Een breuk met de leugen
Crispin Kitoko, geboren in Kinshasa op 7 december 1958. Een zoon uit een trouw rooms-katholiek gezin. Enkele dagen na zijn geboorte werd hij gedoopt door de aartsbisschop van Kinshasa, de toenmalige mgr. Malula. Daar was de hele familie trots op. Men zag er ook een teken in dat Crispin geroepen was om God en de kerk te dienen. Vanwege grote armoede was het gezin afhankelijk van ondersteuning door de kerk, die in dank werd aanvaard. Crispin en zijn broer en zus werden door de pastoor van hun parochie geholpen met hun schoolopleiding - wel niet zo duur, maar te duur voor het gezin Kitoko.
Het was niet verwonderlijk dat Crispin meedeed met een jongerengroepje, onder leiding van de pastoor. Het katholieke jeugdwerk had een sterk vormend karakter. Het verving de vroegere godsdienstlessen aan de katholieke scholen, die door president Mobutu waren genationaliseerd. Dit sloot prachtig aan op het karakter van Crispin. Hij was een stille, teruggetrokken jongen, die weinig vrienden had. Omdat hij een beetje scheel keek, werd hij veel geplaagd op school. Dat deed bij hem het verlangen ontwaken naar een liefdevolle groep, waar ieder meetelde, ondanks sociale komaf of karaktertrekken.
Een boek over het kloosterleven van Taizé vormde voor hem een aanleiding een toekomst als monnik te ambiëren. Hij was toen nog maar vijftien jaar oud, maar die wens werd heel sterk. Zijn ouders ondersteunden hem daarin, en zagen in de keuze van hun zoon een noodzakelijk betoon van dank aan de kerk die hen jarenlang geholpen had. Dus deed Crispin al gauw mee met een nog intensievere voorbereidingsgroep, met jongeren die de wens te kennen hadden gegeven als geestelijke te willen gaan leven. Deze groep telde twintig jongens en meisjes. Men bestudeerde boeken over heiligen, deed vele malen per week mee met misvieringen en bad langdurig de rozenkrans.
Na beëindiging van zijn studie aan de middelbare school trok Crispin in bij de Premontrijnen, die in Kinshasa een klooster hebben. Maar na enige tijd voelde hij meer voor de Trappisten, die nogal eenzaam en solitair leven. Die willen in de stilte God aanbidden. Dat boeide Crispin het meest. Dus stapte hij over naar de Trappisten. Hij volgde een jaar het postulaat, toen twee jaar het noviciaat. Dit zijn stadia voorafgaande aan het afleggen van de gelofte van kuisheid, eenvoud en gehoorzaamheid. Deze legde hij af, met grote overtuiging. Dat was een feestdag voor hem en voor de hele familie. Hij volgde verder jaren een diepgravende en filosofisch getinte theologische studie.
Trappisten zwijgen. Slechts gedurende een uur - buiten de lessen, die uit luisteren bestonden - mocht er gepraat worden. Praten leidde de aandacht te veel van God en heilige dingen af. Maar…
Het klooster was klein. Er waren maar zeven monniken. Elke week hadden ze een avond vrij. Die werd doorgebracht op een manier, die niet in overeenstemming was met de gelofte van kuisheid. Elke kloosterling had zijn eigen liefje of liefjes. Ze bleven door middel van briefjes, die door schoolkinderen werden bezorgd, met hen in contact. Wie hier niet voor voelde, werd tenslotte toch gedwongen aan deze praktijken mee te doen. Hier begon de twijfel van Crispin over zijn keuze. Maar het werd goed gepraat door zijn confraters. "We zijn de hele week kuis, behoudens een klein ongelukje, maar alleen in onze vrije tijd." Overigens bleef het niet bij een wekelijks 'ongelukje'… Maar ik bespaar u de felle aanklachten die Crispin me liet horen.
Crispin kon nergens zijn klachten laten horen. De oversten van zijn orde wilden er niet op ingaan. "Een mens blijft nu eenmaal altijd een mens", luidde hun zwakke verweer. Ook bij zijn ouders moest Crispin zijn mond houden. Het grote voorbeeld van de familie was een oudoom van Crispin, die het geschopt had tot decaan van een seminarium. De man was zeer vroom, en had veel kinderen! Dus waar bleven de kindertjes van Crispin?
De verwording van dit klooster staat niet op zichzelf. De immoraliteit in de kloosters is overal in Congo bekend. Mensen spotten ermee. Het merendeel van de kloosterlingen heeft een verhouding en ook kinderen. Het laat het verval van dit moment binnen de Roomse kerk zien.
Twee weken per jaar hadden de kloosterlingen verlof. Crispin kwam bij zijn ouders thuis. In zijn omgeving nodigde een vrouw hem uit voor een evangelisatiebijeenkomst. Hij hoopte diep in zijn hart - met haar een verhouding te kunnen beginnen. Maar het liep wel heel anders. De spreker hekelde het bijgeloof onder de mensen, en ook in de kerk. De heiligenverering, amuletten, beschermende plaatjes… Dat was alles heel gewoon onder de mensen. Maar die woorden raakten Crispin diep. Want ze lieten hem zichzelf zien, maar in een geheel nieuw licht!
Hij bezocht die samenkomsten drie dagen achtereen. Voor het eerst werd het hem duidelijk dat een mens wederom geboren moet worden. Nu kwam hij niet meer voor een vrouw, maar vanwege de boodschap. Die sloeg in als een bom! Het bracht een enorme innerlijke ommekeer teweeg in zijn leven. De beste ommekeer die er bestaat! Wat Crispin het meest raakte - op dat moment - waren.
Ten eerste de boodschap dat de Bijbel het enige Woord is waardoor een mens de wil van God leert kennen. (Voor hem was de kerk het middel om God te leren kennen. Maar die kerk vond hij wel huichelachtig…, zodat hij het gevoel had steeds verder van God af te raken). Ten tweede raakte hem de vrijmoedige, heldere prediking. Hij was gewend aan preken die uit boekjes werden voorgelezen. De evangelist stond helemaal in vuur voor zijn God! Ten derde bevreemdde Crispin de centrale plaats van Jezus Christus in de prediking. Er is maar één Verlosser, er is maar één Middelaar, herhaalde de spreker telkens. Dat hielp Crispin zijn hele santenkraam aan de kant te schuiven. Daar had hij niets aan gehad, en die had hij ook niet meer nodig…
Er was een groot verloop in het kleine klooster. Tamelijk veel monniken traden uit. Hun plaatsen werden dan weer door anderen ingenomen, die ook weinig ambitie toonden om een heilig en zuiver leven te leiden. Dus toen Crispin na een verblijf van een jaar of zeven in het klooster in 1983 afscheid nam, woog dat niet eens zó zwaar.
Maar het viel niet mee! De maatschappij, die immorele priesters o zo gemakkelijk kan aanvaarden, kent geen pardon met uitgetredenen. Het was moeilijk om aan werk te komen. De familie stootte Crispin uit. Hij werd als een verrader gezien, als iemand die de familie-eer had gekrenkt. Maar hij vond werk, eerst als receptionist, toen als monteur (in een garage en in de telefonie). Nu is hij werkloos. Er is nauwelijks werk te vinden. Ongeveer tachtig procent van de bevolking van Kinshasa is werkloos. Crispin leeft van 'niets'. Hij is verloofd, en zou graag willen trouwen. Maar waar haal je geld vandaan voor een huwelijk, en voor een gezinnetje?
Sinds twee jaar is Crispin betrokken bij MIDARP, de Congolese In de Rechte Straat. Daar volgt hij nu bijbelstudies. Daar vindt hij gelijkgezinden, en daar is hij niet langer de geminachte deserteur. Hij blijft met grote overtuiging vasthouden aan het geloof dat hij - nu al weer jaren terug - vond. En hij leidt een leven in overeenstemming met wat hij gelooft. Hij heeft definitief gebroken met de leugen, al kon hij toentertijd in een zekere luxe leven. Er is meer dan luxe. En dat heeft hij gevonden in het Evangelie van Jezus Christus!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
