Leiding of roeping
Niet bruikbaar?
Het bovenstaande voorbeeld is er één van de velen waar te snel en te gevoelsmatig een conclusie wordt getrokken, zonder dat men er over nagedacht heeft of het waar is dat God roept voor die taak. Anderen worstelen met het vreselijke probleem dat zij denken dat er iets heel schokkends gebeurd moet zijn wil je weten dat de Heere je roept om te werken in Zijn Koninkrijk. Het lijkt vaak net alsof je ik weet niet wat moet hebben meegemaakt om bruikbaar te kunnen zijn in het Koninkrijk van God. Grote schokkende gebeurtenissen moeten in je leven plaatsgevonden hebben. Je moet een stem gehoord hebben, of iets gezien hebben. Allerlei gedachten hoor ik van jonge mensen.
Dit is een groot misverstand dat me vooral heel veel duidelijker geworden is in de kleine gemeenten in Midden- en Zuid-Amerika. Daar heeft men vaak, veel beter dan hier, begrepen dat er gewoon in de gemeente verschillende gaven zijn. Gaven die daar nodig zijn voor het functioneren van de gemeente. Denk aan 1 Korinthe 12. Gaven van gezondmaking, van profeteren, krachten, onderscheiding van de geesten, gaven van het woord der wijsheid, van het woord der kennis. Lees het maar na in dat hoofdstuk. Ieder heeft weer iets anders. Verbazend! Misschien moet (of mag) ik wel zeggen: "in de gemeente heeft iedereen wel iets waardoor hij of zij wat kan betekenen in de gemeente, in het Koninkrijk van God". In een goed functionerende gemeente zie je dat ook in de praktijk van het gemeente-zijn.
Met wat een zorg heb ik in Chiapas, Mexico, vrouwen voor het eten van de classispredikanten zien zorgen, of in Peru een oude voorganger liefdevol zijn arm om een man zien slaan, die moest gaan sterven. Hier ligt het begin! Het is Gods leiding dat je binnen een gemeente leven mag. Daar heb je een roeping. Daar roept God je om je taak te verstaan. Dat is het eerste. Hier ligt heel in het bijzonder je roeping. Om hier christen te zijn, om hier bouwer te zijn. Maar ook om hier 'visser van mensen' te zijn.
Er uit gehaald
Uit de gemeente trekt God mensen om hen te laten werken over de hele wereld. Gaat dan heen, onderwijst alle volken. Predikt het Evangelie. Verkondig het Koninkrijk van God. Dat is heel bijzonder! Het is niet vreemd als je gevoelens hebt in je hart, dat de Heere je roept voor werk in Zijn dienst, met een speciale roeping voor zending of evangelisatie. Het is een zegen als je dat mag ervaren. Maar het is ook niet zo vreemd als je dan in stormen van vertwijfeling geraakt. Het is me nogal iets. De Heere zou mij roepen? Mij, Hij weet toch wie ik ben?
En het is heel goed om bij dit alles te bedenken dat God ons niet nodig heeft. Maar weet je wat ook waar is? Dit: "Het heeft de Allerhoogste goed gedacht om de ware Wijnstok (Jezus Christus) vruchten te doen dragen aan de ranken (de leden van de gemeente)". En dan gaat het niet alleen om vruchten binnen de gemeente maar ook daarbuiten tot aan de einden van de aarde. Als kind kun je er al met verwondering naar kijken dat er mensen zijn die naar de heidenen gaan. Ver weg. Met allerlei gevaren. Ik herinner me nog zo heel goed dat ds. G. Kuyt voor de Gereformeerde Gemeenten naar 'Nieuw Guinea' ging. Wat ontzettend aangrijpend. Wilde mensen. Wilde dieren. Oerwouden. En daar het Evangelie brengen.
Hoe weet je nu…
Hoe weet je nu dat de Heere ook jou daarvoor roept? Het zou natuurlijk het eenvoudigst zijn als het zo ging als bij Samuël en bij Paulus, waarover we in het vorige blad schreven. Maar zo gaat het echt niet altijd. Zo ging het zelfs in de Bijbel niet altijd. Hoe weet je nu of die gedachte, dat gevoel, die trekking die in je is, werkelijk Gods roeping is voor dit werk? Het is nodig om goed te weten uit welke onderdelen 'roeping van God' bestaat. Het allereerste is wel het duidelijk besef van verantwoordelijkheid. Als de Heere je roept voor werk in Zijn Koninkrijk geeft Hij je daarbij ook een duidelijk gevoel van verantwoordelijkheid. Het is niet een oppervlakkig gevoel van: "Het zou best leuk zijn om ook eens een paar jaar naar een zendingsland te gaan". Nee er is meer. Hij bindt tegelijk de nood van die mensen op je hart. Hij doet het zien hoe erg het is als je zonder Christus moet leven. Dit kan zo gaan branden in je leven dat je er niet meer onderuit kunt. Je moet het hen gaan vertellen. Dat is een andere ervaring dan de algemene behoefte die ieder heeft die tot geloof in Christus komt.
In het volgende nummer wil ik met dit onderwerp verder gaan over de vraag: hoe weet je nu of God je roept of dat je zelf denkt dat God je roept?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1999
In de Rechte Straat | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1999
In de Rechte Straat | 12 Pagina's
