In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Het gestolen kwartje

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gestolen kwartje

5 minuten leestijd

Van 1945-1947 was ik redacteur van de vragenrubriek van het FAMILIEBLAD, "officieel orgaan van de aartsbroederschap der Heilige Familie. Zondagsblad voor het katholieke gezin", oplage 51.000 exemplaren. Snuffelend tussen oude paperassen kwam ik enkele brieven tegen waarvan ik er één hieronder laat volgen. De poststempel was 19 februari, maar de brief werd op

Weleerwaarde pater Hegger,

Ik zit in grote moeilijkheden. durf niet te gaan biechten. Wat is mijn probleem? Als kind van ongeveer tien jaar had ik een kwartje verloren. Ik was bang voor een pak slaag, als ik het thuis zou zeggen. Ik. heb toen ergens een kwartje gestolen, maar ik heb dat nooit gebiecht. Ik schaamde mij daarvoor. Sindsdien heb ik wel eens vaker iets gediefd, maar minder dan een kwartje.

Ik altijd Ondanks orde vond, ging ik geregeld te het feit dat ik dit niet in communie. Nu ben ik 21 jaar. getrouwd met een goede man, we hebben een kind. Alles prima in orde. De zesjaar dat we getrouwd zijn, ben ik niet te biechten geweest. Ik zou wel graag willen, maar dan moet ik dat vertellen van dat kwartje en ik kan nog altijd mijn schaamte niet overwinnen. daarover Ik weet me geen raad. Ik ga nog wel eens een enkele keer te communie. Dan vraag ik eerst vergiffenis van mijn zonden. Mijn bedoelingen zijn dus niet slecht. Ik wil de communie niet heiligschennend nuttigen. In de oorlogsjaren heb ik wel eens een beetje zwarthandel bedreven, maar ik vroeg alleen maar veel geld aan mensen die het erg goed hadden en het gemakkelijk konden betalen. Arme mensen heb ik. nooit afgezet. En ik heb nooit iemand ergens mee bedrogen.

Ik zou graag een goede katholiek willen worden, maar ik weet dat daarvoor nodig is dat ik mijn zonden, ook die van de diefstal van dat kwartje, biecht. Nu is mijn vraag: kunt u mij die zonde niet vergeven? Ik duif mijn naam en adres niet te noemen, maar ik wil wel naar u toekomen om bij u de zonde van het kwartje te biechten. Als u dat goedvindt, schrijf dan in de vragenrubriek iets in deze geest, "laat het kwartje maar komen". Ik heb er alles voor over om die last kwijt te raken. Maar u moet in geen geval bij mij thuis komen. Ik zou me dood generen.

Commentaar vanuit 2001

1. Eerst een paar verduidelijkingen voor protestantse lezers. Deze schrijfster heeft waarschijnlijk gedacht dat ze met het stelen van dat kwartje een doodzonde heeft gedaan. Als je dat niet biecht en toch te communie gaat, bedrijf je iedere keer een heiligschennis en als je zo komt te sterven, ga je regelrecht naar de hel.

2. Ik weet niet meer wat en hoe ik haar geantwoord heb. Het desbetreffende nummer van het Familieblad heb ik niet meer. Maar als ze bij mij te biechten is geweest, zou ik haar zeker gezegd hebben:

a. Door het stelen van een kwartje hebt u slechts een dagelijkse zonde bedreven. Pas als u bij een arme een gulden, bij iemand met een gemiddeld inkomen drie gulden en bij een rijke vijf gulden of meer steelt, is het een doodzonde. En alleen als u een doodzonde niet biecht en toch te communie gaat, maakt u zich schuldig aan een heiligschennis.

b. Maar als u echt gemeend hebt dat het stelen van een kwartje een doodzonde is, wordt het u door God ook als doodzonde aangerekend.

3. U zult het met mij eens zijn dat deze nauwgezetheid van geweten zeer te waarderen is. We leven in een tijd dat het onderscheid tussen het mijn en het dijn steeds meer vervluchtigt. Zoals u echter weet is het biechten in de R.-K. Kerk van Nederland bijna geheel verdwenen.

4. Ik zal haar zeker ook gezegd hebben: als u nog weet van wie u dat kwartje gestolen hebt, moet u dat ook nu nog teruggeven. U hoeft dat kwartje niet persoonlijk aan hem te overhandigen. Het is voldoende dat u ervoor zorgt dat hij het in zijn bezit krijgt, bijvoorbeeld door de brievenbus. Het is wel goed dat u dan uitrekent welke waarde een kwartje van toen nu heeft en ook een beetje uitrekenen wat de rente is na de zestien jaar die sindsdien verlopen zijn.

5. En nu een vraag aan u lezers: gaat er misschien ook bij u een lichtje branden, nu u dit leest: toen … heb ik dit gestolen en ik heb het nooit teruggegeven. Doe het dan nu. Want de Bijbel is daarin heel duidelijk: wanneer wij iemand benadeeld hebben, moeten we dat herstellen. Als we dat beslist niet willen, moeten we niet denken dat God desondanks onze zonden wil vergeven. En datzelfde geldt als we iemand op een andere manier benadeeld hebben, bijvoorbeeld als we van iemand kwaad hebben verteld dat niet waar blijkt te zijn. Dan is het niet genoeg dat we vroom onze handen vouwen en bidden: "Heere, vergeef het mij dat ik iemand heb aangetast in zijn goede naam en over hem lasterpraat heb verspreid." Volgens de Bijbel luidt dan het antwoord van de Heere: "Ga eerst maar eens de schade die je hebt aangericht herstellen, en dan kun je bij Mij komen om de vergeving in ontvangst te nemen."

6. Uit dit voorbeeld ziet u hoe waar het is wat Paulus schrijft dat de wet van God een serieus denkend mens doodt, psychisch kapot maakt, wanneer hij niet het bevrijdende Evangelie kent van de vergeving der zonden door genade en geloof in Christus alleen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Het gestolen kwartje

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

In de Rechte Straat | 16 Pagina's