Gods leiding zien in je leven
Vervolgserie over leiding en roeping. Een rubriek waarbij je jouw vragen over dit onderwerp kunt neerleggen en waarop je ook mag reageren. Hartelijk dank voor de vele reacties. Het blijkt heel duidelijk dat er in onze tijd door jonge mensen veel over deze dingen nagedacht wordt.
Een groot verschil
Hoe weet je nou of God je roept voor werk in Zijn Koninkrijk, of dat je misschien maar denkt dat God je roept? Dat is natuurlijk nogal een verschil. Voor veel jongeren brengt deze vraag een blijvende twijfel in hun leven. Soms, onder het luisteren naar een preek, of in de dagelijkse stille tijd, brandt het met een allesoverheersende zekerheid in je hart: "De Heere roept me voor Zijn dienst". Op dat moment zou je opspringen en op pad gaan. Waar dan ook heen. "Heere zendt mij maar". Net als Jesaja in hoofdstuk 6 van zijn profetieën: "Daarna hoorde ik de stem van de Heere, Die zei: Wie zal Ik zenden, en wie zal voor Ons heengaan?" Toen zei ik: "Zie hier ben ik, zendt mij heen."
"Ja", zeggen als de Heere roept. Wat is dat indrukwekkend! Toch denk ik dat we hier ook het eerste deel van Jesaja 6 moeten aanhalen. Daar heeft Jesaja de heerlijkheid en de grootheid en de alles overweldigende majesteit van de HEERE God gezien en ervaren, lees het maar in vers 1 tot en met 4. Daar heeft hij ook zijn eigen kleinheid en zondigheid geproefd. In vers 5 klinkt het zomaar van zijn lippen: "Wee mij, want ik verga! Dewijl ik een man van onreine lippen ben, en woon in het midden van een volk dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben de Koning, de HEERE der heirscharen gezien." Zo klein… tegenover zoveel grootheid. Zo zondig tegenover zoveel heiligheid!
Jesaja's uitroep is meer dan zomaar een kreet
Voor velen is de noodkreet van Jesaja verworden tot een verstarde uitdrukking: "Ik ben onrein van lippen. Kan voor mij nooit!" Punt uit. Voorbij. Dit mag niet! Dit brengt een onchristelijke blokkering in je leven. Langs deze weg kun je zelfs de Heilige Geest tegenstaan. Jesaja ging deze weg niet. Dat deden Gods knechten nooit. Hun opmerking over hun zondig bestaan was niet een zwaarmoedig zuchten zonder uitzicht en nog veel minder een middel om Gods roeping uit hun leven te bannen. Zij vluchtten er juist mee naar de Heere toe. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Psalm 25, vers 11: "Om Uws Naams wil, HEERE! Zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot". Naar de Heere toe met alle nood en onkunde, met alle onwaardigheid en alle nul-denken van jezelf. Velen proberen anderen te dwingen om te geloven dat zij toch niet geschikt zijn voor het werk in Gods wijngaard. Zo van: "Wie denk jij wel dat je bent? Wat heb je voor een opleiding. Wat heb je voor ervaring." Natuurlijk is het een puinhoop als je op jezelf ziet, maar dacht je dat de Heere dat niet weet? Als de dag van gisteren herinner ik me de dag dat de Heere de eerste keer riep voor het werk in Zijn Koninkrijk. Ik schrok er geweldig van. Hoe moet dat nou? Hoe kan ik dat nou? Ik zette het ver van me af. Maar tegelijk hunkerde mijn hart er naar. Ik heb vaak uren zitten denken en overwegen om die stap te maken. Maar de moed om die stap te nemen, ontbrak me volkomen. En zo schoven de jaren voorbij. Niemand die me hielp. Niemand met wie ik durfde spreken over deze dingen.
Maar God gaat door
Dat werd me duidelijk op dat moment in mijn auto op weg van Bodegraven naar Zoetermeer. Ver weg stond de fabrieksschoorsteen van Nutricia. Voor me lag de glinsterende strook asfalt……. En alsof de Heere het me vroeg: "Waar blijf je nou? Gaat het goed in dit werk?" Ik had een heel goede baan bij Philips. Maar, daar heb ik moeten capituleren. "Heere ik zal gaan". Ondanks dat duurde het evenwel nog geruime tijd voor ik iets verder kwam. Geen hoorbare stem, geen engel, geen blauwe regen, geen ander teken aan de hemel hielp me verder, maar een oproep in 'De Saambinder': 'Evangelist gezocht'. Daar had ik geen ogenblik aan gedacht! Die mogelijkheid was niet in me opgekomen. Maar het was alsof de Heere Zelf zei: "Daarvoor wil ik jou inzetten". En weet je wat zo apart was? Ik heb niets verteld aan mijn vrouw (en aan niemand!), maar ik ben naar Ds. H. Rijksen gegaan. Die was voorzitter van het deputaatschap voor Evangelisatie. Samen hebben we een goed uur doorgebracht rondom deze vragen. Ik besloot om te solliciteren. Toen ik 's avonds thuis kwam zei mijn vrouw: "Ben je bij dominee Rijksen geweest?"
Waarom ik dit er even tussen zet? Omdat we elkaar verwonderd hebben aangezien. Geen hoorbare stem, geen bijzonder teken, maar de leiding van de Heere en een samenvloeien van onze harten in deze zaak. En ook een overbuiging naar dit werk. Samen, en ieder apart, hebben we veel gebeden in die tijd. De Heere bracht ons bij een tekst in de Efezebrief, hoofdstuk 4, vers 11 en 12: "En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars…" Ik werd aangenomen na een gesprek met de deputaten!
God leidt
In het heel wetenschappelijke boek van dr. H. Bavinck, 'Gereformeerde Dogmatiek', staat zo'n heel mooi stukje in dit verband: "Sedert de roeping niet meer, zoals bij de profeten en apostelen, op buitengewone wijze tot iemand komt, is zij alleen kenbaar aan de samenstemming van de in- en uitwendige roeping."
Waar hebben we het dan over? Heel helder en duidelijk over het volgende:
1. God verstrekt gaven die nodig zijn om in Zijn wijngaard te kunnen dienen, gaven die voor een ambt nodig zijn.
2. Hij geeft ook in het hart een oprechte en standvastige begeerte om te kunnen en te mogen werken.
3. God Zelf baant wegen die tot het werk in Zijn dienst leiden. Wegen die jij zelf nooit had kunnen openen. (Denk nog even aan die oproep voor 'Evangelist'. Die weg had ik zelf nooit kunnen banen. Zelfs niet kunnen bedenken. En toen de weg gebaand werd, wist ik dat het echt waar was. Helder, duidelijk!).
Deze leiding moet dan nog haar bevestiging krijgen in de uitwendige roeping door een gemeente of een zendingsgenootschap waardoor je aangenomen wordt voor een taak binnen haar gelederen of onder heidenen ver weg. Zie hiervoor Handelingen 1:23, 6:2-6, 2 Korinthe 8:19.
Gaat van Christus uit
Deze roeping door de gemeente gaat, evengoed als de leiding in je leven, van Christus uit. Hij leidt en roept door Zijn Geest mensen tot Zijn dienst. Dit wil in de praktijk van het leven zeggen dat jouw verlangen en de behoefte van de gemeente bij elkaar gebracht zullen worden. Soms is het een hele weg voor het zover is. Je moet dan nooit de moed verliezen, maar biddend en uitziende voortgaan. Aan de andere kant moet de gemeente van Christus zich hierin ook van haar taak bewust zijn! Zij mag in haar schoot de jonge mensen niet laten verkommeren. Zij mag zich niet opstellen alsof er nooit meer iemand is die voor het werk van de Heere geroepen wordt. Zij moet juist uitzien naar bekwame mannen. Zo deed de gemeente het in Handelingen 6. Er moet een zoekendbezig- zijn bestaan in de gemeente. Een steeds maar uitzien naar jonge mannen die in het ambt kunnen werken.
Maar dat niet alleen, er moet ook een zoeken zijn naar allerlei mensen die duidelijk van de Heere gaven gekregen hebben om iets te doen in Gods Koninkrijk. Op dit punt is veel onbegrip. Velen willen al te gemakkelijk de handen opleggen, maar anderen lijken meer grenswachter te zijn om tegen te houden. Hier is biddend bezig zijn heel noodzakelijk opdat de gemeente geen schade zal lijden door verkeerd omgaan met zulke heilige zaken. Een volgende keer gaan we met deze dingen helemaal 'tot-ons-zelf-inkeren'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1999
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1999
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
