Jongeren vragen naar de weg
Iemand vertelt jou dat de watermassa's opeens als een muur bleven staan en na een dag weer verder stroomden. Dat de zon normaal in het jaargetijde om 6 uur onder gaat, maar bij wijze van uitzondering op een dag pas om 11 uur. Dat een ijzeren bijl opeens komt boven drijven in het water. Dat een man op de golven loopt, een lamme gaat lopen en een dode uit zijn graf komt en weer verder leeft. Wat vind jij van zulke verhalen? Ben jij daar nooit tegen opgelopen? Wat moet ik nu toch denken van al die wonderen in de Bijbel? Moet ik goedgelovig aannemen dat al die beschreven wonderen echt gebeurd zijn zonder daar bij na te denken? Of kunnen ze op de een of andere manier toch 'verklaard' worden? Een meisje uit reformatorische kring schreef me hierover al een poos geleden een eerlijke brief. Een brief met vragen, die ze aan niemand 'onder vier ogen' zou durven stellen. Het zijn misschien dezelfde vragen, waar jij mee zit. Ik herken er tenminste de problematiek in waar veel van onze jongeren mee worstelen. Daarom wil ik daar eens graag wat dieper op ingaan. Het gaat over het geloof in de wonderen, die in de Bijbel staan.
Twijfel aan de waarheid van Gods Woord
In de brief staat: "Dingen, die ik vroeger geloofde, geloof ik niet meer, of kan ik moeilijk meer geloven. Ik schaam me ervoor om er mee voor de dag te komen. (….) Niet omdat ik de kerk de rug wil toekeren. Ik verlang er juist naar om Gods kind te mogen zijn, om mijn leven in Zijn dienst en tot Zijn eer te besteden. De gedachte aan dood en eeuwigheid verschrikt me elke dag steeds meer en ik voel me zo onmachtig om zelf ook maar een goede stap te zetten. Geen vijandschap dus, en toch heb ik vragen, die de kern van het geloof betreffen. Het is zo tegenstrijdig. Enerzijds twijfel ik aan Gods Woord en anderzijds wil ik niets liever als bij Hem horen. ( ) Ik ben bang dat de satan me ingeeft om te twijfelen aan Gods Woord. Als ik dit Woord al niet meer voor waar aanneem, en dus nog niet eens een historisch geloof heb, hoe kan ik dan ooit zalig worden? En het tegenstrijdige is juist, dat ik met al dit ongeloof toch voor die God, waar ik zoveel vragen over heb, alles neerleg en Hem om hulp vraag". Tot zover de brief. Op een aantal concrete vragen, die in de genoemde brief ook nog gesteld worden, wil ik in het vervolg nader ingaan. Eerst wil ik graag een paar algemene dingen zeggen over het 'hoe en waarom' van de wonderen in de Bijbel. Dan ontstaat er een basis, waarop de antwoorden op specifiek gestelde vragen gemakkelijker gegeven kunnen worden.
Wonderen in de Bijbel
Het is alleen Israëls God, Die wonderen doet (Psalm 77: 15). De ene keer brengt Hij ze Zelf tot stand, de andere keer bedient Hij Zich daarbij van mensen of engelen. De Heere doet wonderen in de schepping, maar ook in het rijk van Zijn genade. Ze gebeuren om de goddelozen te straffen, of om Israël te verlossen. Je ziet het beide in het vallen van de muren van Jericho (Jozua 6:12) en het 'stilstaan' van de zon in het dal van Gibeon (Jozua 10:12). Soms doet God wonderen om de waarheid van de woorden van de profeten te bezegelen en zo het geloof aan hun getuigenis te wekken of te versterken. Ook tijdens het leven van de Heere Jezus en de apostelen gebeuren vele wonderen. Niet alleen tot bevestiging van het geloof, maar ook als tekenen van Gods koninkrijk.
De bijbelse heilsgeschiedenis zou ondenkbaar zijn, zonder de belangrijke rol, die de wonderen daarin spelen. Er zijn wel perioden te noemen waarin de wonderen een belangrijker rol speelden dan doorgaans het geval was. De eerste belangrijke periode is de tijd van de uittocht uit Egypte, toen Israël te midden van tekenen en wonderen uit het diensthuis van Egypte is verlost en naar het beloofde land is geleid om het in bezit te nemen. Een tweede periode waarin veel wonderen zijn geschied is de godsdienstige hervorming van Israël onder Elia en Elisa. De derde opvallende periode is de tijd van de vervulling van de Oud Testamentische verbondsgeschiedenis in en door de Heere Jezus Christus en bij de verkondiging van die vervulling door de apostelen.
Wonderen hebben altijd een bedoeling
In de Bijbel is het wonder nooit een geïsoleerde grootheid, die ter wille van zichzelf zou bestaan. Het wonder heeft een doel in de heilsgeschiedenis: richtend, verlossend, onderwijzend, het geloof versterkend in de macht van God, enz. Je ziet dat ook duidelijk in de drie perioden uit de heilsgeschiedenis, waarvan ik hierboven schreef dat er opvallend veel wonderen hebben plaats gevonden. De exodus van Israël, de reis door de woestijn en de in bezitneming van het beloofde land. Daarin komt het richtende voor de volkeren en het verlossende doel van de wonderen voor Israël heel duidelijk uit. In de tweede periode (Elia en Elisa) hebben de wonderen een duidelijke spits naar het terugbrengen van Israël tot gehoorzaamheid aan Gods geboden: aansporing tot bekering (denk aan het vuur op het altaar op de Karmel, waardoor Israël uitroept: De Heere is God!). De derde periode (Jezus en de apostelen) heeft alles te maken met de verlossing uit zonde en dood en de verkondiging daarvan in de wereld. Kort gezegd: de wonderen zijn een begeleidend teken van Gods bemoeienis met Israël en in Christus met deze wereld.
Daarbij komt dat de wonderen van Jezus' vleeswording, opstanding en hemelvaart bijvoorbeeld een functie hebben in de verwerving van de zaligheid. Wat we zeker ook niet mogen vergeten is dat vele wonderen van Christus in Zijn omwandeling op aarde bedoeld zijn als een teken van het komende koninkrijk. Hoe je de wonderen in de Bijbel ook bekijkt, ze hebben altijd een doel. Ook een persoonlijke genezing. Denk maar aan koning Hiskia. Die was ongeneeslijk ziek. Maar de Heere gaf hem nog 15 jaar om zijn werk in Israël af te maken.
Tekenen van het koninkrijk Gods
Je zou bijvoorbeeld bij het lezen van een wondergenezing in het Evangelie kunnen vragen: waarom maakte Christus niet alle zieken beter? Waarom maar een enkeling? Waarom wekte Hij niet alle doden op? Kon Hij dat niet? Jawel, maar Hij gaf in zo'n opwekking of genezing een teken van hoe het zijn zal als het koninkrijk der hemelen voor goed zal gekomen zijn in heerlijkheid. Zo zijn die wonderen ook tekenen waarin iets herkenbaar en zichtbaar wordt van het koninkrijk Gods. Dan zal er geen ziekte meer zijn. Dan zal er geen dood meer zijn. Dan zullen alle gevolgen van de zonde en de zondeval zijn weggedaan. Zo wordt in verschillende wonderen, die Jezus deed iets zichtbaar van het herstel van de schepping. Christus is ook gekomen om de schepping te verzoenen en de vloek, die door de zondeval over de schepping gekomen is weg te dragen. In deze wonderen en tekenen bevestigde Jezus dat het koninkrijk van God in beginsel gekomen was in Hem (Joh. 20:30-31). We lezen dat ook in Hebr. 2: 4: "God bovendien medegetuigende door tekenen en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest naar Zijn wil". Hier zie je dat de wonderen van Christus ook zijn geschied ter bevestiging van het evangelie en Zijn Messias-schap. Daarom deed Hij niet alleen wonderen bij de gelovigen, maar ook bij de ongelovigen. Denk maar aan negen van de tien melaatsen. Zo zijn Jezus' wonderen tekenen van Gods rijk. Ze vormen niet het wezen van Zijn rijk, want dat is de eeuwige gemeenschap met God en de verheerlijking van Zijn naam.
Wat is eigenlijk een wonder?
Wat verstaan wij nu eigenlijk onder een wonder? Vanouds worden wonderen in verband gebracht met het ingrijpen van God in de gewone loop van de natuur of als een verbreking van de natuurwetten. Zo heeft het wonder bij ons de betekenis gekregen van het ongewone, het uitzonderlijke, de irrationele manifestatie van een bovenmenselijke macht, waardoor iets geheel anders verloopt dan volgens de natuurwetten het geval zou moeten zijn. Die natuurwetten zijn door de Heere Zelf in de schepping gelegd en ze werken alleen door Zijn kracht. Dat laatste noemen we ook wel Gods voorzienigheid. Als we dus proberen te definiëren wat een wonder is, gaat het erom dat het voor öns een wonder is. Voor de Heere God is niets een wonder. Hij zou het water ook naar boven kunnen laten stromen en ons zonder eten (en dus zonder spijsvertering) in leven kunnen houden. Voor God is het niet moeilijker om iets te laten verlopen tegen de natuurwetten in als in overeenstemming daarmee. Hij heeft immers Zelf die wetten in de schepping gelegd! Hij had het ook anders kunnen doen. En Hij doet het soms nog anders. Dat is voor ons een wonder, maar voor God niet. Het is voor God niets moeilijker om het water van de Rode Zee even stil te laten staan en een pad te maken als dat het water wel was blijven stromen. Of dat het water was blijven stromen en Israël over de golven gelopen zou zijn (net als Petrus). "Zou voor de Heere iets te wonderlijk zijn?", zegt God tegen Abraham als Hij belooft dat Hij uit de verstorven baarmoeder van Sara een zoon zal voortbrengen (Gen. 18:14).
Verklaren of geloven?
Omdat wij nu leven na de periode van de Verlichting en het natuurwetenschappelijk denken, is het voor ons moeilijker om in wonderen te geloven dan bijvoorbeeld vroeger voor Israël. Door het moderne natuurwetenschappelijk denken wordt de twijfel gezaaid in ons hart met betrekking tot de almacht van God. Geen last hiervan hebben bijvoorbeeld in onze tijd de schriftloze volken van niet-westerse beschavingen (op het zendingsveld). Die kennen het rationele en causale denken (van oorzaak en gevolg) niet zoals wij. Hoe moeilijk is het om te geloven dat de wonderen in de Bijbel (die zo lang geleden al gebeurd zijn) echt waar zijn, als we daar met ons verstand over nadenken. We zouden nog wel in de wonderen uit de Bijbel willen geloven als we zelf of in onze omgeving van zeer nabij een wonder hadden meegemaakt. Dan zou je kunnen denken: ik kan het niet begrijpen of causaal verklaren, maar het is waar, mijn ogen bedriegen me niet, dus kan diezelfde machtige God ook al die andere wonderen uit de Bijbel echt gedaan hebben. Je kunt het wel niet verklaren, maar je kunt het toch geloven. Op grond van een persoonlijke ervaring met betrekking tot Gods almacht.
Moeten we eigenlijk wel proberen om de wonderen te verklaren? Zou dat voor ons aannemelijker maken dat ze echt gebeurd zijn? Trouwens, als je ze verklaren kunt, zijn het geen wonderen meer. Zo is de cirkel rond. Proef je waar het om gaat? God is God en wij zijn mensen. Wij zijn gebonden aan de natuurwetten, ook in ons denken, maar God niet. Hij is de gans Andere!
Het is helemaal niet nodig dat we Gods wonderen proberen te verklaren. Zeker, toen Mozes met zijn staf op de rots sloeg, kwam er water uit. Ik kan me daarbij heel goed voorstellen dat hij net een onderaardse waterader geraakt heeft, waarvan hij het laatste dunne 'deurtje' opende met zijn staf. Ik zou me kunnen voorstellen dat het water in de Jordaan door een plotselinge 'natuurlijke' afdamming een dag ophield met stromen. Ik kan me ook voorstellen dat de muren van Jericho gevallen zijn door een aardbeving en dat Sodom en Gomorra verwoest zijn door een vulkaanuitbarsting. Heb ik dan het wonder verklaard? Nee toch! Hooguit krijg ik bewondering voor Gods voorzienigheid, dat hij deze natuurrampen precies liet gebeuren op die tijd en die plaats. Je hoeft je verstand niet op non-actief te zetten als je over de wonderen leest, maar je hoeft ze niet te verklaren om ze voor het verstand aannemelijk te maken.
Wonderen zijn voor ons menselijk verstand nooit te begrijpen. Vergeet ook niet dat ons verstand door de zondeval verduisterd is en dat al onze kennis 'ten dele' is. Ons eindig verstand zal ons nooit kunnen brengen tot de erkenning, dat God alleen wonderen doet. We leren dit alleen door het geloof. "Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit de dingen, die gezien worden" (Hebr. 1:3). Alleen wie door het geloof buigt voor het gezag van de Bijbel neemt ook aan, dat de daarin vertelde wonderen echt zijn gebeurd. Wie de wonderen met zijn verstand wil verklaren om ze aannemelijk te maken, loopt te pletter op de muur van twijfel en ongeloof. Deze algemene stellingen met betrekking tot het geloof in wonderen zijn nodig om te komen tot een antwoord op vragen rondom de wonderen die met de heilsfeiten gepaard gingen, de vleeswording van Christus, Zijn opstanding en Zijn hemelvaart en vragen die betrekking hebben op de opstanding van het vlees en het eeuwige leven. Maar daarover willen we in een tweede aflevering van dit artikel nadenken, in het volgende nummer van ons maandblad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
