Het laatste Kerstfeest van het tweede millennium
Duizenden jaren zijn reeds over deze aarde heen geschoven. Steeds weer volgden de seizoenen op elkaar. De lente vulde zich met verwachting. De zomer deed alles rijpen. De herfst plukte de sappige vruchten. De winter rustte uit van het volbrachte werk en bereidde zich voor op weer een nieuwe lente. En waar was God? Liet Hij alles over aan dat zich steeds weer herhalende groeiproces? Was Hij als iemand die een klok heeft gemaakt, die opwindt en ze gelijk zet om er daarna niet meer naar om te kijken?
God breekt door in de tijd
Als priester realiseerde ik mij .op zekere dag ineens dat de Schrift Gods Woord is. Dagen achter elkaar overweldigde mij dat besef. Als ik de Bijbel ter hand nam, kwam meteen de wijding van Gods aanwezigheid in dat Woord over mij. Dan kon ik daar stil voor neerknielen. Vol ontzag en dankbaarheid realiseerde ik mij dan: nu spreekt God tot mij! Die ontdekking vulde mij met een intense vreugde en dankbaarheid. Want nu wist ik het met alle zekerheid: God heeft het mensdom niet aan zichzelf overgelaten. Ik had in Brazilië filosofie en geschiedenis van de filosofie gedoceerd. Ik had kennis gemaakt met de meest absurde systemen. Maar nu wist ik het ineens zeker: te midden van al die filosofieën en theorieën, die wirwar van menselijke verzinsels en uitspinsels, de ene nog dwazer dan de andere, is er één vast punt; en dat is de Bijbel, het boek waarin God Zelf aan het woord is.
God verschijnt op de aarde
En midden in die Bijbel las ik een mededeling, die mij telkens weer ontroerde. Ik overdacht de Bijbel bij voorkeur in het Latijn, een prachtige en krachtige taal, die voor ons een gewijde sfeer ademde:
'In mense autem sexto missus est angelus Gabriel a Deo……'
In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad van Galilea, genaamd Nazareth, naar een maagd die verloofd was met Joseph, uit het huis van David, en de naam van de maagd was Maria.
In dat ontroerende bericht is alles zo concreet mogelijk aangegeven. "In de zesde maand", bedoeld is: dat haar nicht Elisabeth zwanger was. "In de stad Nazareth"… enzovoort.
Missus est… de engel Gabriël werd van God gezonden. Dat is de blikseminslag van de Liefde, midden in de geschiedenis van het mensdom met zijn verhaal van haat en nijd, van ruzie en oorlog. Het drong tot mij door: God laat ons dus niet over aan de ellende die we door onze persoonlijke en gemeenschappelijke zonde over ons hadden gehaald. Hij daalde af naar ons niveau. Hij vereenzelvigde Zich met ons. Zijn Zoon neemt onze menselijke natuur aan. Ons bloed stroomt door Zijn aderen. Hij laat Zich besmeuren door al onze vuiligheid, terwijl Hijzelf innerlijk volkomen rein blijft.
Wij zenden Hem retour
Maar deze volmaakte mens wordt het voorwerp van roddel en laster. Hij laat dat allemaal toe. En tenslotte sterft Hij de vreselijke slavendood aan een kruis. Missus est… de engel Gabriël werd door God naar deze aarde gezonden en wij… zenden Hem retour: "niet van gediend; hier hebt U Hem terug, geschonden, gefolterd, tot het uiterste mismaakt, dood, vermoord door ons."
Dat is de grootste misdaad die het mensdom ooit heeft begaan. U en ik, wij zijn tot zo iets in staat (geweest)! En wat was het antwoord van God op die misdaad? Liefde, liefde, liefde! "Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar eeuwig leven hebbe" (Joh. 3:16). Hij wilde niet dat wij in een altijd durend verderf zouden wegzinken. Hij maakte onze grootste misdaad tot Zijn grootste weldaad. De Zoon werd onze Hogepriester, Die Zichzelf offerde als het Lam van God om ons met God te verzoenen. Hij rukte door Zijn sterven de Zijnen weg van de eeuwige dood en bracht hen door Zijn opstanding over in het Koninkrijk van het eeuwige leven!
O dat heilige gebeuren!
Missus est… De engel Gabriël werd gezonden en… toen gebeurde het! De Heilige Geest kwam over Maria en gaf de heilige stoot aan dat groeiproces in het lichaam van deze maagd. De kracht van de Allerhoogste overschaduwde dit meisje dat uitverkoren was om de moeder te worden van de Heere, van Hem Die waarachtig mens èn waarachtig God is. Hier raken we aan het ondoordringbare mysterie van de Liefde. "God is Liefde", schrijft Johannes in zijn eerste brief, hoofdstuk 4 vers 8. En liefde is nu eenmaal niet te begrijpen. Dat is onder ons, mensen, al zo. Over de liefde kun je eigenlijk alleen maar zingen of er een gedicht over schrijven. Laten wij daarom nooit uitgepraat raken over deze onvoorstelbaar grote liefde van God. Zeker, God is ook rechtvaardig. Golgotha is de plaats waar Zijn liefde maar ook Zijn toorn over de zonde het meest zichtbaar is geworden.
Moeten wij die dit verhaal van Gods onbegrensde liefde in de Bijbel lezen, dan niet ophouden met ons ongeloof? Mogen wij daar dan op antwoorden door steeds weer een motie van wantrouwen te zenden naar God? "Ik wil wel geloven dat U zozeer de wereld hebt liefgehad, maar ik weiger te geloven dat U ook mij zozeer liefhebt." Hoe zwaar schuldig staan wij dan niet voor Zijn aangezicht? Bedenk toch hoe groot de liefde is van God. Want Hij heeft niet alleen Zijn Zoon, maar ook Zijn Heilige Geest gezonden. "De Geest der waarheid… en Die gekomen zijnde zal de wereld overtuigen van zonde… omdat ze in Mij niet geloven" (Joh. 16:7-9).
Waartoe behoort u?
Lezer(es), behoort ook u nog steeds tot de wereld die de Zoon die door de Vader werd gezonden, afwijst? Dan begaat u de grootste misdaad. Want het afwijzen van de grootste weldaad, het Lam van God, is de grootste misdaad. En daar wil de Heilige Geest ons in de eerste plaats van overtuigen. U antwoordt misschien: "Maar die overtuiging kan ik mezelf niet aanpraten; die moet de Heilige Geest mij schenken. En als Die in mij gaat werken, kan ik daar niet aan weerstaan." Daar hebt u gelijk in. Maar dat is slechts één waarheid van de bijbelse boodschap.
Daar staat een andere boodschap naast, namelijk dat wij wél de Geest kunnen weerstaan. Dat heeft Stephanus het Sanhedrin in het gezicht geslingerd: "Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij weerstaat altijd de Heilige Geest" (Hand. 7:51). Wij mogen niet de bijbelse waarheid van de onwederstandelijkheid van de Heilige Geest misbruiken om te ontkomen aan de klem van een andere bijbelse waarheid: Wij kunnen de Heilige Geest weerstaan. Volhard dus niet langer in uw ongeloof, in uw weigering om ootmoedig en vol vertrouwen u over te geven aan deze Zoon die van God werd gezonden.
Niet door de werken maar uit genade
Prachtig staat het geheimenis van de menswording van de Zoon van God uitgebeiteld in de kernachtige woorden van Titus 3:4-7. Lees die verzen nog eens over en laat ze tot u doordringen. Daar staat: In Christus is ons de mensenliefde - in de Griekse tekst: philantroopia - van God verschenen. In het Grieks staat voor 'verschenen': epephanè. Het kerstfeest is een theophanie, een Godsverschijning op aarde, de volle openbaring van Zijn goedertierenheid. God breekt door in de ellende van onze tijd. En die barmhartige liefde komt vertederend op ons af in een Kind, in doeken gewikkeld, liggend in een kribbe. En we hoeven geen kerstcadeautjes mee te brengen, noch voor de moeder, noch voor dit Kind. Want deze Zaligmaker van zondaren wil ons redden niet vanwege "werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid." Hij doet dat, doordat Hij ons stopt in het bad van de wedergeboorte, dat is het Woord van God; zie 1 Petrus 1:23 en Efeze 5:26. Wanneer wij in het Kerstkind geloven, spreekt de Vader ons vrij en rekent ons uit louter genade de volle gerechtigheid van Christus toe. Maar dat niet alleen. Hij schenkt ons ook de vernieuwing van de Heilige Geest, Die Hij boven dien naar ons zendt en die ons de verzekering geeft dat wij "erfgenamen zouden worden naar de hoop van het eeuwige leven"!
Wees niet bang!
Dit is zo groots en machtig. Het is eigenlijk niet te geloven: zo'n barmhartige liefde voor misdadigers. Maar daarom drukt Paulus ons op het hart: "Dit is een getrouw woord!" En hij waarschuwt ons voor allerlei al of niet bevindelijke spitsvondigheden die ons van dit heerlijke Evangelie willen afbrengen. "Weersta de dwaze vragen en geslachtsrekeningen en twistingen over de wet; want zij zijn onnut en ijdel" (Titus 3:8,9).
Als het volle licht van het Evangelie van de kerstnacht naar u gaat stralen, schrikt u misschien terug voor deze heldere ster van Bethlehem. Misschien roept u dan uit: "Maar in mij is alles duisternis. Ik weet mij zwart door schuld en zonden." Maar juist voor zulke mensen is dat Kind gekomen. God zei: "Op dezen zal Ik zien, op de armen en verslagenen van geest en die voor Mijn woord beeft" (Jes. 66:2). Dan zegt de engel ook tot u: "Vreest niet, want ziet, ik verkondig u grote blijdschap die voor het gehele volk wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere" (Lukas 2:10,11).
Eind mei brachten de heer Van Dooijeweert en ondergetekende een werkbezoek aan Kongo. Wij hadden vernomen dat in Kinshasa een stichting was opgericht (de Stichting MIDARP), die nagenoeg hetzelfde doel heeft als onze Stichting 'In de Rechte Straat'. In Kongo zijn namelijk nogal wat mensen, die zich aanmelden voor het leven in het klooster. Mogelijk, dat hierin meespeelt, dat men dan in ieder geval ook kleding heeft, alsmede voedsel en onderdak en dat wil heel wat zeggen in zo'n land. In het klooster krijgen deze mensen het soms toch moeilijk en zeker ook met de rooms-katholieke leer.
Er zijn dus ook nogal wat mensen, die na kortere of langere tijd weer uittreden en belangstelling krijgen voor het protestantisme. Maar een kloosterling die uittreedt, wordt door zijn familie soms min of meer verstoten. Juist in een land als Kongo, waar men zeker ook bij het ouder worden niet buiten de hulp van de familie kan, is dit een weinig aantrekkelijk vooruitzicht. Deze mensen worden nu opgevangen door de Stichting MIDARP, die ook cursussen organiseert in de protestantse geloofsleer.
Er is hierbij grote behoefte aan goede lectuur. Met de voorzitter van de Stichting MIDARP, ds. Sita Luemba, waar wij een week te gast waren, hebben wij toen afgesproken, dat ieder kwartaal op kosten van IRS een blad zal worden uitgegeven, enigszins vergelijkbaar met ons blad, waarin artikelen worden opgenomen, die onderwijzend zijn voor ex-priesters en ex-kloosterlingen.
Bovendien zullen wij een nieuwe Franstalige uitgave verzorgen van de boeken van ds. H.J. Heggen "Mijn weg naar het Licht", "Moeder, ik klaag u aan" en "Rome en de Reformatie".
Een foto van het eerste nummer van het kwartaalblad, getiteld 'Le Chemin de la Vie' ('De weg des Levens') ziet u hierboven opgenomen. Wij hebben met een drukker in Kinshasa afspraken gemaakt om het blad en de boekjes te drukken. Enerzijds is dit goedkoper, maar het betekent ook weer een stukje werkgelegenheid in Kongo en dat is daar altijd welkom.
Het bestuur is bijzonder dankbaar, dat er ook in Afrika mogelijkheden zijn geschapen om de doelstelling van onze stichting: "Een getuigend gesprek met Rome", alsmede onderwijs aan expriesters/ex-kloosterlingen, mogelijk te maken.
Wij hopen dat de Heere ook dit werk met Zijn zegen zal bekronen, opdat ook in dit gedeelte van Zijn wijngaard nog velen mogen worden toegebracht tot de Gemeente, Die zalig mag worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1999
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1999
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
