De waarde van onze belijdenis (1)
Is de Bijbel niet genoeg?
Jullie ook altijd met je catechismus! Dat is toch mensenwerk. Jullie luisteren meer naar de mensen dan naar God. Nee, het gaat om de Bijbel alleen! Ik wil wel met je praten, maar dan alleen met de Bijbel open en geen gezeur over 'ja, maar de catechismus zegt…', of'onze Dordtse vaderen hebben beleden…' enzovoort. Jullie maken je zo druk over de belijdenis, maar het is puur dode rechtzinnigheid. Je moet de Bijbel niet lezen door de bril van de gereformeerde belijdenis. Dan ben je al helemaal beïnvloed. Het is toch veel beter als de Bijbel direct tot ons spreekt. Bovendien, de belijdenis is tijdgebonden. Ze draagt veel te veel de kenmerken van de tijd van haar ontstaan en veel zaken, die vandaag actueel zijn, zoals de charismatische beweging, het chiliasme, de betekenis van Israël en dergelijke, komen er niet in voor. Kort gezegd: het opstellen van een belijdenis en het handhaven daarvan berooft ons geweten van zijn vrijheid en houdt het verdiept worden in de kennis van de Bijbel tegen. Toen ik op een zendingsavond eens vertelde dat ik voor de Yali's op Irian Jaya een vertaling had gemaakt van de catechismus in de stamtaal, zei iemand tegen mij: een vertaling van de Heidelbergse Catechismus op het zendingsveld, dat is toch 'om te gillen'.
Bezwaren tegen de belijdenisgeschriften
Ondanks het feit dat er in de loop van de eeuwen al heel wat kritische geluiden ten gehore zijn gebracht over de belijdenisgeschriften, geluiden die vandaag alleen maar toenemen, zou ik met grote nadruk willen zeggen dat de belijdenis van onschatbare waarde is. Meer dan ooit leven we in een tijd waarin met de traditie wordt afgerekend. Men grijpt het begrip 'traditie' aan om de betekenis van de belijdenisgeschriften te relativeren. Men zegt: je staat nu eenmaal in een bepaalde traditie en door die bril lees je de Bijbel en dus ben je altijd eenzijdig bezig. Laten alle tradities met elkaar in contact komen en van elkaar leren. De waarheid van de Schrift is te groot om die geheel te kunnen bevatten. Men waarschuwt tegen traditionalisme en confessionalisme.
Uiteraard kan dat de bedoeling van onze belijdenis niet zijn. Laat ik even uitleggen wat we onder 'traditionalisme' verstaan. Daaronder wordt verstaan dat je aan een bepaalde traditie vasthoudt. In de eerste plaats omdat het altijd zo geweest is en als we dit veranderen waar blijven we dan? In de tweede plaats zegt men: als wij het nu anders gaan doen clan onze 'vaderen', dan hebben zij het verkeerd gedaan. Inderdaad zijn dit geen steekhoudende argumenten. Waarom zouden tradities niet mogen veranderen als de tijden veranderen? Als wij aan een bepaalde traditie vasthouden, zullen we daar andere gronden voor moeten aanwijzen. Gronden, die te maken hebben met de waarheid van Gods Woord, met het welzijn van de kerk en de eenheid van de kerk.
Er zijn heel goede tradities, die we niet graag zouden prijsgeven. Aan de andere kant moeten we er ook oog voor hebben dat bepaalde tradities hun tijd gehad kunnen hebben en voor verbetering vatbaar zijn in bepaalde nieuwe omstandigheden. Hoe meer we verbonden zijn met het wezenlijke van de Schrift en de belijdenis, des te gemakkelijker zullen we hier onze weg in kunnen vinden. Hoe minder we innerlijk putten uit de kracht van Schrift en belijdenis, des te meer zullen we vastzitten op de uiterlijke kant van de traditie en des te minder zullen we bereid zijn om zelfs in kleine dingen wat soepelheid te betrachten.
En wat de beschuldiging van 'confessionalisme' betreft, wij houden niet aan de belijdenis (confessie) vast omdat we daarin geloven, maar in ons belijden wordt ons geloof in de Schriften verwoord. En daarom zijn we 'confessioneel'. Daarom zijn we dankbaar met onze belijdenis, die de betekenis en de kracht van het Evangelie van vrije genade op zo'n weergaloze wijze verwoordt. Achter deze woorden staan bijbelse zaken. Ik ben bang dat degene, die deze verwoording van het Evangelie van vrije genade in onze belijdenisgeschriften niet voor zijn rekening wil nemen, ook afbreuk doet aan de bijbelse waarheden waarom het gaat. Trouw aan de belijdenis is natuurlijk geen doel op zichzelf. Het gaat erom dat de schat van de kerk, het Evangelie van de vrede met God door het bloed van Christus, zuiver bewaard en gelovig beleden wordt. Dat wil nog niet eens zeggen dat we over alle zaken binnen de kerken precies gelijk moeten denken. Wie dat vraagt, kan gemakkelijk vervallen tot sektarisme. Binnen de grenzen van de belijdenisgeschriften mogen er best verschillen in accent en benadering zijn. Elk van de belijdenisgeschriften heeft trouwens ook zelf een eigen accent en kleur. Die verscheidenheid was er ook al bij de opstellers van de belijdenisgeschriften. Het gaat erom dat wij binnen de kerk één zijn in de belijdenis van de drieënige God, van de Vader, Die Zijn volk tot zaligheid heeft verkoren, van de Zoon, Die op Golgotha de losprijs heeft betaald (verzoening door voldoening) en van de Heilige Geest, Die het levende geloof werkt in de harten van zondaren en hen door dat geloof verenigt met Christus. De Geest is de grote 'Toeëigenaar' van het heil.
Geen keurslijf maar een ruggengraat
Het genoemde gevaar van een 'dode rechtzinnigheid' is niet denkbeeldig. Onze belijdenis is een groot goed, maar we moeten niet denken dat we uitsluitend door het handhaven ervan het beeld van Christus vertonen. Zuiverheid in de leer is wel belangrijk, maar niet los van het persoonlijk bevindelijk verstaan ervan. Het gaat erom dat Gods genade ons leven helemaal stempelt. Als dat niet zo is, kan er dode rechtzinnigheid zijn, maar daar mogen we nooit onze belijdenis de schuld van geven. Dan gaan mensen er verkeerd mee om. De belijdenis is nooit bedoeld als een keurslijf. In de belijdenis gaat het juist om een krachtig geloofsgetuigenis. Wie daarmee instemt, zal de inhoud ervan toch ook zelf persoonlijk beleven. De gemeenschap der heiligen valt ook niet zonder meer samen met hen die zonder enige reserve onze belijdenisgeschriften aanvaarden. Soms is het niet eens mogelijk om echt geestelijk contact te hebben met christenen, die de belijdenis helemaal onderschrijven, omdat de persoonlijke beleving van Gods genade in Christus ontbreekt. En anderzijds kun je wel eens van hart tot hart spreken met christenen, die onze belijdenis zomaar niet zondermeer voor hun rekening nemen. Toch kan er dan opeens een hartelijke overeenstemming zijn in de meest wezenlijke zaken van het geloof. Ik denk hier bijvoorbeeld aan de Russische Baptisten, die geen belijdenis hebben, laat staan een gereformeerde belijdenis, maar die het Evangelie van vrije genade van harte belijden. Zij verschillen met ons op het punt van de doop, de kerk en het verbond. Geen onbelangrijke zaken, maar ze zijn één met ons in de leer van de verzoening met God door het offer van Christus, in de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen, de heiliging door de kracht van Christus' opstanding en het beklemtonen van de noodzaak van de wedergeboorte als een werk van de Heilige Geest. Ze zeggen wel dat belijdenisgeschriften niet nodig zijn en dat de Bijbel alleen ons moet onderwijzen, maar bij mijn bezoeken aan Rusland is me gebleken hoe zij wel degelijk ook hun eigen 'confessie' hebben, al staat het niet allemaal zwart op wit. Onder hen is heel duidelijk overeenstemming over de belangrijke punten van de geloofsleer. En die 'overeenstemming' fungeert bij hen ten diepste ook als een soort belijdenis. Echt, de belijdenis is geen verhindering voor de bijbelse directheid en ze bindt ons geen oogkleppen voor waardoor we bepaalde bijbelse zaken niet zouden zien. De belijdenis dient niet om de Schrift terug te dringen, maar juist om de Schrift te handhaven en te bevestigen. Ze betrekt de wacht bij de Schrift. Ze is een soort ruggengraat, waardoor de geloofsleer overeind kan blijven. De belijdenis biedt veiligheid tegen willekeur. De belijdenis wil het bijbelse spoor helder houden en bewaren tegen dwaalgeesten. Het bezwaar dat de belijdenis tijdgebonden zou zijn, valt mijns inziens ook heel erg mee. Natuurlijk staan bepaalde onderwerpen en uitspraken in het licht van de strijd, die in die tijd werd gevoerd tegen dwalingen. Dat maakt de betekenis van de belijdenis echter niet beperkt. In de eerste plaats geeft de belijdenis met betrekking tot bepaalde aspecten van de geloofsleer de kern van de Schrift weer en die verandert nooit, hoe de tijd ook verandert. In de tweede plaats moeten we voorzichtig zijn met de uitdrukking 'die formulering is nu verouderd', want veel dwalingen, die vroeger zijn afgewezen, komen steeds weer in een nieuwe vorm terug. De belijdenis blijft actueel en ik ben ervan overtuigd dat in de belijdenis ten diepste voorgoed 'alles' is gezegd op de punten van de geloofsleer. Al is het aan de andere kant ook zeker waar dat iedere tijd zijn eigen vragen heeft en dat we daarop vanuit de Schrift een antwoord moeten zoeken.
De waarde van de belijdenis
Wat is nu eigenlijk de waarde van de belijdenis en het kennen daarvan? Wat is een belijdenisgeschrift en waarom hebben we die? Is het echt niet voldoende als een kerk geen belijdenisgeschriften heeft, maar alleen de Bijbel? Kunnen de belijdenisgeschriften de Bijbel zelf niet in de weg staan? En is de kerkelijke aanvaarding van de belijdenisgeschriften wel in overeenstemming met de belijdenis dat de Schrift alleen onze regel voor geloof en leven is? Zeker, de Bijbel is onze enige norm. Daar heeft de kerk met het aanvaarden van de belijdenisgeschriften niets van af willen doen. De grote vraag in alle tijden is echter steeds geweest: hoe verstaan we de Bijbel? Waar gaat het om in het Woord van God? Ik wil proberen op enkele van deze vragen in te gaan. Heel eenvoudig zouden we kunnen zeggen: belijdenisgeschriften zijn geschriften waarin de kerk haar geloof belijdt. Ze zijn ontstaan in tijden waarin het nodig was de leer van de kerk vast te leggen tegenover allerlei dwalingen die opkwamen. Meestal gebeurde dat in de een of andere bijzondere strijdsituatie. Als hulp bij het duidelijk maken van de heilsleer en in afweer tegen allerlei dwalingen zijn de belijdenissen ontstaan. Ze zijn bedoeld als een hulpmiddel bij het verstaan van de Schrift, meer niet. Het gaat niet om nieuwe zaken in de geloofsleer. 'Belijden' betekent vanuit de Bijbel 'hetzelfde zeggen'. De belijdenisgeschriften zeggen dus hetzelfde als de Bijbel, maar dan met eigen woorden. We zouden het zo kunnen zeggen: ze zijn een korte samenvatting van de leer van de kerk, op de Bijbel gegrond. De waarde van de belijdenis is juist gelegen in het getrouw naspreken van de Schrift. En daarbij moeten we beseffen dat uitdrukkingen uit de belijdenisgeschriften niet onaantastbaar zijn en die van de Schrift wel. Alle belijden moet getoetst worden aan de Heilige Schrift. En als zich in onze tijd op dogmatisch vlak of op ethisch terrein nieuwe vragen voordoen, waar de belijdenis geen direct antwoord op geeft, kan de kerk haar houding bepalen vanuit de Schrift en op bepaalde punten formuleren via boodschappen, herderlijke brieven, synodeuitspraken en andere middelen. Het behoort tot de taak van de kerk op aarde om de waarheid die door de openbaring van God in Zijn Woord tot haar kennis gekomen is te verstaan, te bewaren, uit te spreken en te verdedigen. Tegenover allerlei dwalenden en tegensprekers moet de kerk zich wapenen. Toch gaat het er niet alleen om dat de kerk in haar belijden negatief de dwalingen aanwijst, maar ook dat zij positief belijdt wat de inhoud van de gezonde leer is. In eigen kring moet de waarheid van Gods Woord ook beleden worden tot onderwijs aan onkundigen. En tegenover degenen, die buiten zijn, moet de kerk rekenschap geven van haar geloof. Dat kunnen we lezen in 1 Petr. 3 vs. 15: "En zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk die u rekenschap afeist van de hoop die in u is". Laten we dit aan het slot nog eens even toespitsen. Hebt u/jij een levende hoop? En getuig je daar ook van? Wat hebben we er voor over? Ben je bereid om smaadheid te dragen om Jezus' wil? Wij leven hier in Nederland in een bevoorrechte positie. In andere werelddelen kost het de christenen heel wat meer om hun geloof te belijden. Het is altijd nog zo dat er in onze wereld per jaar 160.000 christenen de marteldood sterven vanwege hun geloof in Christus. En tegelijkertijd is de christelijke kerk nog nooit in de geschiedenis zo snel gegroeid als in onze tijd. Dat is iets om eens ©ver na te denken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 2000
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
