In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De ballade van de tarwekorrel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ballade van de tarwekorrel

7 minuten leestijd

"Indien het tarwegraan niet in de aarde valt en sterft, zo blijft het alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort/'

De tarwekorrel vertelt

Uit en in het duister werd ik gewekt. Ik was eerst week als deeg. Ik was als één massa, in de wieg van de aar, tegen mijn honderd zussen aangedrukt. Ik vocht voor een eigen plekje. Ik vocht om mezelf te kunnen zijn. Mijn zussen probeerden me weg te dringen. Maar ik gaf geen krimp. Ik versterkte mezelf door het voedsel dat mij via de halm vanuit de wortels bereikte. Ik harnaste mezelf in een harde buitenhuid. Zo stond ik wekenlang te genieten in de zon, terwijl de wind mij op en neer wiegde en de regendruppels speels op mijn kop spetterden.

Maar op een dag kwamen maaiers aangetreden. Achter elkaar, in een rij van vier. Ze haalden de halmen met de pikken bij elkaar en sloegen met hun sikkels er op in. Ook onze halm werd geraakt en ik viel met mijn honderd zussen op de grond. We klemden ons aan elkaar vast. Maar niet lang daarna werden we met de vlegels uit elkaar gedorst. Enkele maanden lag ik op een zolder in een zak, tussen andere korrels die ik totaal niet kende. Ik lag te doezelen in mijn winterslaap.

Toen werd onze zak op een kar geladen. Ik voelde een hand die naar ons graaide. Ik werd zo maar met de anderen op een akker gestrooid. Een egge schudde ons door elkaar. Een wals drukte ons in de grond. Ik lag erin als in een graf. En na een tijdje gebeurde het verschrikkelijke: het begon te regenen. Het vocht probeerde door het pantser van mijn pel heen te dringen. Ik verzette mij daartegen met alle macht, want ik wist dat als de dijk waarachter ik gepeld lag, het zou begeven, ik gedoemd zou zijn om te sterven. En ik wilde niet dood, ik wilde léven! Maar het was lente en de zon verwarmde de aarde waarin ik vocht tegen het opdringende vocht. Ik schreeuwde om hulp, maar de warmte verdoofde mij en bracht mij onder narcose. Toen stierf ik.

Waarom ik dit kan navertellen? Omdat ik ontwaakte in een nieuw bestaan. Er was een kiem uit mij gegroeid en die had zich voorzien van wortels die voedsel uit de aarde tot mij zogen. Ik stak mijn kop boven de akker. Ik rees op, steeds hoger. Ik werd een halm waarmee de wind opnieuw ging spelen. Ik kreeg een aar met daarin … wel honderd korrels. Nu zing ik over mijn sterven. Nu juich ik over mijn dood tot lof van Hem Die mij uit mijn graf in de donkere akker deed opstaan en vrucht deed dragen, honderdvoudige vrucht.

Het loflied op mijn dood

"Wij zijn dan met Hem begraven, door de doop in de dood, opdat gelijk Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen" (Rom. 6: 4).

"Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij" (Gal. 2:20).

Ik ontstond uit een vormloos begin (Psalm 139 : 13-16). Het was duister om mij heen in de schoot van mijn moeder. Langzaam ontwaakte ik tot een eigen wezen. Ik werd een 'tegenover' van haar die mij droeg. Ik wilde mij steeds meer losmaken van haar. Maar ik kon mijn moeder nog niet missen. En ik wilde dat ook niet. Het was warm en veilig bij haar. Maar toen gebeurde het. Eerst waren het nog lichte schokken. Ik ervoer die als hardhandige maar daarom ook innige omhelzingen. De schokken werden heviger. Ik kreeg het er benauwd onder. De schokken werden krampen. Ze volgden steeds sneller op elkaar. Na enkele uren was het alsof banden om mij heen werden gespannen. In die banden hoopten spanningen zich op. Die spanningen golfden langs mijn hele lijfje. Ze balden zich samen. Ze drukten mijn arme hoofdje in elkaar. Ze persten mij naar …? O wee!… steeds verder uit moeder vandaan. Weg uit haar veilige warmte, weg naar…? Toen … een laatste golf uit die woeste zee, een laatste wee, en daar lag ik op het strand van deze wereld, één van de miljarden zandkorrels van het mensdom. Ik groeide op. Ik werd mezelf bewust. Ik vocht voor een eigen plaats tussen mijn broers en zussen. Ik vocht mij los van mijn vader en moeder. Ik vocht voor een eigen levensruimte tussen de vele mensen. Ik wist wie ik was: ik! Ik wist wat ik wilde. Ik ging voor niemand opzij. Ik was ik.

Toen gebeurde het. Er kwam een Woord op mij af. Het stelde zich aan mij voor als het Water des levens. Maar ik merkte dat het de kiem van de dood met zich meedroeg. Dat Woord was de volmaakte mensjezus Christus. Alles aan Hem was schoonheid, want de kern van Zijn wezen was de liefde. Die liefde drong van binnen uit, vanuit Zijn hart, naar buiten. Ik dronk de stralen van die liefde tot mij. Maar… ik dronk tegelijk daardoor de dood tot mij. Want die liefde van Christus kwam tevens als een gebod op mij af. Ik wist en erkende het: zo zou ook ik moeten zijn: één en al mijzelf opofferende liefde voor de Ander en voor de anderen. Maar dat gebod liet mij zien dat ik niet liefde, maar één en al zelfzucht was. Ik zag hoe ik alles naar mij toe schraapte en hoe ik iedereen, ook de heilige God, wilde manipuleren en inschakelen voor de bevrediging van mijn eigen begeerten. Dat gebod begon mijn dood te worden (Rom. 7 : 9). Ik zakte als een pudding in elkaar. De kronen die ik mezelf had opgezet, werden één voor één van mijn hoofd gerukt en in het vuur van de Waarheid gegooid. "Ja maar…", zo probeerde ik mezelf te rechtvaardigen. "Ik kan er toch ook niks aan doen dat ik er zo gauw met woorden op los timmer, wanneer iemand mij krenkt." "En ik hoef toch niet te zijn als Jezus, want ik kan mezelf niet veranderen. Die liefde van Hem is voor ons, mensen, te hoog gegrepen. Dat mag niemand van ons eisen!" "En een beetje fier mogen we toch wel op onszelf zijn. We hoeven onszelf toch geen minderwaardigheids- of schuldgevoel aan te praten."

Maar terwijl ik mezelf uitraasde in woedende uitvluchten en me doldraaide in mijn smoesjes, bleef Hij geduldig naar mij glimlachen, vol afwachtende liefde. Maar dat maakte mij nog meer ziedend. "Waarom geeft U mij niet een stevige aframmeling? Ik heb het toch immers verdiend?" Maar altijd weer was er die vriendelijke stem: "Kom maar tot Mij. Zie je dan niet dat je bijna bezwijkt onder al die lasten? Kom, ik wil je daarvan bevrijden. Kom, Ik wil je rust geven, rust, oneindige rust."

Maar dat was mijn eer te na. Ik verzette mij ertegen. Met hand en tand.

Met alles wat in mij is. Met mijn levensdrift. Met mijn zelfgevoel. Taai hield ik vast aan mezelf. Ik hoorde Hem zeggen dat ik door Zijn Geest een nieuwe geboorte zou moeten ondergaan. Ik zou mij moeten laten wegdrijven uit mijn warme 'zelf dat ik altijd zozeer gekoesterd had. Ik hoorde dat ik als een tarwekorrel in de aarde zou moeten om er te sterven. En ik wilde niet sterven. Ik wilde léven. Maar het water van het Woord drong steeds meer tegen mijn harde omhulsel aan. Ik werd doorweekt van zijn lieflijkheid. Nog steeds wilde ik weerstand bieden. Maar tenslotte gaf ik het op. Alles viel stil in mij. De wedergeboorte greep plaats. Het water des levens stroomde bij mij binnen. Ik werd uit mezelf gedreven. Ik stierf en stond tegelijk op uit dat sterven.

En nu juich ik met Paulus omdat ik eraan ben gegaan zodat er niets van mij is overgebleven. Mijn 'ik' is overgegaan in het grote 'Ik' van Christus. Christus leeft in mij en ik leef in Hem. Zijn hele houding van liefde is van mij geworden. Al Zijn daden van liefde worden mij aangerekend alsof ik ze volbracht had. Ik mag denken, willen en voelen vanuit Hem. Hij is mijn heerlijkheid, mijn leven en mijn licht. Ik ben Hem geworden en Hij is mij geworden. Hij en ik, wij zijn één.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2000

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

De ballade van de tarwekorrel

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2000

In de Rechte Straat | 16 Pagina's