In iedere stad en plaats
In deze rubriek willen wij werkers in het veld aan het woord laten, die het Evangelie verkondigen in een overwegend roomskatholieke context. Zij zullen ons informeren over de omgeving waar zij arbeiden, de kerkelijke situatie, hun wijze van aanpak, ervaringen, moeilijkheden en zegeningen. Het zullen vaak ook werkers zijn die geen directe relatie hebben met de stichting IRS. Dat is ook niet het belangrijkste. Wat samenbindt is de arbeid in Zijn oogst en de boodschap: 'Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen' (Lukas 10).
1. Geschiedenis
Zoals u wellicht weet is Frankrijk het eerste westerse land geweest dat voet aan wal heeft gezet in Canada. Het jaar 1540 markeert het begin van het koloniseren van Nieuw-Frankrijk. .Later in de geschiedenis hebben de Engelsen het bewind van de Franse kolonieën overgenomen, toen zij in 1759 de uiteindelijke overwinning over de Franse legers behaalden. Aan het begin van de kolonisatie staat de persoon van Jacques Cartier. Frans I van Frankrijk had hem ondermeer bevel gegeven de Indianen te onderwijzen 'in de liefde en vreze Gods en in het heilige geloof en de christelijke leer'. Er werd dus in het begin geen enkel onderscheid gemaakt tussen 'rooms geloof en 'hervormd geloof. Tijdens dergelijke expedities maakten allerlei personen gebruik van de gelegenheid om Frankrijk te ontvluchten. Niet alleen allerlei geboefte, maar ook mensen, die vanwege hun geloof onder druk stonden of vervolgd werden. Er waren onder de scheepsbevolking dus ook Hugenoten. Het zal niemand verwonderen dat de eerste gouverneurlieke cultuur en het gebrek aan organisatie, zijn de meesten door de jaren heen opgegaan in de Rooms-Katholieke Kerk. van Nieuw-Frankrijk een Hugenoot was: Jean-François de la Rocque, sieur de Roberval. De Hugenoten leefden in goede harmonie met hun rooms-katholieke landgenoten, totdat in 1625 op bevel van kardinaal Richelieu Jeziiieten naar de nieuwe wereld werden gezonden, om Nieuw-Frankrijk te 'bevrijden' van de invloed en tegenwoordigheid van de Hugenoten. Echte vervolgingen hebben hier echter nooit plaats gevonden. Degenen die behoorden tot het 'Foi Prétendue reformée' (het geloof dat pretendeert hervormd te zijn) werden wel allerlei rechten en de uitoefening van bepaalde beroepen ontzegd. Volgens de overlevering, heeft de aartsbisschop van Québec, Monseigneur de Laval slechts een persoon ter dood laten brengen, namelijk een roomskatholiek, die zich gevoegd had bij de hervormingsgezinden. Al zijn pogingen middels brieven aan de koning van Frankrijk en andere wegen om de immigratie van hervormingsgezinden stop te zetten hadden weinig succes. Pas na de Engelse overwinning, verkregen de hervormden officieel bestaansrecht. Vanwege de sterk rooms-katho cultuur en het gebrek aan organisatie, zijn de meesten door de jaren heen opgegaan in de Rooms-Katholieke Kerk.
2. De Hervormde Kerk van Québec (Eglise reformée du Québec)
In 1835 arriveerden twee Zwitserse zendelingen in Québec, die een zendingsorganisatie opzetten, met het doel het geloof der Reformatie structuur te geven. Allerlei protestanten uit het Engelstalige Canada werkten hierin mee. Het doel was duidelijk: een Franstalig protestants kerkgenootschap. In 1881 nam de presbyteriaanse kerk dit werk over en erfde zij het merendeel van de ondertussen ontstane gemeenten. Later werden hernieuwde pogingen ondernomen om zending in Québec te bedrijven, waarbij verschillende Engelstalige kerkgenootschappen een rol speelden. De Gereformeerde Kerken van Noord-Amerika ('Christian Reformed Church in North America') en de Presbyteriaanse Kerk in Amerika ('Presbyterian Church in America') werkten aan nieuwe zendingsposten in Qu'ebec, terwijl de Canadese presbyteriaanse kerk ('Presbyterian Church of Canada') eveneens haar zendingswerk voortzette. Deze kleine zendingsposten stonden nauw met elkaar in contact en op gegeven moment werd er besloten met de goedkeuring van de moederkerken tot de vorming van een reformatorisch kerkgenootschap in Quebec: de Eglise rëformëe du Qu'ebec. De officiële oprichting vond plaats op het kasteel Frontenac in Quëbec-City op 6 november 1988.
3. De hervormde kerk te Charny
Charny maakt deel uit van de stad Quebec, een stad die zo'n 650.000 inwoners telt. De kleine gemeente in Charny (65 kerkgangers) maakt deel uit van de Eglise rëformëe du Quëbec. Naast de Eglise rëformëe is er een Engelstalige Presbyteriaanse kerk in de stad Quëbec en een Franstalige gemeente van de Eglise unie ('United Church of Canada ). De Hervormde kerk van Quëbec maakt nog minder dan een half procent van de bevolking uit. De overige protestantse kerken zijn de Anglicaanse Kerk, de Presbyteriaanse Kerk, de Verenigde Kerk van Canada (Eglise unie du Canada), en Evangelische, Baptisten- en Pinkstergemeenten. De Eglise rëformëe du Quëbec is een traditioneel calvinistisch kerkgenootschap en lijkt het meest op de Presbyteriaanse Kerk, met dit verschil dat zij de bevestiging van vrouwen in het ambt afwijst, hetgeen de Presbyteriaanse Kerk niet doet. Een statistiek van 1991 laat ons het volgende zien:
Totale bevolking van de provincie Quëbec: 6 895 963 inwoners
Rooms-katholiek: 86,1 procent
Protestant: 5,9 procent
Andere religies: 4,2 procent
Geen religie: 3,8 procent
De hervormde gemeente te Charny bestaat grotendeels uit jonge gezinnen met kinderen. Naast de zondagse erediensten, is er een Bijbelstudiekring ëënmaal in de twee weken op woensdagavond, terwijl de andere woensdagavonden een gebedsbijeenkomst plaats heeft. De gemeenteleden krijgen twee maal per jaar huisbezoek en sinds twee jaar is er ook catechisatie voor de jeugd. Er is dus ruimte en tijd over voor evangelisatiewerk. Een groot probleem is het individualisme. Zag men 10 jaar geleden nog kinderen op straat spelen, nu zitten zij voor de televisie of de computer. De mentaliteit van de mensen hier is typisch Noord-Amerikaans: een ieder op zichzelf. Een ieder denkt wat hij of zij vindt en de kerk moet geen enkele zeggenschap of macht uitoefenen. Quëbec is dus een echte postmoderne samenleving. Hoe dan te evangeliseren?
Een belangrijk gegeven is, dat de meesten tot de Hervormde Kerk zijn overgekomen via bestaande kennissenen familierelaties. Twee jaar geleden voegde zich een nieuw echtpaar van in de twintig bij onze gemeente. Een broer van de man had hen 4 jaar geleden een Bijbel gegeven. Beiden waren hierin gaan lezen, tot overtuiging en geloof gekomen en besloten een kerk op te gaan zoeken waar zij geestelijk verder konden groeien. Afgelopen jaar een echtpaar met twee kinderen dat oorspronkelijk uit Frankrijk komt. De vrouw en moeder van dit gezin is Hugenote en haar man rooms-katholiek. Middels persoonlijke gesprekken en onderricht, hebben beiden inmiddels Openbare Geloofsbelijdenis in onze gemeente afgelegd.
Beide gevallen zijn dus in geen enkel opzicht in verband te brengen met evangelisatie. Elke poging om mensen met allerlei strategieën te benaderen lijkt te falen, en toch groeit onze hervormde gemeente. Mijn persoonlijke ervaringen en conclusies zijn op dit ogenblik als volgt:
1. Een positieve opstelling tegenover een ieder, die wij ontmoeten (Galaten 6:10; 2 Tim. 2:24,25). Dat betekent dat wij als hervormden nooit af moeten geven op rooms-katholieken of andersdenkenden. Er zijn helaas genoeg huidige protestantse kerken, die nog verder van de Reformatie zijn afgedwaald dan de Rooms-Katholieke Kerk. Te denken valt aan het loochenen van de opstanding van Jezus Christus en Zijn zoen- en kruisverdienste als noodzakelijk voor onze zaligheid. Deze zaken loochent Rome niet. En hoeveel protestantse kerken zijn er nog onschuldig als het gaat om het toevoegen van allerlei dingen aan het Woord van God? Laten wij bescheiden en nederig zijn en de ander uitnemender achten dan onszelf. "Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was", Fil. 2:5. Wij dienen geen kerkgenootschap, maar Jezus Christus: en wij preken geen religie, maar het Evangelie.
2. Laten wij tegelijkertijd sterk overtuigd zijn van de leer der Schriften door de Heilige Geest. Dat betekent: geen enkele concessie. Sola Scriptura en Tota Scriptura. Tijdens een forum waaraan protestanten van verschillende kerkelijke groeperingen deelnamen, zei een baptistenpredikant:
"Wij zijn christenen van het Nieuwe Testament", waarna een hervormde collega opstond en zei: "Wij zijn christenen van de gehele Schrift". Wat Godsdend, al zou de hele wereld tegen ons zijn en zouden wij hiervoor moeten sterven. Vriendelijk en tegelijkertijd standvastig! Zeer onderschat is het gezin als evangelisatiemiddel. Als de vreze van God in het gezin is, is er ook een uitwerking naar buiten toe. De kinderen moeten weten, dat zij voor God in Zijn Verbond apart gezet zijn, waarvan de Heilige Doop een teken en zegel is. Dat zij de Heere toebehoren! Dat zij Zijn eigendom zijn, want Hij is hun Schepper! Dat zij geroepen zijn om Hem aan te hangen en lief te hebben! Een positieve opvoeding dus. Dan gebeurt het wel dat de kinderen op school hun klasgenoten en zelfs de onderwijzeres vragen of zij de Heere Jezus liefhebben. Kinderen zeggen wat zij denken. Kinderen helpen ons te herinneren aan de werkelijkheid en de nood van het leven. Het is van groot belang, dat wij als ouders hetgeen wat wij zeggen ook in praktijk brengen. Dat de levende God een aanwezige werkelijkheid is in het leven van elke dag.
3. Alle mogelijkheden aangrijpen om het Evangelie van vrije genade bekend te maken. De apostelen brachten het Woord, waar zij maar konden; zij begonnen zelfs in de Joodse synagogen. "Welgelukzalig zijt gijlieden, die aan alle wateren zaait", Jesaja 32:20. Tot twee maal toe heb ik de mogelijkheid gehad te preken in een rooms-katholieke kerk. De eerste keer vanwege een huwelijk van vrienden, die roomskatholiek zijn. Zij wilden, dat ik de preek zou doen en de priester had hier geen enkele moeite mee, daar ik voorganger was van een officiële kerk.
De tweede keer, vanwege een gemengd huwelijk. De bruidegom was Zwitser en hervormd. De bruid was van Qu'ebec en rooms-katholiek. Het burgerlijk huwelijk had al plaats gevonden in Zwitserland en zij wilden graag een kerkelijk huwelijk voor de familieleden in Qu'ebec. De priester liet mij de prediking doen, de Heilige Doop bedienen (naar zijn zeggen: "volgens de riten van de Hervormde Kerk") en de zegen aan het einde van de dienst uitspreken. Na de prediking stond de priester op. Hij sprak als volgt tot de aanwezigen: 'Wat onze hervormde collega heeft geproken is geheel volgens de Schriften. Het is te betreuren, dat er verschillende kerken moeten bestaan; als een ieder zich aan de Schrift alleen zou houden, dan zou dat niet nodig zijn". De rooms-katholieke aanwezigen begrepen er niets meer van! De priester, die het eens is met een protestants pasteur? Wat is dan nog het verschil?
Een ander voorbeeld is een begrafenis van de vader van een rooms-katholieke kennis. Hij vroeg mij op de avond van het condoleren of ik misschien nog een woordje zou willen spreken tot de aanwezige familie, vrienden en kennissen. Ik had al de vrijheid om in enkele korte zinnen de kern van het Evangelie aan de aanwezigen bekend te maken, terwijl ik mijn toespraak besloot met de woorden van Paulus: "Zie nu is het de welaangename tijd; zie nu is het de dag der zaligheid", 2 Korinthe 6:2.
Op een zeker moment kreeg ik telefoon. Een jongen van 17 jaar en leerling van een rooms-katholieke privë-school zei, dat hij een werkstuk moest maken over de vraag waar het kwaad vandaan kwam. Hij vond, dat een priester wel de meest geschikte persoon was om hem hierbij te helpen. Of het nu een protestants of rooms-katholiek priester was maakte hem niet uit. Het resultaat: Ik ben er onmiddellijk heengegaan. De jongen en zijn vriend hebben mijn beantwoording op de door hen van te voren vastgestelde vragen op de video opgenomen… en op school voor de gehele klas in de aanwezigheid van de priester vertoont.
De vraag rijst, in hoeverre kunnen wij als protestanten samenwerken met rooms-katholieke priesters? Mijn limiet is de Mis. Aan de eucharistie heb ik nooit deelgenomen. Geen gemengde diensten of gemeenschappelijke eucharistie-vieringen, maar wel: de mogelijkheden aangrijpen om binnen de rooms-katholieke kerk het Woord te prediken.
Ik herhaal het nog een keer: geen verkapte of openlijke aanvallen op de Rooms-Katholieke Kerk dienen het Evangelie, maar een kernachtige en directe verkondiging daarvan. In enkele zinnen: "Geen toekomst zonder Jezus! Hebben jullie Hem vergeten en veracht? Als je alsnog op Hem je vertrouwen stelt, schenkt God je hiervoor vergeving en begint je leven pas echt". Dan is het niet meer de vraag of wij rooms-katholiek of protestant zijn, maar of wij levende lidmaten zijn van die Gemeente, die eenmaal zalig zal worden. Soli Deo Gloria!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
