moeten wij die opdracht om 'heen te gaan' nu anders invullen?
Blijven er voor jongeren nog genoeg mogelijkheden om in het zendingswerk ingeschakeld te worden? Kunt u ook iets schrijven over hoe je kunt weten of je echt door de Heere geroepen bent om in de zending te gaan werken?"
De nummers van IRS waarin ik deze vragen wil beantwoorden, komen uit na Pinksteren. Het lijkt mij goed om dat gegeven erbij te betrekken.
Vandaar de titel: Pinksteren en het wereldwijde zendingswerk.
Tot aan de einden der aarde
Het verzoek van die jonge man, waar ik dit artikel mee begon, is ingewilligd. Hij heeft mogen meehelpen met de aanleg van het vliegveld in Bommela, een heidense vallei, waar de mensen elkaar nog letterlijk op aten. Nu is daar een christelijke gemeente en wordt de boodschap van het Evangelie er iedere zondag en ook door de week uitgedragen. Vandaar ging het Woord weer verder naar het zuiden, waar de mensen in de bomen wonen en waar de malariamuskieten vele slachtoffers eisen. De leden van de gemeente in Bommela openden een zendingspost in Samboka. Inmiddels heeft ook daar een doopdienst mogen plaats vinden en is het begin van een gemeente ontstaan.
Het Woord moet voort. Toen ik in Slavgarod een predikantenconferentie van de Russische Baptisten bijwoonde, was een van de eerste dingen, die mij troffen in een toespraak van een broeder: "Een kerk die niet werft, sterft." Een levende gemeente is een getuigende gemeente en zo niet, dan is het een dode gemeente. Op die conferentie waren verschillende evangelisten, die werkten onder de volkeren aan de noordpoolcirkel. Zelf ben ik met een evangelisatieteam meegeweest naar het heidense dorp Kantjalan in het uiterste oosten van Siberië aan de Beringzee. Ook daar wonen nu nog mensen, die van de naam van Christus nog nooit gehoord hebben.
Voor de christenen in Novosibirsk lag die Tsjoektsi-stam aan het einde der aarde. Voor die Yali uit Soemboelè was dat de vallei van Bommela. Voor de discipelen van de Heere Jezus viel 'het uiterste der aarde' ongeveer samen met de grenzen van het Romeinse Rijk, de toenmaals bekende wereld. Die 'einden der aarde' strekken zich echter steeds wijder uit, naar mate wij door middel van de moderne vervoers- en communicatiemogelijkheden deze wereld kunnen bereiken. Voor ons, wereldburgers, zijn er wat dat betreft geen grenzen meer. De laatste 'witte vlekken' op de wereldkaart worden nu bereikt met het Evangelie. Je kunt denken aan de moerasgebieden van de provincie Papua in Indonesië, delen van het Amazone-gebied, de noordpoolcirkel en dergelijke.
Een blijvende opdracht
Hoe zit het echter met het immens grote China? Daar is toch niet op alle plaatsen het Evangelie verkondigd. In India leven miljoenen boeddhisten, die nog nooit van de Naam van de Heere Jezus hebben gehoord. En wat te denken van al die delen van de wereld waar de Islam oppermachtig is? Zijn al die mensen in de gelegenheid geweest om het Evangelie te horen en aan te nemen? En al die allochtonen in onze grote steden of misschien wel bij jou in de straat?
Je voelt wel aan: de zendingsopdracht blijft actueel tot aan de wederkomst van Christus. Nooit zal er een tijd aanbreken dat wij daarmee klaar zijn. Dat zegt de Heere Jezus ook letterlijk als Hij Zijn nabijheid belooft aan de getuigen, die Hij de wereld instuurt: "Ik ben met ulieden, al de dagen, tot de voleinding van de wereld" (Matth. 28:20). In Hand. 1:8 geeft de Heere Jezus het programma aan dat uitgewerkt moet worden bij de verkondiging van het Evangelie: "… en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde". In het boek Handelingen kunnen wij lezen hoe de apostelen precies dit programma hebben uitgevoerd.
Pinksteren en het wereldwijde zendingswerk
Naast die opdracht van Christus om van Hem te getuigen in deze wereld noemt Hij nog een belangrijke zaak, die alles te maken heeft met het zendingswerk: "Maar gij zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest, Die over u komen zal". De apostelen kunnen niet getuigen zonder gedreven te zijn door de Heilige Geest. Zij behoeven ook het zaligmakende werk niet te doen. Dat doet de Geest als de grote Toepasser van het door Christus verworven heil. Daar heb je het verband tussen Pinksteren en de zending. Met Pinksteren komt er een nieuwe periode in de heilsgeschiedenis. De Geest wordt uitgestort en krijgt een nieuw werkterrein: de hele wereld. Was het vroeger vooral Israël, nu komen ook de heidenen in het vizier. Het laatste der dagen is begonnen met Pinksteren, toen de verhoogde Christus, nadat Hij Zijn werk op aarde had volbracht, Zijn Geest aan Zijn gemeente gaf om door de verkondiging heen het rijk van God te voltooien tot op de jongste dag. Wij leven nu in het tijdperk van de Geest. Pinksteren is dus het feest dat doorgaat, het feest van de zending, omdat de Heilige Geest de Geest van de zending is (Joh. 20:20-23).
Met Pinksteren werden de apostelen vervuld met de Heilige Geest. Zo werden zij toegerust voor de verkondiging van het evangelie in de wereld. Door die vervulling met de Geest kregen zij kracht, vrijmoedigheid en gedrevenheid om te getuigen van Jezus' volbrachte werk. Het heilsfeit van Pinksteren is niet herhaalbaar, de uitstorting van de Geest op de pinksterdag in Jeruzalem is eenmalig, maar dat vervuld worden met en gedreven worden door de Geest blijft nodig in het wereldwijde zendingswerk.
De eerstelingen van de oogst
Pinksteren was in Israël het oogstfeest. De eerstelingen van de tarweoogst werden in de tempel gebracht en aan de Heere toegewijd. Die eerstelingen hielden de belofte in van de volle oogst. Als de Heere op Pinksteren de Heilige Geest uitstort, worden door het werk van de Geest onder de prediking van de apostelen de eerstelingen van de oogst uit de volkerenwereld ingezameld. Reeds op de eerste dag worden drieduizend mensen toegedaan tot de gemeente. Zij zijn er de waarborg van dat God in het laatste der dagen, dat met Pinksteren is aangebroken, de volle oogst uit de gehele wereld van de volkeren zal inzamelen. Ze zullen komen uit alle geslachten, talen, natiën en tongen.
In Hand. 2:9-11 lezen wij niet de namen van bepaalde individuen, maar van verschillende volken:
Parthers, Meders, Elamieten enzovoort. Vijftien volken worden hier genoemd, die in hun eigen taal de grote werken van God horen verkondigen. Door vijftien poorten tegelijk gaat de Geest met het Woord de wereld in om onderdanen te werven voor Koning Jezus. Het gaat hier in eerste instantie om Joden en proselyten, die de Joodse godsdienst hebben aangenomen. Zij waren in andere landen geboren en afkomstig uit de heidenen. En zij worden door de pinksterpreek van Petrus tot bekering gebracht. Onder die preek doet de Geest Zijn wederbarend en vernieuwend werk.
Deze 'eerstelingen' van de oogst uit de volkerenwereld komen uit het oosten, het noorden, het westen en het zuiden, dus uit alle windstreken. Lukas zegt: "van allen volke dergenen, die onder de hemel zijn" (Hand. 2:5). Door de uitstorting van de Geest wordt de 'middelmuur des afscheidsels', de ceremoniële wet, die een scheiding aanbracht tussen Israël en de volkeren, verbroken. De grenzen breken open. God stort Zijn Geest uit op 'alle vlees, niet alleen de Joden, maar ook de heidenen. Bij de Heere is plaats voor blank en bruin. Pinksteren is het begin van het wereldwijde zendingswerk. Uit alle volken zullen er straks staan voor de troon van God en van het Lam.
De taalbarrière doorbroken
Het grote wonder met Pinksteren is ook dat al die verschillende mensen uit al die verschillende landen één worden in Christus. De taalbarrières worden doorbroken. Verschillen in cultuur en leefgewoonten zijn geen verhindering meer om één van hart en één van ziel de Heere te dienen. Wat kun je daar soms naar verlangen, ook in je eigen omgeving. Niemand kan zo n eenheid tot stand brengen, behalve de Pinkstergeest. En daarbij gaat het om een echte eenheid, zonder de eigenheid van ieder volk en de verschillen in cultuur op te heffen. In Openb. 21:24-26 lezen wij dat de gezaligden de heerlijkheid en de eer van de volken zullen inbrengen in het nieuwe Jeruzalem.
Ieder hoort in zijn eigen taal de grote werken van God verkondigen. Dat is eigenlijk het eerste wonder, dat de Geest op Pinksteren doet. Dat wonder is nodig om mensen tot bekering te brengen. De Geest doorbreekt de taalbarrière. De apostelen spreken opeens de talen van die mensen. Ze spreken niet de als heilig beschouwde Hebreeuwse taal van het uitverkoren volk, maar ze spreken in die heidense talen. Want het Evangelie moet de wereld in. Het moet naar de volken. Daarom is bijbelvertaling op het zendingsveld een van de eerste vereisten. In de moedertaal doet het Woord van God de meeste kracht. Dat spreekt tot het hart. Het Evangelie moet verstaanbaar zijn en zo het hart raken.
Heeft het trouwens jouw hart al geraakt? Heeft het Woord je leven vernieuwd en veranderd? Heb je er God in ontmoet? Dan is je hart verbroken en je schuld gaan drukken en kwam ook in jouw leven die verslagenheid en die vraag van de pinksterlingen: Wat zullen wij doen? Wat zul je dan ook het Woord van God en de Christus van het Woord 'gaarne aannemen' net als die drie duizend op de Pinksterdag. Zo worden nu nog mensen toegedaan tot de gemeente, die zalig wordt. Jongeren en ouderen. Dat heeft de profeet Joël al beloofd.
Daar wil ik een volgende keer nog op ingaan. Ook op de vraag of wij de zendingsopdracht nu anders moeten invullen en hoe je kunt weten of je geroepen bent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2001
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2001
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
