De pelgrim thuis
Wanneer ik aan het einde van mijn dagen als een arme, moede zwerver
aan Gods heiige voeten lig…
Wanneer mijn dagen zijn vergaan
en d'eindloze eeuwigheid breekt aan…
Wanneer mijn lichaam,
misschien wel vol van plagen
weigert wat het jaren
volgzaam heeft verricht,
Wanneer mijn wensen en geloofsverlangen
verzwolgen worden in een zeker weten,
vol van licht.
Wanneer ik dan in Gods heiige handen
Een meetlat zie en ook een schaal,
Dan weet ik:
Al mijn heiligheid is veel te licht
Al mijn goede daden zijn te kort
't Kan alles nooit bestaan
voor Gods gezicht.
Dan is er slechts een leven vol van zonden
Een hart dat steeds weer dwaalde,
een mond die vaak Gods lof vergat.
Maar een bestaan, dat steeds
geheel op lezus was gericht.
Dan breekt in deze stonde
dwars door de pijn de wonderjubel heen.
Het diepe, hartelijk beleden;
Gena, o God, gena alleen!
Dan zullen alle eng'Ien juichen
De hemelklokken luiden, vol en luid
En ik, niet meer zuchten, niet meer wenen
nooit zonden meer, noch angst of pijn
maar in alle eeuwigheden leven
in Vaders liefde-zonneschijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1999
In de Rechte Straat | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1999
In de Rechte Straat | 12 Pagina's
