In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Uit de oude doos

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de oude doos

8 minuten leestijd

13 februari 1950

Beste Herman,

Na lang zoeken heb ik eindelijk uw adres kunnen bemachtigen. Ofschoon ik na mijn vertrek uit Haastrecht1 in 1936 u nooit meer ontmoet heb, ben ik u steeds indachtig geweest. Ik heb altijd zorg over u gehad zoals ik zorg heb over verschillende oudleerlingen van Haastrecht.

Zelf heb ik het als priester sedert februari 1934 zwaar te verduren gehad, omdat ik mijn plicht heb moeten en durven doen. Driemaal heeft men openlijk mijn goede naam in ere moeten herstellen, maar men is mij in het geniep blijven tegenwerken. Na die jarenlange geheime tegenwerking ben ik in december 1945 plotseling invalide geworden, het gevolg van totale overspanning. In maart 1949 heeft men mij het leven zo zuur gemaakt dat ik totaal uitgeput was. Toen heeft mijn familie ingegrepen. Daarom verblijf ik sindsdien in mijn geboorteplaats bij mijn vader.

Ondanks al die moeilijkheden denk ik er niet aan om de Katholieke Kerk te verlaten. Ik wil zelfs mijn kloosterorde niet verlaten, ofschoon verschillende geleerde en hoogstaande priesters mij dat hebben aangeraden en ofschoon ik weet dat mijn oversten mij graag zouden zien vertrekken. Door de maatregelen van de oversten zijn heel lelijke praatjes over mij in omloop. Zo wordt er in M. en omgeving verteld dat ik getrouwd ben met een weduwe die vier kinderen heeft, en meer van dit soort vunzige verhalen. Ik schrijf u dit alles opdat u zich niet blind zoudt staren op de fouten van de bedienaren van Christus' Kerk

Sedert meer dan een jaar heb ik veel voor u gebeden en geleden en ik hoop dat Jezus u spoedig de kracht, moed en genade zal geven om tot de oude Moederkerk terug te keren.

Beste Herman, neem dit aan van uw gewezen leraar en biechtvader wiens eigen priesterleven kapot is gemaakt omwille van de waarheid en gerechtigheid. Keer terug tot de Goede Herder Jezus en ge zult de vrede des harten terugvinden in de Katholieke Kerk

Noot 1: Haastrecht is het klein-seminarie van de paters passionisten waar ds. H.J. Hegger vijf jaar gymnasiale studies volgde.

Commentaar vanuit 2001

1. Het eerste wat u en mij zal opvallen, is de oprechtheid van deze priester. (Hij moet intussen gezien zijn leeftijd allang overleden zijn).

2. Het tweede: zijn onvoorwaardelijke trouw aan zijn kerk, ondanks alles wat hij heeft doorgemaakt. Was het trouw of emotionele gebondenheid? Zo zijn er ook heel wat protestanten die het erg moeilijk vinden om de kerk waarin zij zijn opgegroeid te verlaten, zelfs als zij overgaan naar een kerk van ongeveer dezelfde geestelijke ligging. Een lid van de Gereformeerde Gemeente zal het niet gemakkelijk vinden om zich aan te sluiten bij een Ned. Hervormde Gemeente, ook al is het een gemeente van Gereformeerde Bondssignatuur en ook al is het omdat de huwelijkspartner reeds lid van die kerk is.

3. Merkwaardig is zijn verhaal over het negatieve wat hij heeft ondervonden in zijn kerk. Overigens kunnen veel protestanten een zelfde negatieve verhaal ophangen van wat zij in hun kerk hebben ervaren. En daarnaast is er nog de algemene protestantse verdeeldheid waar men elkaar soms bitter bestrijdt en verkettert. Ik vermoed dat hij dat vertelde om mij ervan te overtuigen dat je een kerk niet mag verlaten vanwege de fouten van haar voorgangers.

Maar dat wist ik toen ook al. Ik ben dan ook niet uit de R.-K. Kerk getreden vanwege teleurstelling over of verbittering vanwege kerkleiders, maar uit innerlijke overtuiging.

Ik heb geen kopie van mijn antwoord aan hem. Wat ik geschreven heb, kan ik alleen opmaken uit zijn brief van 25 februari 1950.


Dierbare vriend Herman,

Van harte dank ik u voor uw vriendelijk schrijven en voor uw uitnodiging tot een gesprek . Ik hoop dat ik er spoedig tijd voor kan vrijmaken.

Wel heb ik met spijt moeten vaststellen dat u verder van de Kerk bent afgedwaald dan ik vermoedde zodat er maar weinig puntenvan contact overblijven. Uw bewering "dat ik de vrede des harten niet bezit", is nogal sterk. Dit is in elk geval zeker: door het veleleed is mijn contact met Jezus inniger, sterker en veelvuldiger geworden. Er zijn maar weinig kwartieren op de dag dat mijn gedachten niet enkele ogenblikken bij Hem vertoeven. Ofschoon niet altijd met even veel geduld ben ik toch doorlopend blij dat ik zoveel heb mogen lijden om Jezus' wil.

Commentaar vanuit 2001:

1. Wat een diep geloof en wat een innige omgang met Christus spreekt uit deze brief. Hoe is het dan toch mogelijk geweest dat zijn oversten hem het leven zo zuur hebben gemaakt dat hij daardoor totaal overspannen raakte?

2. Ik zou zo'n keiharde uitspraak: "U bezit niet de vrede des harten" nu zeker niet gemaakt hebben. Redenen: a. Toen heb ik blijkbaar gemeend dat rooms-katholieke superioriteitsgevoel dat ook in zijn brief doorklonk, te moeten door breken. Wanneer je op een ander neerziet als op een arme stakker, is een echt gesprek niet mogelijk. Maar intussen is de R.-K. Kerk van Nederland een heel andere houding tegenover protestanten gaan aannemen. Van een minachtende neerbuigende goedheid is geen sprake meer. b. Ook om andere redenen zou ik nu niet meer zo radicaal zijn. De liefde is fijngevoelig en zet de ander niet meteen het mes op de keel.

Blinde gehoorzaamheid


"Vandie dictatoriale macht van de Kerk ten opzichte van de kloosterlingen" heb ik nooit iets bemerkt.


Commentaar vanuit 2001:

Dat verbaast mij heel erg. Uit zijn eigen brief blijkt duidelijk hoe willekeurig de kloosteroversten met hem zijn omgesprongen. Bovendien, in onze kloosterregel stond: "De geest van de Congregatie (dat is: kloosterorde) bestaat eigenlijk in de verzaking van de eigen wil. Daarom zullen de leden het meest uitmunten in de beoefening van deze deugd door blind en zonder tegenspraak te gehoorzamen aan alle bevelen en verordeningen van de oversten, hogere en lagere, hoedanig zij ook zijn mogen, al waren zij zelfs onbekwaam, als zij maar het wettige gezag hebben om te bevelen." "Nooit zullen zij dus moeilijkheden maken, nooit zich verontschuldigen, nooit tegenspreken. Maar zij moeten, gelijk de Regel zegt, zich zo gedragen dat zij geen eigen wil hebben, maar dat deze geheel is in de handen van hen die hen besturen. De woorden Ik wil en Ik wil niet zijn in onze Congregatie altijd verboden geweest." (Constitutie 285).

Wordt hiermee aan de oversten geen dictatoriale macht toegeschreven? En wordt daarmee van de onderdanen geen absolute onderwerping geëist? Dat wordt nog onderstreept door de eerbewijzen die men aan de oversten moet brengen: zijn hand kussen, voor hem neerknielen enz. Men kan dat lezen in de daarop volgende bepalingen van deze kloosterregel van de paters redemptoristen.


Als leerling in Haastrecht was u een aardige kerel , maar toen reeds had u zulke vreemde gedachten en steldeu soms van die rare vragen.

Beste Herman , neem dit aan van uw gewezen leraar en biechtvader wiens eigen priesterleven kapot is gemaakt omwille van de waarheid en gerechtigheid. Keer terug tot de Goede Herder Jezus en ge zult de vrede des harten terugvinden in de Katholieke Kerk.

Hopend dat u spoedig weer moogt terugkeren naar het mystieke lichaam van Christus, de Katholieke Kerk, geef ik u, dierbare Herman, van verre de priesterzegen.

Uw toegenegen in Christus.


Commentaar vanuit 2001:

1. Nogmaals, wat een sympathieke priester! Maar ik kan mij hem beslist niet meer voor de geest halen, hoezeer ik mijn hoofd ook afpijnig. Hij schrijft dat hij mijn biechtvader is geweest. Ook daarvan herinner ik mij niets. Ik hoop dat protestantse lezers door deze brieven iets meer begrijpen van wat er innerlijk in priesters kan omgaan.

2. Ik wil nog terugkomen op het begrip 'trouw'. Op zichzelf is trouw iets heel moois, maar we mogen daar nooit een zelfstandige waarde aan geven. Trouw ontvangt haar waarde van datgene waaraan of diegene aan wie wij trouw willen zijn. Een afschrikwekkend voorbeeld: op de koppelriem van de SS-ers stond: Meine Ehre ist Treue. Daar was mee bedoeld: trouw aan Hitier. En we weten tot welk een verschrikkelijke misdaden tegen de mensheid die trouw heeft geleid. Onze trouw moet dus gericht zijn op God en op Zijn geboden. Anders belanden we in het Befehl ist Befehl, de blinde gehoorzaamheid die zich niet afvraagt of iets goed of kwaad is.

3. Paulus schrijft dat wie niet de gave van de onthouding gekregen heeft zoals hijzelf die had ontvangen (1 Kor. 7:7), een huwelijkspartner moet zoeken, "want het is beter te trouwen dan te branden" (vers 9). Welnu, door het nauwe contact met vrouwen en meisjes in de biechtstoel en de spreekkamer waarin zij mij van alles vertelden, zag ik van nabij ook het mooie en gelukkigmakende aspect van de liefde tussen man en vrouw. Toen ontdekte ik dat ik die gave van de onthouding niet had ontvangen. Aan wie moest ik toen trouw zijn: aan de paus of aan God, Die door het woord van Paulus tot mij sprak?

4. Sommigen zullen zeggen: maar een eenmaal gegeven woord, mag je niet breken. Is dat zo? Gaat dat altijd op? Een voorbeeld. In Hand. 23:12, 13 kunt u lezen dat veertig Joden zich onder ede verplicht hadden om Paulus te doden. Verondersteld dat één van die veertig later tot bekering en geloof in Christus zou zijn gekomen.

Wanneer hij ooit Paulus zou ontmoeten, zou die christen hem dan moeten vermoorden omdat hij vroeger onder ede beloofd had dit te doen zodra hij daarvoor de kans kreeg?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 2001

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Uit de oude doos

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 2001

In de Rechte Straat | 16 Pagina's