In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De waarde van onze belijdenis (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De waarde van onze belijdenis (3)

11 minuten leestijd

Anderhalf jaar heb ik ze doopcatechisatie gegeven. Inmiddels zijn ze toegetreden tot de gemeente. Een jong echtpaar, dat via het evangelisatiewerk tot het geloof kwam. In grote lijnen heb ik met hen de gereformeerde belijdenis doorgenomen. Telkens weer was het voor mij een verrassing, hoe ze zouden reageren. En zelf reageerden ze ook vaak heel verrast. Toen we Zondag 10 uit de Heidelbergse Catechismus bespraken, waren ze daar op een heel bijzondere manier bij betrokken. Daar gaat het immers over Gods leiding in je leven. Dat ervoeren ze op dat moment heel sterk.

God had de leiding in hun leven helemaal overgenomen. Ik zal nooit vergeten dat zij op een gegeven "moment bij de vragenbeantwoording verbaasd en verrukt uitriep: "Dus het noodlot bestaat helemaal niet! Er bestaat alleen maar Gods voorzienigheid! Ook als het gaat over onze ouders, die nog totaal ongelovig zijn, alleen ze zien dat niet." Haar ogen straalden en hij knikte instemmend. "Wat is dat voor ons vertroostend", zeiden ze, "wat is de belijdenis toch mooi. Wij dachten eerst dat het een specialiteit van een bepaalde kerk was, die je nog bij de Bijbel moest optellen, maar nu begrijpen we pas goed dat het alleen maar gaat om een samenvatting van wat de Bijbel over een bepaald onderwerp zegt. Zo krijgt de belijdenis van de kerk voor ons toch wel heel veel waarde." Je begrijpt dat ik diep verwonderd was over het feit dat twee jonge christenen, die nog maar zo kort met de Bijbel in aanraking waren gekomen, zo enthousiast waren over de belijdenis van de kerk.

Een samenvatting van de bijbelse waarheden

Het gaat in de belijdenis alleen om de hoofdwaarheden van het christendom. De belijdenisgeschriften vormen een samenvatting en geen uitvoerige uiteenzetting van de boodschap van de Bijbel. Daarom zijn ze juist van zo grote betekenis voor het verstaan van Gods Woord. Ze dienen als een gids bij de bestudering ervan en als een sleutel voor het verstaan van het Woord. Het gevaar is anders groot dat we op grond van een enkele tekst een bepaalde mening vormen, die in een ander deel van het Woord wordt tegengesproken. 'Iedere ketter heeft zijn letter', zegt het spreekwoord.

Het is dus veilig om de Schrift uit te leggen in het spoor van de belijdenis. Daarin ben je dan één met de uitleg van de Schrift door de kerk van alle eeuwen. We mogen de belijdenis zien als de 'schat van de kerk', die geboren is onder veel strijd en moeite, toen allerlei dwalingen de kerk beroerden. Helder en eenvoudig vinden we in de belijdenisgeschriften een kernachtige samenvatting van het bijbelse getuigenis. Het is echt niet onschriftuurlijk om die bijbelse boodschap beknopt en helder weer te geven. Zo schrijft ook Paulus aan Timothéus dat hij 'het goede pand dat hem toebetrouwd is, moet bewaren' en dat hij aan 'het voorbeeld der gezonde woorden', die hij van hem gehoord heeft, moet vasthouden (2 Tim. 1:13-14).

Zo zijn de leer van de drie-eenheid, de godheid van Christus en van de Heilige Geest fundamentele waarheden. Ze worden weliswaar tegengesproken door allerlei sekten, maar ze wortelen in het Woord en worden uitnemend vertolkt in de belijdenisgeschriften. Er wordt op een evenwichtige wijze gesproken over de zonde en wat zij teweeg brengt, maar ook over de genade van God, die door Christus is verworven en de manier waarop een zondaar daaraan deel krijgt door de toepassing van de Heilige Geest. De evenwichtige wijze waarop zonde en genade, verkiezing en verantwoordelijkheid, ellende en verlossing zijn verwoord, dwingt diep respect af. De belijdenis vertolkt zo prachtig het geloof van de kerk der eeuwen. Ze vindt daarin verwoord, wat de Heere Zelf uit Zijn Woord heeft leren verstaan. Ze ervaart het als een echo, als een weerklank van eigen geestelijke ervaring.

We staan op de schouders van onze voorgeslachten

De belijdenis is niet bedoeld om als een stolp over de tekst gezet te worden. Integendeel, ze is juist een goed hulpmiddel om de tekst in het geheel van de bijbelse boodschap te begrijpen. Dan is er een wisselwerking: vanuit de tekst naar de belijdenis en vanuit de belijdenis naar de tekst.

Daarom is voor een gezonde ontwikkeling van het geloofsleven de kennis van de belijdenis van groot belang. Met het oog op de jongere generatie, die soms wat moeite heeft met het verstaan van allerlei klassieke uitdrukkingen, is het van belang dat het aloude belijden van de kerk wordt vertolkt in de taal van onze tijd. Zo is de belijdenis een soort 'ruggengraat' voor geloof en leven. Deze wervelkolom geeft stevigheid en vastheid aan de gang van het geloof in een wereld vol leugen en dwaling. En bedenk daarbij dat die vastheid niet gelegen is in 'wat mensen ervan dachten', maar in het kort en bondig naspreken van de Schrift. Het is niet: de Bijbel en nog wat, maar: de Schrift alleen naar de regel van het geloof, die in de belijdenis verwoord is. Zo staan we in een eeuwenoude traditie. We staan op de schouders van ons voorgeslacht. De schriftuitleg begint niet pas bij onze generatie. Die mensen zijn er wel, die dat denken. Ze denken dat met hun uitleg pas werkelijk 'het grote licht' is verschenen. Nee, het verstaan van de Schrift geschiedt in een keten van geslachten. Zegt de apostel het niet in de Efezebrief dat we alleen 'samen met al de heiligen' kunnen verstaan de breedte en lengte en diepte en hoogte van de liefde van Christus (Ef.3:18)? Zoals de eerste generatie van christenen om verschillende redenen de belijdenis nodig had, zo geldt dat ook voor onze generatie en de geslachten na ons.

Het is de trend van onze tijd dat alles nieuw moet zijn. Nieuwe opvattingen, nieuwe vormen, nieuwe gewoonten. Velen willen alleen de Bijbel en vinden de belijdenis alleen maar ballast. Zo kun je zonder het te beseffen ongemerkt in de een of andere dwaling vervallen. Waarom zouden we de strijd tegen de dwaling door de kerk van alle eeuwen niet willen erven in plaats van alles zelf eerst te willen uitzoeken? Wij zijn allemaal zo eenzijdig. De belijdenis helpt ons om dat niet te zijn. De belijdenis is zo evenwichtig. Het is een godsgeschenk, dat onder Gods bijzondere voorzienigheid tot ons gekomen is. Het Woord is zo zuiver vertolkt in de belijdenis. Ik ben ook dankbaar dat we de belijdenis nu niet meer behoeven op te stellen. Wat een schitterend diepe en klassieke formuleringen heeft onze belijdenis. Ik zou niet weten hoe we die nu nog moesten verbeteren. Wat een kerkelijke ruzie en onenigheid zouden bepaalde formuleringen teweeg brengen als we nu alles opnieuw moesten gaan verwoorden. Lees en bestudeer onze belijdenis en vraag om het licht van de Heilige Geest om zo onder de zegen van God Zijn Woord te mogen verstaan.

Het gaat in de belijdenis ook om de beleving

Het gevaar van dode rechtzinnigheid kwam al ter sprake. Het is voor ons niet voldoende als we de geloofswaarheden zakelijk en 'voorwerpelijk' op een rijtje hebben staan in de belijdenis. Nee, de leer wil beleefd zijn. Zowel in de Bijbel als in de belijdenis gaat het niet maar om puur verstandelijke kennis, maar om geloofskennis. Het gaat niet alleen om onze mond, maar ook om ons hart. De Nederlandse Geloofsbelijdenis begint met: "Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond.'' Het hart gaat daarin zelfs voorop. Steeds komen we in deze belijdenis tegen 'wij geloven'. De Heidelbergse Catechismus is ook zo persoonlijk: 'Wat is uw enige troost?" "Wat nut u?" "Waaruit weet gij?" "Wat troost u?" En in de antwoorden staat vaak heel persoonlijk: "Dat ik…"

Neem bijvoorbeeld het schitterende antwoord uit de eerste zondag van de Heidelbergse Catechismus over 'de enige troost' eens. "Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met Zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door Zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven" (nieuwere vertaling uit het Gereformeerd Kerkboek).

Hoe persoonlijk is dit antwoord geformuleerd. Welke belangrijke geloofswaarheden worden hier beleden. Ik ben gekocht door de Zoon van God. Ik ben verlost uit de macht van de duivel. Ik word bewaard door mijn hemelse Vader. De Heilige Geest verzekert mij van het eeuwige leven. Is dit prachtige antwoord uit Zondag 1 van de Catechismus niet één-en-al Geest en leven? Neem bijvoorbeeld ook Zondag 21 waar het gaat over de kerk. Heel persoonlijk sluit het onderwijs over de kerk af met de belijdenis "en dat ik daarvan (kerk) een levend lidmaat ben, en eeuwig zal blijven". Kijk eens hoe persoonlijk de Nederlandse Geloofsbelijdenis inzet in artikel 1: "Wij geloven met het hart en belijden met de mond…". En dan komt de inhoud van het belijden. Denk eens aan de hoofdinhoud van cle Apostolische Geloofsbelijdenis. Als je toch mag belijden: "Ik geloof in God de Vader… mijn Vader", dan kan er toch niets meer in je leven gebeuren dat tegen Zijn wil ingaat! In de beleving van dat geloof verdwijnen toch alle 'waarom-vragen'. Al zou alles je tegen zijn in deze wereld, maar als je geloven mag dat je een Vader in de hemel hebt, dan mag je toch al je zorgen overgeven in Zijn vaderhanden.

"Ik geloof in Jezus Christus… mijn Heere." Wat een geborgenheid en vertroosting ligt er in deze belijdenis. Hij stierf voor mij aan het kruis. Hij stond op om mij het eeuwige leven te schenken. Door Hem ben ik verzoend met God. "Ik geloof in de Heilige Geest." Hij leert mij verstaan wie God is en wie ikzelf ben. Hij is mijn Leidsman en Trooster. Hij schenkt mij waar ik niet bij kan omdat mijn armen tekort zijn. Als er toch eens geen Heilige Geest was… ik zou niet weten hoe ik troost zou moeten putten uit de Bijbel. "Ik geloof in de vergeving van zonden en het eeuwige leven." Dat is toch alles voor een zondig mens, die zijn eigen nietigheid en schuld ziet in het licht van Gods heerlijkheid en majesteit. Het is niet in woorden uit te drukken hoe rijk het is om dat te mogen geloven voor jezelf: ik heb vergeving ontvangen over al mijn zonden. Zoiets moet je beleven!

Wij geloven met het hart en belijden met de mond

We hebben de belijdenis van de kerk der eeuwen niet ontvangen om elkaar daarmee om de oren te slaan, maar om die te geloven en eruit te leven. Wie met cle kerk der eeuwen meebelijdt, belijdt met heel zijn hart de Heere Jezus te kennen als de Zaligmaker, maar ook zijn ellende te kennen uit de wet van God. Die heeft een waar geloof, dat gewerkt is door de Heilige Geest. Die kent de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Die is in Christus rechtvaardig voor God en een erfgenaam van het eeuwige leven (Heidelbergse Catechismus). Wie met zijn hart gelooft en met zijn mond instemt met het belijden van de kerk, weet zich wedergeboren tot een levende hoop; die mag heel persoonlijk getroost zijn door de zoendood van Christus en de verlossing, die Hij teweegbracht; die kent zijn eigen verdorvenheid maar ook de bekering tot God en die is getroost in de belijdenis van de volharding der heiligen dat God de Zijnen vasthoudt en bewaart tot het eeuwige leven (Dordtse Leerregels). Wie met de belijdenis zijn geloof grondt op de Schriften, put troost uit Gods voorzienigheid, uit Gods eeuwige verkiezing en het hogepriesterschap van Christus; die leeft in heiligmaking voor Gocl als een levend lid van cle algemene christelijke kerk; die gebruikt de sacramenten en ziet uit naar de wederkomst van Christus (Nederlandse Geloofsbelijdenis).

'Met hart en mond' geloven en belijden we. Het hart vraagt om een mond en de mond kan niet zonder cle diepe akoestiek van het hart. Wat is een viool zonder klankkast? Niets! Een snerpend of krassend geluid, waar je de oren voor sluit. De snaren kunnen goed zijn en er kan vakkundig op gespeeld worden, maar de klankkast geeft door zijn resonantie dat prachtige geluid van een viool. Zo is het ook met onze belijdenis. Formeel en zakelijk kan alles zuiver zijn, maar het gaat echt voor ons leven doordat de akoestiek van het hart gaat meedoen. Het komt aan op de beleving. Of dacht u van niet?

Er zijn veel mensen die praten met de mond. Zij kunnen redeneren en discussiëren dat het een lieve lust is. Maar één ding mis je in al dat gepraat. Het hart! Het tintelt niet van de liefde. Het mist dan ook de zekerheid van het getuigenis. Het is geen ooggetuigenverklaring! De bevinding, de beleving, dat getuige zijn wordt gemist. Het is slechts mondchristendom. Dode rechtzinnigheid. Zo is de belijdenis in geen geval bedoeld. De belijdenisgeschriften zijn geen dode gedenkstenen, maar ze leven omdat het Woord levend en krachtig is. Het gaat niet om geloofsleer 'op sterk water'. Nee, het gaat om een levende belijdenis, waarin de kerk het Woord naspreekt en op formule brengt. Zo kan door het belijden van cle kerk de echo van het Woord weerklinken in ons hart. Zodat we de Christus der Schriften erin mogen tegenkomen en met Petrus en de discipelen gaan instemmen, als zij belijden: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God" (Matth. 16:16).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 2000

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

De waarde van onze belijdenis (3)

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 2000

In de Rechte Straat | 16 Pagina's