'Gezamenlijke Verklaring betreffende de leer van de Rechtvaardigmaking'
Het vorige artikel hebben we afgesloten met een vraag naar aanleiding van artikel 15 van de 'Gezamenlijke Verklaring'. In dit vervolgartikel gaan we nader in op deze vraag: "Bedoelt men ook hetzelfde?"
Elkaar bewegen tol het geloof
Het is goed om artikel 15 in zijn geheel nog eens weer te geven: "In geloof houden we beide vast aan de overtuiging dat rechtvaardiging het werk van de drie-enige God is. De Vader stuurde Zijn Zoon naar de •wereld om zondaren te redden. Het fundament en de vooronderstelling van rechtvaardiging is de incarnatie, dood en opstanding van Christus. Rechtvaardiging betekent dus dat Christus Zelf onze gerechtigheid is, waaraan wij deel hebben door de Heilige Geest overeenkomstig de wil van de Vader. Samen belijden we: Door genade alléén, uit geloof in Christus' reddende werk en niet vanwege enige verdienste van onze kant. We worden door God aangenomen en ontvangen de Heilige Geest, die onze harten vernieuwt, terwijl Hij ons toerust en roept tot goede werken."
De vraag bij dit artikel 15 is: "Bedoelt men ook hetzelfde?" Trouwens in artikel 17 wordt nog eens bevestigd: "Wij delen ook de overtuiging dat de boodschap van rechtvaardiging ons op een bijzondere wijze naar het hart van het nieuwe testamentisch getuigenis leidt, naar Gods reddende daad in Christus. Deze vertelt ons dat wij als zondaren ons nieuwe leven enkel te danken hebben aan de vergevende en vernieuwende genade die God schenkt als een gave en die we in geloof ontvangen, en nooit op enige wijze kunnen verdienen." Toch prachtig als we samen achter deze belijdenis kunnen staan? Wat zitten we dan nog te zeuren over zogenaamde 'verschilletjes' en andere 'komma's en puntjes'? Waarom de pastoor-deken van Tongeren niet eens uitnodigen om zondag in 'De Stem van de Goede Herder' de prediking te komen verzorgen? We delen vanaf nu toch dezelfde overtuiging? Was het maar zo! Persoonlijk zou ik niets liever wensen en zou ik het van harte toejuichen. Ik vind het verschrikkelijk pijnlijk dat we in de loop der eeuwen elkaar hebben verketterd en verknecht en met de Bijbel in de hand ons 'godsdienstig gelijk' in eikaars gezicht hebben geslingerd. Maar laten we, door de liefde van Christus gedreven en in bewogenheid voor onze roomse en protestantse medemens, elkaar uitnodigen om te horen naar de lieflijke klanken van Gods heilig Woord.
Vanuit deze gezindheid mogen we het Woord in alle kracht en alle helderheid laten klinken en elkaar de waarheid van het Woord voorhouden. Niet om elkaar eens ongezouten de waarheid te zeggen, want zulke taal zal geen muis redden, laat staan een onsterfelijke ziel! Maar om elkaar, met een hart vol van de liefde Gods, te bewegen tot het geloof in de Christus der Schriften! Goed, dit even als 'kopje' om elk misverstand te voorkomen.
Nu terug naar artikel 15: "Samen belijden we: door genade alléén, uit geloof in Christus' reddende werk en niet vanwege enige verdienste van onze kant." Hier kan ik alleen maar 'amen' op zeggen. Maar, belijdt Rome dit? Is dit de leer van Rome? Of eerder een benaderingswijze van een vrijgevochten clubje? Worden we hier niet ingepakt in een paaps kleedje? Is 'genade' naar 'roomse smaak' hetzelfde als genade naar 'bijbelse smaak'? Is de smaak niet net zo verschillend als de smaak van wildbraad en honingkoek? In de 'Katechismus van de Katholieke Kerk' (uitg. 1995) lees ik over genade: "De genade is een 'gunst', een 'belan geloze hulp', die God ons biedt om Zijn oproep te beantwoorden: kinderen van God worden, aangenomen zonen, deelhebbers aan de goddelijke natuur en aan het eeuwige leven." (art. no 1996).
Aandeel van de mens
Genade als een belangeloze hulp van God, opdat de 'mens' in staat worde gesteld om Zijn oproep om kind van God te worden, te beantwoorden. Wanneer ik deze definitie van genade eerlijk mag beoordelen, dan kan ik me niet van de indruk ontdoen dat Rome een soort 'samenwerking' voorstaat tussen genade van God en menselijke medewerking. Een soort 'synergisme': God en de mens zijn tegelijkertijd aan het werk, zodat het effect dat daardoor tot stand komt, het gemeenschappelijke werk is van Gods genade èn van de vrije menselijke wil. Niet voor niets leert Trente: "Wanneer iemand zegt, dat de zondaar alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt, zodat hij meent dat er niets anders geëist wordt dat meewerkt tot het verkrijgen van de rechtvaardigingsgenade en dat het geenszins nodig is zich door eigen wil daarop voor te bereiden, hij zij vervloekt." (Trente Sess. VI, c. 9).
Aan het begin van het proces om kind van God te worden staat de genade als een hulp van God, waardoor de zondaar in staat wordt gesteld zich voor te bereiden op zijn eigen rechtvaardiging door vrije toestemming en medewerking met de genade. Het aandeel van de mens wordt zodoende een medebepalende factor in de rechtvaardigmaking. Calvijn zegt: "Alle vermenging, die de mensen pogen te maken uit de vrije wil en de genade Gods, is niet anders dan verderving van deze genade; even alsof men wijn mengde met drabbig en bitter water." (Inst. II,V,15). De Bijbel is overduidelijk wanneer hij leert dat de mens om niet gerechtvaardigd wordt uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus! Elke verdienstelijkheid, die mede oorzaak zou kunnen zijn van onze recht vaardigmaking voor God, wordt door de Bijbel uitgeschakeld. Wat een geluk! Ja, inderdaad, gelukkig dat wij niet aangewezen zijn op enige menselijke prestatie of verdienste. Wat een onschatbare rijkdom dat we voor onze rechtvaardigmaking aangewezen zijn op de Ene Rechtvaardige, Jezus Christus! Dat wij in Christus als rechtvaardigen gerekend worden! Wat een heerlijk Evangelie! Het mag onze harten doorgloeien. Het mag onze kerken doorgloeien! Opdat aan de Heere God alle eer en glorie worde gebracht en Zijn Naam worde uitgeroepen over ons volk! Zijn Naam, de ene Naam onder de mensen gegeven waardoor wij moeten zalig worden.
Als een smekeling bedelend om genade
Op zich is het natuurlijk heel bijzonder dat de "rechtvaardigmaking uit genade alleen, door geloof in Christus' reddende werk en niet vanwege enige verdienste van onze kant" als een gezamenlijke belijdenis kan worden geproclameerd. En waarvan ik ook hoop dat het 'echt en waarachtig' een belijdenis mag zijn, gegroeid uit een diep doorleefde onmacht omwille van zonde en de totale verdorvenheid door de zonde. Maar dan spreek je toch niet meer over enige 'medewerking' aan de voorbereiding en aanvaarding van rechtvaardiging, zoals in artikel 20 geschreven staat. Dan ken je jezelf toch als een machteloze en verdoemelijke zondaar, die als een smekeling aan de voet van het Kruis bedelt om genade. Dr. K.H. Miskotte schreef in zijn toelichting op de Heidelbergse Catechismus: "Als het geloof 'iets' is, zijn we medewerkers met de genadekracht; als het geloof 'alles' is, zijn we enkel ontvangers van het genadewoord, dat ons alles toerekent en schenkt, wat nodig is om voor God te bestaan, bij Hem te blijven, uit Hem te leven." En dit is het nu precies waarvoor ik wat beducht ben, namelijk voor dat 'iets'. Dat het geloof nog 'iets' zou kunnen zijn dat de mens aanbrengt in de rechtvaardigmaking. Zulk een 'iets' zou kunnen zijn dat de mens aanbrengt in de rechtvaardigmaking. Zulk een 'iets' is totaal uitgesloten. Als er nog iets verdienstelijks zou zijn aan enig werk van de mens, dan is Golgotha een grote vergissing geweest! Hoe mooi zoals Calvijn het verwoordt: "Wij zijn van nature zo gesteld, dat er eerder olie uit een steen dan uit ons een goed werk geperst zal worden." (Inst. III, XIV, 5).
Laat Gods Woord staan
Laat Gods Woord toch spreken. Zet toch geen demper of domper op de bazuin van Gods Woord! Zijn Woord is toch duidelijk genoeg! Wanneer we oprecht leren buigen voor het Woord van God, dan komen we tot de vaste erkentenis van 'genade alléén' en 'geloof alléén'. Maar dat buigen voor het Woord lijkt voor Rome een moeilijk begaanbaar pad te zijn! Zo althans is de praktijk. De Bijbel mag het niet voluit te zeggen hebben. O zeker, de Bijbel wordt gelezen in de R.K.-Kerk. O zeker, er zijn bijbelkringen in de RK.-parochies. Maar de Bijbel functioneert niet. Niet in de prediking, niet in het pastoraat.
Wanneer vandaag de voorzitter van de Vereniging voor Pastoraal Werkenden (VPW) in het bisdom Breda, drs. H. Tacken, predikant wordt in de Nederlands Hervormde Kerk, dan heeft dit alles te maken met 'zijn verlangen om de Schrift nadrukkelijker een plek te geven in het pastoraat'. Dit staat te lezen in het Katholiek Nieuwsblad van 10 maart jl. Het is toch tekenend voor de R.K.-geloofspraktijk dat "de weerklank voor de Schrift en de bijbelse traditie bij katholieken niet zo groot is", aldus drs. Tacken.
Dit is ook mijn ervaring in Tongeren. Elk initiatief vanuit onze kerk om eenheid te betrachten op grond van de Schrift wordt radicaal afgewezen. Getuige een brief van pastoor LH. uit Tongeren. Ik citeer: "Van ons gesprek van enkele weken geleden heb ik verslag uitgebracht op het parochieteam, waar we dan ook jullie verschillende vragen hebben besproken. Tot mijn spijt moet ik u melden dat zowel voor de vraag naar een ontmoeting als voor de vraag van het gebruik van één van onze kerken voor de zangavond tijdens de evangelisatieweek het antwoord van het team negatief is. Ik zal - op advies van het parochieteam - ook afcien van het schrijven van een artikel voor jullie tijdschrift over de Mariaverering." (einde citaat). Ik had het zo anders gehoopt! Gods Woord wordt nog altijd in de R.K.-Kerk de mond gesnoerd. Is het achterdocht? Is het vijandschap? Ik laat het in het midden. Ik vind het alleen maar intriest dat die zogenaamde 'apostolische' kerk weinig gehoor geeft aan wat de apostelen hebben getuigd. Hebben zij niet getuigd van het Evangelie van Gods genade? (Hand. 20:24). Laat in Gods Naam het Woord staan! Laat in Gods Naam genade genade zijn!
Belijden brengt vaak lijden met zich mee. Daar ben ik de vorige keer mijn artikel over de waarde van onze belijdenis mee geëindigd. We hebben gelet op een aantal bezwaren, die vaak worden aangevoerd tegen het hebben van een belijdenis. We zagen ook dat de belijdenis niet bedoeld is als een keurslijf om ons af te knellen, maar als een ruggengraat zodat we in de geloofsleer niet het gevaar lopen van een soort 'plumpuddingmentaliteit'. Ik ben ook begonnen om een aantal zaken op een rijtje te zetten met betrekking tot de waarde van de belijdenis. In dit artikel wil ik duidelijk maken dat onze belijdenis niets anders wil dan het Woord van God naspreken en uitleggen. Zo kan het gebeuren dat als je in de belijdenis leest, je daardoor ook wordt aangeraakt en in beweging wordt gezet naar de Heere toe. Opeens kan iets duidelijk voor je worden met betrekking tot de vergevingsgezindheid van God of de functie van het geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
